Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Soms is een terechtwijzing wel wat ontijdig; Zwijgen kan soms verstandig zijn.
1Há repreensão que não vem no momento certo, e há quem seja sábio o bastante para ficar em silêncio.
2Toch is het beter, te berispen dan te razen; Want wie bekent, wordt voor slechter bewaard.
2É melhor repreender do que permanecer irado, e quem confessa sua falta será preservado de dano.
4Als een ontmande, die in hartstocht een jonkvrouw onteert: Zo is hij, die een berisping geeft met geweld.
4Como o desejo de um eunuco de tirar a virgindade de uma jovem, assim é quem executa julgamentos com violência.
5Er zijn er, die hun wijsheid tonen door zwijgen, Zoals anderen zich gehaat maken door hun gepraat.
5Há quem fique em silêncio e seja considerado sábio, e há quem seja odiado por falar demais.
6Er zijn er, die zwijgen, bij gebrek aan een antwoord, Maar anderen zwijgen, en wachten hun tijd.
6Há quem fique em silêncio porque não tem resposta, e há quem fique em silêncio porque sabe quando falar.
7De wijze zwijgt, tot zijn tijd is gekomen, Maar de zwetser en dwaze let op geen tijd.
7O sábio ficará calado até chegar sua hora, mas o fanfarrão e o insensato perderão a ocasião certa.
8Aan een praatvaar heeft men een hekel, En wie zich veel aanmatigt, wordt gehaat.
8Quem fala demais será detestado, e quem toma autoridade para si será odiado por isso.
9Een schijnbaar succes strekt den mens soms tot onheil, En een gewin wordt soms een verlies.
9Há prosperidade que alguém encontra em meio às desgraças, e há ganho que se transforma em perda.
10Soms brengt een geschenk u geen voordeel, En soms wordt het dubbel vergolden.
10Há presente que não traz proveito, e há presente que rende o dobro.
11Soms vindt men vernedering in plaats van glorie, En anderen heffen na de vernedering het hoofd omhoog.
11Há perdas causadas pela busca de glória, e há quem tenha levantado a cabeça depois de uma condição humilde.
12De een koopt veel voor weinig geld, Een ander betaalt het zevenvoudig.
12Há quem compre muito por pouco e depois pague por isso sete vezes mais.
13De wijze maakt zich bemind met spreken, Het vleien der dwazen is tevergeefs.
13Quem é sábio nas palavras se tornará amado, mas as gentilezas dos insensatos serão desperdiçadas.
14Het geschenk van een dwaas zal u niet baten, Want in plaats van één heeft hij vele ogen;
14O presente do insensato não lhe trará proveito, pois ele espera muitas retribuições em troca de uma só dádiva.
15Hij geeft slechts weinig, maar doet veel verwijten, En zet zijn mond als een omroeper open. Vandaag zal hij lenen, morgen eist hij het terug; Hoe hatelijk is zo'n mens!
15Dá pouco e insulta muito. Abre a boca como um arauto. Hoje empresta, e amanhã exige de volta. Uma pessoa assim é detestável.
16De dwaas moet zeggen: Ik heb geen vriend; Ik ontvang geen dank voor mijn gaven.
16O insensato dirá: “Não tenho amigo e ninguém agradece minhas boas obras. Os que comem meu pão falam mal de mim.”
17Die zijn brood eten, hebben een valse tong; Wat lachen zij hem dikwijls uit! Want zonder takt deelt hij uit, wat hij moest behouden, Met wat hij niet hoeft te behouden.
17Quantas vezes, e por quantas pessoas, ele será ridicularizado!
18Liever een gladde vloer dan een gladde tong; Daardoor komt de boze spoedig ten val.
18É melhor escorregar no chão do que tropeçar com a língua. Assim também a queda dos perversos virá rapidamente.
19Een ontijdig woord is als een onaangenaam mens; Een onbeschaafd man heeft het steeds in de mond.
19Uma pessoa sem graça é como uma história contada fora de hora; ela estará continuamente na boca dos ignorantes.
20Een spreuk uit de mond van een dwaas heeft geen waarde; Want hij zegt ze niet op de rechte tijd.
20Um provérbio dito pela boca de um insensato será rejeitado, pois ele não o dirá no momento apropriado.
21Soms wordt men door armoe belet om te zondigen; Men heeft dan ook geen last van de wroeging.
21Há quem seja impedido de pecar por falta de recursos; quando descansar, não será perturbado.
22Maar velen storten zich in het verderf door schaamte, En gaan te gronde om wille van een dwaas;
22Há quem destrua a própria alma por vergonha, e por causa de uma aparência insensata a destrói.
23Zij doen aan een vriend beloften uit menselijk opzicht, En maken hem zo tot vijand om niet.
23Há quem, por vergonha, faça promessas a um amigo e, sem necessidade, transforme-o em inimigo.
24De leugen is een lelijke vlek op den mens; Toch vindt men ze dikwijls in de mond van onbeheersten.
24A mentira é uma mancha vergonhosa numa pessoa; ela está continuamente na boca dos ignorantes.
25Beter een dief, dan wie altijd liegt; Maar beiden oogsten verderf.
25É melhor um ladrão do que alguém que mente continuamente, mas ambos herdarão a destruição.
26Het gedrag van een leugenaar is eerloos, En zijn schande kleeft hem altijd aan.
26O destino do mentiroso é a desonra, e sua vergonha permanece continuamente com ele.
27Wie wijs is in het spreken, brengt zichzelf vooruit; Want een verstandig mens behaagt aan de groten.
27Quem é sábio nas palavras fará progresso, e quem é prudente agradará aos grandes.
28Wie het land bewerkt, maakt hoge schelven, Maar wie gerechtigheid oefent, wordt zelf verheven.
28Quem cultiva sua terra aumentará sua colheita, e quem agrada aos grandes obterá perdão por sua iniquidade.
29Giften en geschenken verblinden het oog van den wijze, En houden als een muilkorf de berisping terug in zijn mond.
29Favores e presentes cegam os olhos dos sábios e, como uma mordaça na boca, impedem a repreensão.
30Verborgen wijsheid en een verstopte schat: Wat voor nut hebben beide?
30Sabedoria escondida e tesouro que ninguém vê: que proveito há em qualquer dos dois?
31Beter een mens, die zijn dwaasheid verbergt, Dan een, die zijn wijsheid verstopt.
31Melhor é a pessoa que esconde sua insensatez do que aquela que esconde sua sabedoria.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.