Jezussirach 46
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Josuë, de zoon van Noen, was een machtig held, Moses' dienaar in het profetenambt; Die geschapen was, zoals zijn naam verluidt, Om een grote redding te zijn voor zijn uitverkorenen. Om wraak te nemen op den vijand, En Israël in het bezit van zijn erfdeel te stellen.
1Josué, filho de Num, foi valente na guerra e sucessor de Moisés na missão profética. Foi engrandecido de acordo com seu nome para a salvação dos eleitos de Deus, para se vingar dos inimigos que se levantaram contra eles e dar a Israel sua herança.
2Wat was hij groot, toen hij zijn hand verhief, En zijn lans zwaaide tegen de stad!
2Como foi glorificado quando levantou as mãos e estendeu a espada contra as cidades!
3Wie had er voor hem stand kunnen houden, Daar hij de krijg van Jahweh streed?
3Quem antes dele permaneceu tão firme? Pois o próprio Senhor conduziu seus inimigos até ele.
4Stond de zon niet stil op zijn bevel; Werd niet één dag toen als twee?
4O sol não recuou por sua mão? Um só dia não se tornou como dois?
5Hij riep den Allerhoogste aan, Toen de vijanden hem rondom belaagden; En de allerhoogste God verhoorde hem, Met hagelstenen van geweldige kracht.
5Ele clamou ao Altíssimo, o Poderoso, quando seus adversários o cercaram por todos os lados, e o grande Senhor o ouviu.
6Hij slingerde ze neer op het vijandige volk, En verdelgde Kanaän op de helling der bergen, Opdat alle volkeren onder de ban zouden weten, Dat Jahweh neerzag op hun krijg.
6Com pedras de granizo de grande poder, fez a guerra cair violentamente sobre a nação e na descida destruiu os que resistiam, para que as nações conhecessem sua armadura e soubessem como ele lutava diante do Senhor, pois seguia o Poderoso.
7Maar ook, omdat hij God had gehoorzaamd, En in de dagen van Moses Hem trouw was gebleven: Hij en Kaleb, de zoon van Jefoenne: Door stand te houden, toen het volk afviel, Door de toorn af te wenden van de gemeente, En het boze morren tot bedaren te brengen,
7Também nos dias de Moisés ele praticou uma obra de misericórdia, ele e Calebe, filho de Jefoné, quando resistiram ao adversário, impediram o povo de pecar e fizeram cessar sua murmuração perversa.
8Daarom werden zij beiden alleen uitgezonderd Van de zesmaal honderdduizend zwervers, En binnengevoerd in hun erfdeel, In het land, dat druipt van melk en honing.
8De seiscentos mil homens de infantaria, somente esses dois foram preservados para conduzi-los à sua herança, a uma terra que mana leite e mel.
9Aan Kaleb verleende hij bovendien kracht, Die hem bijbleef in zijn ouderdom. Hij voerde hem op naar de hoge streken, Waar zijn kroost zich een erfdeel verwierf;
9O Senhor deu força a Calebe, e ela permaneceu com ele até a velhice, de modo que entrou na região montanhosa e seus descendentes a receberam como herança,
10Opdat heel het geslacht van Jakob zou weten, Dat het goed is, Jahweh trouw te volgen!
10para que todos os filhos de Israel vissem que é bom seguir o Senhor.
11Ook de Rechters, ieder bij name, Allen, die onbedorven waren van hart En God niet ontrouw werden: Hun gedachtenis blijve in zegening,
11Também os juízes, cada um por seu nome, todos aqueles cujo coração não se entregou à imoralidade e que não se afastaram do Senhor: que sua memória seja bendita!
12Hun gebeente schiete nieuwe loten, En hun naam leve voort in hun zonen!
12Que seus ossos voltem a florescer de seu lugar e que o nome daqueles que foram honrados se renove em seus filhos.
13Geëerd bij zijn volk, door zijn Schepper bemind, Was hij, wiens geboorte werd afgebeden: Aan Jahweh gewijd in het profetenambt, Samuël, de Rechter en Priester. Op Gods bevel stelde hij het koningschap in, En zalfde vorsten over het volk.
13Samuel, profeta do Senhor, amado por seu Senhor, estabeleceu um reino e ungiu príncipes sobre seu povo.
14Hij gaf bevelen aan het vergaderde volk, En trok de tenten van Jakob rond;
14Pela Lei do Senhor, julgou a assembleia, e o Senhor cuidou de Jacó.
15Om zijn onkreukbaarheid was hij gezocht als profeet, Om zijn woord werd hij als ziener vertrouwd.
15Por sua fidelidade, mostrou-se verdadeiro profeta, e por suas palavras foi reconhecido como fiel em visão.
16Hij riep tot Jahweh, toen de vijand rondom hem belaagde, En offerde een vlekkeloos lam.
16Quando seus inimigos o pressionavam por todos os lados, clamou ao Senhor, o Poderoso, oferecendo um cordeiro ainda mamando.
17En Jahweh deed uit de hemel zijn donder weergalmen, Men hoorde zijn stem in machtig gedreun;
17Então o Senhor trovejou do céu e fez sua voz ser ouvida com grande estrondo.
18Hij sloeg de aanvoerders van den vijand te pletter, En bracht al de vorsten der Filistijnen ten onder
18Destruiu completamente os governantes dos tírios e todos os príncipes dos filisteus.
19En toen de tijd was gekomen van zijn ontslapen, Riep hij Jahweh en zijn gezalfde tot zijn getuige: “Van wien heb ik geschenken, een schoen slechts genomen?” En niemand was er, die er antwoord op gaf.
19Antes do tempo de seu longo sono, ele testemunhou diante do senhor e de seu ungido: “Não tomei os bens de ninguém, nem sequer uma sandália”; e ninguém o acusou.
20Zelfs na zijn dood werd hij nog ondervraagd En voorspelde den koning zijn lot; Hij verhief uit de aarde zijn profetische stem, Om een einde te maken aan het kwaad van het volk.
20Mesmo depois de adormecer, profetizou, mostrou ao rei o seu fim e levantou sua voz da terra em profecia, para apagar a maldade do povo.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.