詩篇
Chapter 66
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1全地都當向上帝歡呼!
1Voor muziekbegeleiding. Een lied; een psalm.
2歌頌他名的榮耀! 用讚美的言語將他的榮耀發明!
2Juich, heel de aarde, God ter ere, En prijs de glans van zijn Naam; Hef een heerlijk loflied aan,
3當對上帝說:你的作為何等可畏! 因你的大能,仇敵要投降你。
3En zeg tot God: Hoe ontzaglijk uw werken! Om uw almacht moeten uw vijanden U vleien,
4全地要敬拜你,歌頌你, 要歌頌你的名。 (細拉)
4En moet heel de aarde U aanbidden, U ter eer een lofzang zingen, Glorie brengen aan uw Naam!
5你們來看上帝所行的, 他向世人所做之事是可畏的。
5Komt, en ziet de werken van God, Zijn wondere daden voor de kinderen der mensen:
6他將海變成乾地,眾民步行過河; 我們在那裏因他歡喜。
6De zee legde Hij droog, En ze trokken te voet door de stroom! Laat ons in Hem ons verheugen,
7他用權能治理 萬民 ,直到永遠。 他的眼睛鑒察列邦; 悖逆的人不可自高。 (細拉)
7Hij, die eeuwig heerst door zijn kracht; Hij houdt zijn oog op de volkeren gericht, En geen weerspannige durft tegen Hem opstaan.
8萬民哪,你們當稱頌我們的上帝, 使人得聽讚美他的聲音。
8Zegent, volkeren, onzen God, Laat zijn loflied luid weerschallen;
9他使我們的性命存活, 也不叫我們的腳搖動。
9Hij is het, die ons in het leven hield, Onze voet niet liet wankelen.
10上帝啊,你曾試驗我們, 熬煉我們,如熬煉銀子一樣。
10Toch hebt Gij ons beproefd, o mijn God, Ons gelouterd, als men zilver loutert;
11你使我們進入網羅, 把重擔放在我們的身上。
11Gij hebt ons in ellende gedompeld, Ons rampen op de heupen gelegd.
12你使人坐車軋我們的頭; 我們經過水火, 你卻使我們到豐富之地。
12Gij hebt anderen ons op het hoofd doen zitten, We zijn door vuur en water gegaan: Maar eindelijk toch Hebt Gij ons uitkomst gebracht.
13我要用燔祭進你的殿, 向你還我的願,
13Zo treed ik met offers binnen uw huis, Om te volbrengen wat ik U heb beloofd:
14就是在急難時我嘴唇所發的、 口中所許的。
14Wat mijn lippen hebben gesproken, Wat mijn mond in mijn nood heeft gezegd.
15我要把肥牛作燔祭, 將公羊的香祭獻給你, 又把公牛和山羊獻上。 (細拉)
15Vette lammeren draag ik U Als brandoffers op; En met de offergeur van rammen, Bied ik U runderen en bokken aan.
16凡敬畏上帝的人,你們都來聽! 我要述說他為我所行的事。
16Komt nu en hoort, ik wil u allen verkonden, U, die God vreest, wat Hij aan mij heeft gedaan:
17我曾用口求告他; 我的舌頭也稱他為高。
17Nauwelijks riep ik Hem aan met mijn mond, Of ik had een danklied op mijn tong!
18我若心裏注重罪孽, 主必不聽。
18Was ik mij kwaad bewust in mijn hart, Dan had de Heer mij niet verhoord:
19但上帝實在聽見了; 他側耳聽了我禱告的聲音。
19Maar nu heeft God naar mij geluisterd, En op mijn smeken gelet!
20上帝是應當稱頌的! 他並沒有推卻我的禱告, 也沒有叫他的慈愛離開我。
20Gezegend zij God, die mijn bede niet afwees, Mij zijn genade niet onthield!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.