Jezussirach 42
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Maar schaam u niet over wat nu gaat volgen, En zondig niet uit menselijk opzicht:
1Of these things be not thou ashamed, and accept no person to sin thereby:
2Over de Wet van den Allerhoogste en zijn bestel, Over zijn geboden, zodat ge den zondaar ontslaat;
2Of the law of the most High, and his covenant; and of judgment to justify the ungodly;
3Over verantwoording geven aan vriend of vorst, Over het verdelen van erfenis en bezit;
3Of reckoning with thy partners and travellers; or of the gift of the heritage of friends;
4Over juistheid van balans en weegschaal, Over ongereptheid van maat en gewicht;
4Of exactness of balance and weights; or of getting much or little;
5Over winsten, groot of klein, Over het betalen van koopwaar; Over veelvuldig bestraffen der kinderen, Over bloedig kastijden van een slechten slaaf.
5And of merchants’ indifferent selling; of much correction of children; and to make the side of an evil servant to bleed.
6Bij een slechte vrouw is een zegel verstandig; Waar veel handen zijn, komt een sleutel van pas.
6Sure keeping is good, where an evil wife is; and shut up, where many hands are.
7Schrijf op, als ge iets in bewaring geeft; Uitgaven en inkomsten, alles op schrift!
7Deliver all things in number and weight; and put all in writing that thou givest out, or receivest in.
8Schaam u niet, een dwaas of een zot terecht te wijzen, Of zelfs een grijsaard, die plannen van ontucht beraamt. Dan zult ge werkelijk verstandig blijken, En achtenswaardig voor al wat leeft!
8Be not ashamed to inform the unwise and foolish, and the extreme aged that contendeth with those that are young: thus shalt thou be truly learned, and approved of all men living.
9Een dochter is voor een vader een zorgelijke schat, De zorg over haar verstoort zijn slaap; In haar jeugd: dat ze niet blijft zitten, En is ze getrouwd: dat ze niet wordt verstoten.
9The father waketh for the daughter, when no man knoweth; and the care for her taketh away sleep: when she is young, lest she pass away the flower of her age; and being married, lest she should be hated:
10In haar meisjesjaren: dat ze zich niet laat verleiden, In het huis van haar man: dat ze niet ontrouw wordt; In het huis van haar vader: dat ze geen moeder wordt, In het huis van haar man: dat ze niet kinderloos blijft.
10In her virginity, lest she should be defiled and gotten with child in her father’s house; and having an husband, lest she should misbehave herself; and when she is married, lest she should be barren.
11Houd uw dochter goed onder tucht, Opdat ze u geen kwade naam bezorgt, Geen gepraat in de stad of oploop van volk, U niet te schande maakt voor de bijeenkomst in de poort. De plaats, waar ze verblijft, zij geen venster, Geen plek, waar men iedereen ziet, die voorbijgaat.
11Keep a sure watch over a shameless daughter, lest she make thee a laughingstock to thine enemies, and a byword in the city, and a reproach among the people, and make thee ashamed before the multitude.
12Ze mag geen man haar schoonheid doen zien. Zelfs niet deelnemen aan de gesprekken der vrouwen.
12Behold not every body’s beauty, and sit not in the midst of women.
13Want zoals de mot uit het kleed, Zo komt de slechtheid der vrouw van een andere vrouw.
13For from garments cometh a moth, and from women wickedness.
14Beter een slechte man dan een slechte vrouw; Want een huis vol schande brengt zo'n vrouw te weeg.
14Better is the churlishness of a man than a courteous woman, a woman, I say, which bringeth shame and reproach.
15Tweede afdeling. De wijsheid in de historie. Eerste deel. Lof der wijsheid in Gods schepping. Ik wil de werken Gods gedenken, En wat ik gezien heb, verkonden. Door Gods woord werden zij geschapen; Zij volbrengen zijn wil naar zijn bestel.
15I will now remember the works of the Lord, and declare the things that I have seen: In the words of the Lord are his works.
16Zoals de zon het heelal verlicht, Straalt Jahweh's glorie over al zijn werken.
16The sun that giveth light looketh upon all things, and the work thereof is full of the glory of the Lord.
17Gods heiligen zelfs zijn niet bij machte, Jahweh's wonderwerken te roemen. God heeft zijn legerscharen kracht gegeven, Om voor zijn glorie te kunnen bestaan.
17The Lord hath not given power to the saints to declare all his marvellous works, which the Almighty Lord firmly settled, that whatsoever is might be established for his glory.
18Hij peilt de afgrond en het mensenhart; Hij doorschouwt ze in al hun naaktheid.
18He seeketh out the deep, and the heart, and considereth their crafty devices: for the Lord knoweth all that may be known, and he beholdeth the signs of the world.
19Hij onthult verleden en toekomst, En maakt bekend, wat verborgen is;
19He declareth the things that are past, and for to come, and revealeth the steps of hidden things.
20Er bestaat geen kennis. die Hem ontbreekt, Geen ding, dat Hem ontgaat.
20No thought escapeth him, neither any word is hidden from him.
21De kracht van zijn Wijsheid staat ongeschokt, Hij alleen is van eeuwigheid. Hij wordt niet groter en niet kleiner: Geen raadsman heeft Hij van node.
21He hath garnished the excellent works of his wisdom, and he is from everlasting to everlasting: unto him may nothing be added, neither can he be diminished, and he hath no need of any counsellor.
22Hoe lieflijk toch zijn al zijn werken, Al zien wij er slechts een vonkje van!
22Oh how desirable are all his works! and that a man may see even to a spark.
23Hij alleen leeft en blijft voor eeuwig, Al het andere is ondergeschikt aan zijn doel;
23All these things live and remain for ever for all uses, and they are all obedient.
24Alles verschilt, het een van het ander, Maar niets is geschapen zonder doel.
24All things are double one against another: and he hath made nothing imperfect.
25Het een is nog beter dan het ander; Wie kan zich verzadigen aan die pracht?
25One thing establisheth the good or another: and who shall be filled with beholding his glory?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.