Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Maar schaam u niet over wat nu gaat volgen, En zondig niet uit menselijk opzicht:
1Repeat not the word which thou hast heard, and disclose not the thing that is secret; so shalt thou be truly without confusion, and shall find favour before all men: be not ashamed of any of these things, and accept no person to sin thereby:
2Over de Wet van den Allerhoogste en zijn bestel, Over zijn geboden, zodat ge den zondaar ontslaat;
2Of the law of the most High, and of his covenant, and of judgment to justify the ungodly:
3Over verantwoording geven aan vriend of vorst, Over het verdelen van erfenis en bezit;
3Of the affair of companions and travellers, and of the gift of the inheritance of friends:
4Over juistheid van balans en weegschaal, Over ongereptheid van maat en gewicht;
4Of exactness of balance and weights, of getting much or little:
5Over winsten, groot of klein, Over het betalen van koopwaar; Over veelvuldig bestraffen der kinderen, Over bloedig kastijden van een slechten slaaf.
5Of the corruption of buying, and of merchants, and of much correction of children, and to make the side of a wicked slave to bleed.
6Bij een slechte vrouw is een zegel verstandig; Waar veel handen zijn, komt een sleutel van pas.
6Sure keeping is good over a wicked wife.
7Schrijf op, als ge iets in bewaring geeft; Uitgaven en inkomsten, alles op schrift!
7Where there are many hands, shut up, and deliver all things in number, and weight: and put all in writing that thou givest out or receivest in.
8Schaam u niet, een dwaas of een zot terecht te wijzen, Of zelfs een grijsaard, die plannen van ontucht beraamt. Dan zult ge werkelijk verstandig blijken, En achtenswaardig voor al wat leeft!
8Be not ashamed to inform the unwise and foolish, and the aged, that are judged I by young men: and thou shalt be well instructed in all things, and well approved in the sight of all men living.
9Een dochter is voor een vader een zorgelijke schat, De zorg over haar verstoort zijn slaap; In haar jeugd: dat ze niet blijft zitten, En is ze getrouwd: dat ze niet wordt verstoten.
9The father waketh for the daughter when no man knoweth, and the care for her taketh away his sleep, when she is young, lest she pass away the flower of her age, and when she is married, lest she should be hateful:
10In haar meisjesjaren: dat ze zich niet laat verleiden, In het huis van haar man: dat ze niet ontrouw wordt; In het huis van haar vader: dat ze geen moeder wordt, In het huis van haar man: dat ze niet kinderloos blijft.
10In her virginity, lest she should be corrupted, and be found with child in her father’s house: and having a husband, lest she should misbehave herself, or at the least become barren.
11Houd uw dochter goed onder tucht, Opdat ze u geen kwade naam bezorgt, Geen gepraat in de stad of oploop van volk, U niet te schande maakt voor de bijeenkomst in de poort. De plaats, waar ze verblijft, zij geen venster, Geen plek, waar men iedereen ziet, die voorbijgaat.
11Keep a sure watch over a shameless daughter: lest at any time she make thee become a laughingstock to thy enemies, and a byword in the city, and a reproach among the people, and she make thee ashamed before all the multitude.
12Ze mag geen man haar schoonheid doen zien. Zelfs niet deelnemen aan de gesprekken der vrouwen.
12Behold not everybody’s beauty: and tarry not among women.
13Want zoals de mot uit het kleed, Zo komt de slechtheid der vrouw van een andere vrouw.
13For from garments cometh a moth, and from a woman the iniquity of a man.
14Beter een slechte man dan een slechte vrouw; Want een huis vol schande brengt zo'n vrouw te weeg.
14For better is the iniquity of a man, than a woman doing a good turn, and a woman bringing shame and reproach.
15Tweede afdeling. De wijsheid in de historie. Eerste deel. Lof der wijsheid in Gods schepping. Ik wil de werken Gods gedenken, En wat ik gezien heb, verkonden. Door Gods woord werden zij geschapen; Zij volbrengen zijn wil naar zijn bestel.
15I will now remember the works of the Lord, and I will declare the things I have seen. By the words of the Lord are his works.
16Zoals de zon het heelal verlicht, Straalt Jahweh's glorie over al zijn werken.
16The sun giving light hath looked upon all things, and full of the glory of the Lord is his work.
17Gods heiligen zelfs zijn niet bij machte, Jahweh's wonderwerken te roemen. God heeft zijn legerscharen kracht gegeven, Om voor zijn glorie te kunnen bestaan.
17Hath not the Lord made the saints to declare all his wonderful works, which the Lord Almighty hath firmly settled to be established for his glory?
18Hij peilt de afgrond en het mensenhart; Hij doorschouwt ze in al hun naaktheid.
18He hath searched out the deep, and the heart of men: and considered their crafty devices.
19Hij onthult verleden en toekomst, En maakt bekend, wat verborgen is;
19For the Lord knoweth all knowledge, and hath beheld the signs of the world, he declareth the things that are past, and the things that are to come, and revealeth the traces of hidden things.
20Er bestaat geen kennis. die Hem ontbreekt, Geen ding, dat Hem ontgaat.
20No thought escapeth him, and no word can hide itself from him.
21De kracht van zijn Wijsheid staat ongeschokt, Hij alleen is van eeuwigheid. Hij wordt niet groter en niet kleiner: Geen raadsman heeft Hij van node.
21He hath beautified the glorious works of his wisdom: and he Is from eternity to eternity, and to him nothing may be added,
22Hoe lieflijk toch zijn al zijn werken, Al zien wij er slechts een vonkje van!
22Nor can he be diminished, and he hath no need of any counsellor.
23Hij alleen leeft en blijft voor eeuwig, Al het andere is ondergeschikt aan zijn doel;
23O how desirable are all his works, and what we can know is but as a spark!
24Alles verschilt, het een van het ander, Maar niets is geschapen zonder doel.
24All these things live, and remain for ever, and for every use all things obey him.
25Het een is nog beter dan het ander; Wie kan zich verzadigen aan die pracht?
25All things are double, one against another, and he hath made nothing defective.
no verse 26 in this text
26He hath established the good things of every one. And who shall be filled with beholding his glory?

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.