詩篇 131
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶和華啊,我的心不狂傲, 我的眼不高大; 重大和測不透的事, 我也不敢行。
1Een bedevaartslied. Van David. Jahweh, mijn hart is niet trots, Niet hovaardig mijn ogen; Ik houd mij niet op met geweldige plannen, Met dingen, die te hoog voor mij zijn.
2我的心平穩安靜, 好像斷過奶的孩子在他母親的懷中; 我的心在我裏面真像斷過奶的孩子。
2Neen, ik voel mij zo klein, En beeld mij niets in; Zoals de zuigeling aan de borst van zijn moeder, Ben ik een kindje voor U.
3以色列 啊,你當仰望耶和華, 從今時直到永遠!
3Israël, stel uw hoop op Jahweh, Van nu af tot in eeuwigheid!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.