Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Maar schaam u niet over wat nu gaat volgen, En zondig niet uit menselijk opzicht:
1Não se envergonhe das coisas seguintes nem peque apenas para evitar a vergonha:
2Over de Wet van den Allerhoogste en zijn bestel, Over zijn geboden, zodat ge den zondaar ontslaat;
2da Lei do Altíssimo e de sua aliança, de julgar com justiça até mesmo o ímpio,
3Over verantwoording geven aan vriend of vorst, Over het verdelen van erfenis en bezit;
3de acertar contas com um sócio e com companheiros de viagem, de repartir a herança entre amigos,
4Over juistheid van balans en weegschaal, Over ongereptheid van maat en gewicht;
4de ser exato com balanças e pesos, de obter muito ou pouco,
5Over winsten, groot of klein, Over het betalen van koopwaar; Over veelvuldig bestraffen der kinderen, Over bloedig kastijden van een slechten slaaf.
5de negociar com comerciantes, de corrigir frequentemente os filhos e de fazer sangrar as costas de um escravo mau.
6Bij een slechte vrouw is een zegel verstandig; Waar veel handen zijn, komt een sleutel van pas.
6Onde há uma esposa má, é bom usar um selo; onde há muitas mãos, tranque as coisas.
7Schrijf op, als ge iets in bewaring geeft; Uitgaven en inkomsten, alles op schrift!
7Tudo o que entregar, entregue por número e peso; ao dar e receber, registre tudo por escrito.
8Schaam u niet, een dwaas of een zot terecht te wijzen, Of zelfs een grijsaard, die plannen van ontucht beraamt. Dan zult ge werkelijk verstandig blijken, En achtenswaardig voor al wat leeft!
8Não se envergonhe de instruir o insensato e o tolo, nem o homem de extrema velhice que entra em disputa com os jovens. Assim você será realmente bem instruído e aprovado diante de todos os que vivem.
9Een dochter is voor een vader een zorgelijke schat, De zorg over haar verstoort zijn slaap; In haar jeugd: dat ze niet blijft zitten, En is ze getrouwd: dat ze niet wordt verstoten.
9Uma filha é motivo secreto de insônia para o pai, e a preocupação com ela tira seu sono: na juventude, para que não passe da idade de se casar; quando casada, para que não seja odiada;
10In haar meisjesjaren: dat ze zich niet laat verleiden, In het huis van haar man: dat ze niet ontrouw wordt; In het huis van haar vader: dat ze geen moeder wordt, In het huis van haar man: dat ze niet kinderloos blijft.
10enquanto virgem, para que não seja profanada e engravide na casa do pai; tendo marido, para que não seja infiel; e, quando casada, para que não seja estéril.
11Houd uw dochter goed onder tucht, Opdat ze u geen kwade naam bezorgt, Geen gepraat in de stad of oploop van volk, U niet te schande maakt voor de bijeenkomst in de poort. De plaats, waar ze verblijft, zij geen venster, Geen plek, waar men iedereen ziet, die voorbijgaat.
11Vigie rigorosamente uma filha obstinada, para que ela não faça de você motivo de riso para seus inimigos, assunto de provérbio na cidade e de comentários entre o povo, envergonhando você diante de todos.
12Ze mag geen man haar schoonheid doen zien. Zelfs niet deelnemen aan de gesprekken der vrouwen.
12Não fique contemplando todo corpo bonito nem se sente no meio de mulheres.
13Want zoals de mot uit het kleed, Zo komt de slechtheid der vrouw van een andere vrouw.
13Pois das roupas vem a traça, e da mulher vem a maldade de mulher.
14Beter een slechte man dan een slechte vrouw; Want een huis vol schande brengt zo'n vrouw te weeg.
14Melhor é a maldade de um homem do que uma mulher agradável que traz vergonha e desonra sobre você.
15Tweede afdeling. De wijsheid in de historie. Eerste deel. Lof der wijsheid in Gods schepping. Ik wil de werken Gods gedenken, En wat ik gezien heb, verkonden. Door Gods woord werden zij geschapen; Zij volbrengen zijn wil naar zijn bestel.
15Agora mencionarei as obras do Senhor e declararei as coisas que vi. As obras do Senhor existem por suas palavras.
16Zoals de zon het heelal verlicht, Straalt Jahweh's glorie over al zijn werken.
16O sol que dá luz contempla todas as coisas, e a obra do Senhor está cheia de sua glória.
17Gods heiligen zelfs zijn niet bij machte, Jahweh's wonderwerken te roemen. God heeft zijn legerscharen kracht gegeven, Om voor zijn glorie te kunnen bestaan.
17O Senhor não deu aos santos capacidade para declarar todas as suas obras maravilhosas, que o Senhor Todo-Poderoso firmemente estabeleceu, para que o universo fosse firmado em sua glória.
18Hij peilt de afgrond en het mensenhart; Hij doorschouwt ze in al hun naaktheid.
18Ele sonda as profundezas e o coração e conhece seus segredos. Pois o Altíssimo conhece todo conhecimento e vê os sinais dos tempos.
19Hij onthult verleden en toekomst, En maakt bekend, wat verborgen is;
19Ele anuncia as coisas passadas e as que ainda virão e revela os vestígios das coisas ocultas.
20Er bestaat geen kennis. die Hem ontbreekt, Geen ding, dat Hem ontgaat.
20Nenhum pensamento lhe escapa, e nenhuma palavra fica escondida dele.
21De kracht van zijn Wijsheid staat ongeschokt, Hij alleen is van eeuwigheid. Hij wordt niet groter en niet kleiner: Geen raadsman heeft Hij van node.
21Ele ordenou as poderosas obras de sua sabedoria. Ele existe desde a eternidade e para a eternidade. Nada lhes foi acrescentado nem retirado, e ele não precisou de conselheiro algum.
22Hoe lieflijk toch zijn al zijn werken, Al zien wij er slechts een vonkje van!
22Como são desejáveis todas as suas obras! Até uma centelha permite contemplá-las.
23Hij alleen leeft en blijft voor eeuwig, Al het andere is ondergeschikt aan zijn doel;
23Todas essas coisas vivem e permanecem para sempre, servindo a todos os seus propósitos, e todas lhe obedecem.
24Alles verschilt, het een van het ander, Maar niets is geschapen zonder doel.
24Todas as coisas existem aos pares, uma em oposição à outra, e ele nada fez incompleto.
25Het een is nog beter dan het ander; Wie kan zich verzadigen aan die pracht?
25Uma coisa confirma a bondade da outra. Quem jamais se cansará de contemplar sua glória?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.