Jezussirach 48
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Toen stond Elias op, een profeet als vuur, Met woorden als een gloeiende oven.
1Então Elias se levantou, profeta semelhante ao fogo, e sua palavra ardia como uma tocha.
2Hij ontnam hun de laatste bete broods, Roeide door zijn ijver hen bijna uit;
2Trouxe sobre eles uma fome e, por seu zelo, reduziu seu número.
3Hij sloot op Gods bevel de hemel, Liet vuur neerdalen tot driemaal toe.
3Pela palavra do Senhor, fechou os céus e fez o fogo descer três vezes.
4Elias, hoe eerbiedwaardig zijt gij; Wie kan zich uws gelijke noemen!
4Como você foi glorificado, ó Elias, por suas obras maravilhosas! Quem possui glória semelhante à sua?
5Gij, die een dode ten leven hebt opgewekt, Uit de onderwereld naar Jahweh's wil;
5Você levantou um morto da morte, do Hades, pela palavra do Altíssimo.
6Die koningen in het verderf hebt gestort, En prinsen van hun legersteden;
6Levou reis à destruição e homens honrados para fora de seus leitos.
7Die op de Sinaï straffen vernaamt, En op de Horeb wraakgerichten;
7Você ouviu repreensão no Sinai e julgamentos de vingança no Horebe.
8Die koningen gezalfd hebt tot bestraffers, En een profeet tot uw opvolger benoemde:
8Ungiu reis para executar retribuição e profetas para sucederem depois de você.
9Die werdt opgenomen in een stormwind, En in vurige scharen naar de hemel.
9Foi arrebatado num redemoinho de fogo, num carro de cavalos de fogo.
10Die volgens de Schrift gereed staat voor het einde, Om Gods toorn te bedaren, éér hij ontbrandt, Om het hart van de vaders tot hun zonen te keren En Jakobs stammen weer op te richten.
10Ficou registrado para repreender nos tempos determinados, para acalmar a ira antes que irrompesse em indignação, para fazer voltar o coração do pai ao filho e restaurar as tribos de Jacó.
11Gelukkig wie u zag, voordat hij stierf; Maar gelukkiger nog, wie dan leeft!
11Felizes os que viram você e os que foram embelezados pelo amor, pois nós também certamente viveremos.
12Toen Elias opvoer in de orkaan, Werd Eliseus van zijn geest vervuld. Hij verrichtte nog eens zoveel tekenen; Wonder was alles, wat zijn mond ontvlood. Zolang hij leefde, vreesde hij niemand; Geen sterveling heerste over zijn geest.
12Elias foi envolvido num redemoinho, e Eliseu ficou cheio de seu espírito. Em seus dias, não foi abalado pelo medo de governante algum, e ninguém conseguiu dominá-lo.
13Niets was voor hem te wonderbaar, Nog in het graf werkte zijn lijk als profeet;
13Nada era difícil demais para ele. Depois de sepultado, seu corpo profetizou.
14Hij deed tekenen bij zijn leven, En ook na zijn dood nog wrochtte hij wonderen.
14Assim como em vida realizou maravilhas, também na morte suas obras foram maravilhosas.
15Maar het volk bekeerde zich niet; Zij lieten niet af van hun zonden, Daarom werden zij tenslotte uit hun land verdreven En over heel de aarde verspreid.
15Apesar de tudo isso, o povo não se arrependeu nem abandonou seus pecados, até ser levado como despojo para longe de sua terra e disperso por toda a terra. Restou um povo muito pequeno, mas com um governante da casa de Davi.
16Maar aan Juda bleef nog een rest behouden, Aan het huis van David nog een vorst. Sommigen van hen deden wat recht is; Anderen echter waren vreselijk ontrouw.
16Alguns deles fizeram o que era correto, mas outros multiplicaram pecados.
17Ezekias versterkte zijn stad, Door er water binnen te leiden; Hij doorboorde de rotsen met ijzer, En versperde de bergen tot een waterbekken.
17Ezequias fortificou sua cidade e trouxe água para dentro dela. Perfurou a rocha com ferro e construiu reservatórios de água.
18In die tijd trok Sinacherib op, En zond zijn opperbevelhebber; Hij strekte de hand tegen Sion uit, En lasterde God in zijn hoogmoed.
18Em seus dias, Senaqueribe invadiu e enviou Rabsaqué, que depois partiu. Ele levantou a mão contra Sião e se vangloriou grandemente em sua arrogância.
19Toen sidderden hun harten om die overmoed, En ze beefden als een barende vrouw;
19Então o coração e as mãos deles tremeram, e sentiram dores como mulheres em trabalho de parto.
20Maar ze riepen tot den allerhoogsten God, En strekten hun hand naar Hem uit. En Hij gaf gehoor aan hun gebed, En redde hen door Isaias' hand;
20Mas clamaram ao Senhor misericordioso, estendendo as mãos para ele. O Santo rapidamente os ouviu do céu e os livrou pela mão de Isaías.
21Hij sloeg het kamp der Assyriërs, En verdelgde hen door de pest.
21Feriu o acampamento dos assírios, e seu anjo os destruiu completamente.
22Want Ezekias deed wat God behaagde En stond op Davids wegen vast, Zoals Isaias, de profeet, hem beval, Groot en betrouwbaar in zijn visioenen.
22Pois Ezequias fez o que agradava ao Senhor e permaneceu firme nos caminhos de Davi, seu antepassado, conforme ordenou Isaías, o profeta, que era grande e fiel em sua visão.
23In zijn dagen ging de zon terug, En werd het leven van den koning verlengd.
23Em seus dias, o sol recuou, e ele prolongou a vida do rei.
24In verheven geest schouwde hij het einde, En bracht aan Sions bedroefden troost;
24Por meio de um espírito extraordinário, viu o que aconteceria no futuro e consolou os que choravam em Sião.
25Tot in verre tijden voorspelde hij de toekomst En wat verborgen was, voordat het geschiedde.
25Mostrou as coisas que aconteceriam até o fim dos tempos e as coisas ocultas antes que acontecessem.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.