Hebreeen 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daar de Wet slechts de schaduw bezit der toekomstige goederen en niet het wezen dier dingen zelf, kan ze onmogelijk door offers, welke men jaarlijks opdraagt op dezelfde wijze, hen die er aan deelnemen, ééns en voor al tot volmaaktheid brengen.
1Маючи бо закон тїнь будучих благ, а не самий образ річей, щороку тими самими жертвами, які приносять без перестану, нїколи не може звершити приступаючих.
2Zou anders het offeren niet hebben opgehouden, omdat dan de offeraars ééns en voor al waren gereinigd en zich geen zonden meer waren bewust?
2Ато б перестали приносити їх, не мавши вже ті, хто служить, нїякої совісти за гріхи, раз очистившись.
3Maar nu wordt integendeel ieder jaar de gedachte aan zonde opnieuw daardoor opgewekt.
3А в них що року (робить ся) спомни гріхів.
4Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.
4Не можна бо, щоб кров волова та козлина знимала гріхи.
5Daarom zegt Hij bij zijn Intreden in de wereld: Offers noch gaven hebt Gij gewild, Maar een Lichaam hebt Gij Mij bereid.
5Тим же, входячи у сьвіт, глаголе: „Жертви і приносу не схотїв єси, тїло ж наготовив Менї єси.
6Brand- en zoenoffers behaagden U niet,
6Огняні жертви і (жертви) за гріх не вподобав єси.
7Toen zeide Ik: Zie Ik kom! In de boekrol staat van Mij geschreven, Uw wil te volbrengen, o God!
7Тодї я сказав: Ось, ійду (у починї книги написано про мене) вчинити волю Твою, Боже.‟
8Daar Hij nu eerst heeft gezegd: “Offers en gaven, brand- en zoenoffers hebt Gij niet gewild, behaagden U niet,” ofschoon ze volgens de Wet worden geofferd;
8Сказавши вище: „Що жертва і принос і огняні жертви і (жертви) за гріхи не схотїв єси, анї вподобав єси,‟ котрі по закону приносять ся,
9en Hij vervolgens sprak: “Zie Ik kom, om uw wil te volbrengen;” zó heeft Hij het eerste afgeschaft, om het tweede in te stellen.
9потім рече: „Ось, ійду вчинити волю Твою, Боже.‟ Зносить перве, щоб друге поставити.
10Uit kracht van die wil zijn wij ééns en voor al geheiligd door het Offer van het Lichaam van Jesus Christus.
10По сїй-то волї осьвячені ми одним приносом тїла Ісус-Христового.
11En terwijl iedere priester, dag in dag uit, dienst staat te verrichten en meermalen dezelfde offers opdraagt, welke toch nimmer de zonde kunnen wegnemen,
11І всякий же сьвященик стоїть що-дня служачи і много раз ті ж самі жертви приносячи, котрі нїколи не можуть зняти гріхів.
12heeft Hij daarentegen, ééns en voor al, één enkel Offer gebracht voor de zonden, “en is Hij gezeten aan Gods rechterhand,”
12Він же, принїсши одну жертву за гріхи, сїв на завсїди по правицї Бога,
13in afwachting “tot zijn vijanden neergelegd zijn als voetbank voor zijn voeten.”
13дожидаючи далїй, доки положять ся вороги Його підніжком ніг Його.
14Immers door één enkel Offer heeft Hij de geheiligden, ééns en voor al, tot volmaaktheid gebracht. Dit getuigt ons ook de heilige Geest.
14Одним бо приносом звершив на віки осьвячуємих.
15Want nadat Hij gesproken heeft:
15Сьвідкує ж нам і Дух сьвятий; по реченому бо перше:
16“Dit is het Verbond, dat Ik sluit Met hen na deze dagen,” Spreekt de Heer: Mijn wetten zal Ik prenten in hun harten, Ik zal ze schrijven in hun verstand;
16„Се завіт, що завітувати му з ними після тих днїв‟, глаголе Господь: „Давши закони мої в серця їх, і в думках їх напишу їх,
17En hun zonden en ongerechtigheden Zal Ik niet langer gedenken.
17і гріхів їх і беззаконий їх не споминати му вже.‟
18Welnu, waar deze vergeven zijn, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.
18А де відпущеннє гріхів, там нема вже приносу за гріхи.
19Welnu dan broeders, daar we de vaste zekerheid hebben, dat door het Bloed van Jesus de weg tot het Heiligdom ons open staat,
19Оце ж, браттє, маючи свободу входити у сьвятиню кровю Ісусовою,
20—een nieuwe en levende weg, die Hij ons heeft gebaand door het Voorhangsel heen, namelijk dat van zijn Vlees,
20дорогою новою і живою, котру обновив нам Він завісою, се єсть тїлом своїм,
21daar we eveneens “een Hogepriester over Gods Huis” hebben:
21і Єрея великого над домом Божим,
22zo laat ons toetreden met een oprecht hart en in volle geloofsovertuiging; onze harten door besprenkeling gezuiverd van een slecht geweten, ons lichaam door rein water gewassen.
22приступаймо з щирим серцем в повнотї віри, окропивши серця від совісти лукавої, і обмивши тїло водою чистою;
23Laat ons onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis der hoop; want Hij die de belofte deed, is getrouw.
23держімо непохибне визнаннє надїї (вірен бо Той, хто обіцяв)
24Laat ons elkander gadeslaan, om ons tot liefde te prikkelen en goede werken;
24і назираймо один одного, заохочуючи до любови і добрих дїл,
25verwaarloost het gemeenschapsleven niet, zoals sommigen plegen te doen; maar vermaant elkander, te meer, daar gij de Dag ziet naderen.
25не покидаючи громади своєї, як у деяких є звичай, а один одного піддержуючи, і стілько більше, скілько більше бачите, що наближуєть ся день.
26Want wanneer we, na de kennis der waarheid te hebben ontvangen, wetens en willens zondigen, dan is er geen offer voor de zonden meer in uitzicht,
26Бо коли ми самохіть грішимо, прийнявши розум правди, то вже не зостаєть ся жертви за гріхи,
27maar slechts een vreselijke verwachting van oordeel en vuurgloed, die de weerspannigen zal verslinden.
27а якесь страшне сподїваннє суду і огняний гнїв, що має пожерти противників.
28Verwerpt iemand de Wet van Moses, zonder genade “sterft hij op het woord van twee of drie getuigen;”
28Хто відцурав ся закону Мойсейового, при двох або трьох сьвідках, смерть йому без милосердя:
29hoeveel zwaarder straf, dunkt u, zal hij dan verdienen, die den Zoon van God met voeten treedt, het Bloed van het Verbond veracht, waardoor hij geheiligd is, en den Geest der genade durft honen?
29Скільки ж, думаєте, гіршої муки заслужить, хто Сина Божого потоптав і кров завіту, котрою осьвятив ся, вважав за звичайну, і Духа благодати зневажив?
30We weten toch, dat Hij gezegd heeft: “Aan Mij is de wraak; Ik zal vergelden;” en eveneens: “de Heer zal zijn volk oordelen.”
30Знаємо Того, хто промовив: „Менї відомщеннє, я віддам, глаголе Господь‟; і знов: „Господь судити ме людей своїх.‟
31Vreselijk is het, te vallen in de handen van den levenden God.
31Страшно впасти в руки Бога живого.
32Denkt eens terug aan de dagen, toen gij het licht hebt ontvangen, en daardoor zulk een smartelijke strijd hebt doorstaan:
32Згадайте ж перші днї, в котрі ви, просьвітившись, перенесли велику боротьбу терпіння,
33nu eens zelf een toonbeeld van smaad en druk, dan weer één met hen, wie het zó verging.
33то на зневагу і знущаннє виставлювані, то буваючи спільниками тих, що так жили.
34Inderdaad, toen hebt gij mee geleden met hen, die gevangen waren, en de roof uwer goederen met blijdschap verdragen, in de overtuiging, dat gij betere en blijvende goederen bezit.
34Бо і в моїх кайданах ви зо мною мучились, і жакуваннє маєтків ваших з радістю приймали, відаючи, що маєте собі маєток на небесах вічний і луччий.
35Werpt dus uw vast vertrouwen niet weg, dat een grote beloning in zich sluit.
35Не кидайте ж сьміливости вашої, котра має нагороду велику.
36Volharding toch is noodzakelijk voor u, om de wil van God te volbrengen en te verkrijgen wat beloofd is.
36Терпіннє бо вам треба мати, щоб, волю Божу вчинивши, прийняли обітуваннє.
37Want nog een kleine, kleine tijd: Hij die komt, zal komen, En Hij zal niet toeven.
37Вже бо незабаром ось, ось Грядущий прийде, і не загаєть ся.
38Mijn rechtvaardige zal leven door geloof; Maar zo hij terugdeinst, Heeft mijn ziel geen behagen in hem.
38„А праведний з віри жив буде,‟ і: „Коли хто малодушен, не вподобає душа моя його.‟
39Welnu, wij zijn geen mensen van terugdeinzen ten verderve, maar van geloven tot behoud onzer ziel.
39Ми ж не малодушні (собі) на погибель, а віруючі на спасеннє душі.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.