Pjalm 52
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1KOE ol weit, da me koe juaikeki me jued, pwe kala n an en leowa kin duedueta ni ran karoj.
1Voor muziekbegeleiding. Een leerdicht van David, nadat Doëg, de Edomiet aan Saül was gaan melden: “David is in het huis van Achimélek gekomen.” Wat pocht gij op boosheid, En snoeft gij op onrecht,
2Lo om ino n io n me jued, o kin raj o n naip ko n pot, ni a wia likam.
2Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes?
3Koe kin mauki lokaia jued ja n me mau, o lokaia likam ja n me pu n .
3Gij kiest wat kwaad is boven het goede, De leugen boven de waarheid;
4Koe kin men lokaiaki me jued lo om likam.
4Gij houdt alleen van verwarrende woorden, En bedriegelijke taal.
5I me Kot pil pan kawe uk ala, o lepuk uk paja n , o waik uk ja n nan im om, o koko uk ja n nan jap en me maur akan.
5Daarom zal God u vernielen, U weggooien eens en voor al, U wegsleuren uit uw tent, Uw wortel uit het land der levenden rukken.
6A me pu n kan pan kila n o majapwekada, o re pan kaurureki i:
6De rechtvaardigen zullen het huiverend zien, en over hem lachen:
7Kila n , iei ol o, me jota kaporoporeki leowa, pwe a keleki a dipijou toto o a kelail o n a wiada me jued.
7“Daar is nu de man, die zijn kracht niet in God heeft gezocht, Maar die op zijn grote rijkdom vertrouwde, En zich op zijn schatten beroemde!”
8A n ai dueta tuka oliwe pot nan tanpaj en Kot, i kaporoporeki kala n an en Kot kokolata.
8Maar ik ben als een bloeiende olijf in Gods huis, En vertrouw op Gods goedheid voor eeuwig en immer.
9I pan kapi n a komui kokolata, pwe kom kak kotin wiada; i pan kapi n a mar omui, pwe a li n an ren japwilim omui lelapok kan.
9Eeuwig zal ik U danken, omdat het úw werk is geweest, En de goedheid van uw Naam voor uw vromen verkonden!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.