詩篇 16
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1上帝啊,求你保佑我, 因為我投靠你。
1Een puntdicht van David. Behoed mij, o God, want tot U neem ik mijn toevlucht;
2我的心哪 ,你曾對耶和華說:你是我的主; 我的好處不在你以外。
2Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn Heer, buiten U geen geluk!
3論到世上的聖民,他們又美又善, 是我最喜悅的。
3Aan de heiligen, die zijn land bewonen, Schenkt Hij de volheid zijner genade.
4以別 神 代替 耶和華 的, 他們的愁苦必加增; 他們所澆奠的血我不獻上; 我嘴唇也不提別神的名號。
4Zìj hopen zich ellende op, Die achter vreemde goden lopen. Neen, ik pleng hun bloedige offers niet mee, Zelfs hun naam komt mij niet op de lippen!
5耶和華是我的產業, 是我杯中的分; 我所得的,你為我持守。
5Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh, en het deel van mijn beker, Gij zijt het, die het lot voor mij wierpt:
6用繩量給我的地界,坐落在佳美之處; 我的產業實在美好。
6Mijn meetsnoer lag in lieflijke dreven, Een prachtig stuk viel mij toe.
7我必稱頌那指教我的耶和華; 我的心腸在夜間也警戒我。
7Ik zegen Jahweh, want Hij is mijn raadsman: Zelfs ‘s nachts word ik door mijn nieren vermaand.
8我將耶和華常擺在我面前, 因他在我右邊,我便不致搖動。
8Jahweh houd ik altijd voor ogen; Staat Hij mij ter zijde, dan wankel ik niet.
9因此,我的心歡喜,我的靈快樂; 我的肉身也要安然居住。
9Zo verheugt zich mijn hart, En jubelt mijn geest; Ook mijn vlees is vol moed,
10因為你必不將我的靈魂撇在陰間, 也不叫你的聖者見朽壞。
10Want Gij geeft mij niet prijs aan het dodenrijk. Gij laat uw vrome het graf niet aanschouwen,
11你必將生命的道路指示我。 在你面前有滿足的喜樂; 在你右手中有永遠的福樂。
11Maar toont mij de weg naar het leven, Overvloedige vreugd voor uw aanschijn, Aan uw rechterhand eeuwig geluk.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.