Psalmaro 67
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Dio nin korfavoru kaj benu; Li aperigu al ni Sian luman vizaĝon. Sela.
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm; een lied. God zij ons genadig, en zegene ons, En doe zijn aanschijn over ons lichten;
2Oni ekkonu sur la tero Vian vojon, En ĉiuj popoloj Vian savon.
2Opdat men op aarde zijn wegen erkenne, Onder alle volken zijn heil.
3Danku Vin popoloj, ho Dio, Danku Vin ĉiuj popoloj.
3De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
4Ĝoju kaj kantu gentoj, Ĉar Vi juĝas popolojn juste, Kaj gentojn sur la tero Vi regas. Sela.
4De volkeren zullen juichen en jubelen, Omdat Gij de wereld rechtvaardig regeert, Met gerechtigheid de volkeren richt, En de naties op aarde bestuurt.
5Danku Vin popoloj, ho Dio, Danku Vin ĉiuj popoloj.
5De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
6La tero donis sian frukton; Benos nin Dio, nia Dio.
6De aarde heeft haar oogst gegeven, De Heer, onze God, ons gezegend;
7Benos nin Dio; Kaj respektu Lin ĉiuj limoj de la tero.
7Moge God ons blijven zegenen, En alle grenzen der aarde Hem vrezen. De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.