Hebreeen
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Hoofdzaak echter van wat gesproken wordt, is het volgende: Een zo groot Hogepriester hebben we, dat Hij gezeten is ter rechterzijde van de troon der Majesteit in de hemelen,
1Голова ж сказаного: Такого маємо Архиєрея, що сїв по правицї престола величчя на небесах,
2en dat Hij Bedienaar is van het Heiligdom en van het ware Tabernakel, dat de Heer heeft opgericht, en niet een mens.
2служителя сьвятинї і скинї істинної, котру поставив Господь, а не чоловік.
3Want iedere hogepriester is aangesteld, om gaven en offers te brengen; daarom moet ook Hij iets hebben, om te offeren.
3Всякий бо архиєрей поставляєть ся, щоб приносити дари і жертви; тим треба й Сьому що мати, щоб принести.
4Welnu, indien Hij op aarde was, dan zou Hij zelfs niet eens priester zijn. Want daar zijn offeraars volgens de Wet,
4Бо коли б Він був на землї, не був би священиком, (де) є священики, що приносять по закону дари,
5en deze verrichten de dienst bij het afbeeldsel, de schaduw der hemelse dingen; zoals dit aan Moses, toen hij het tabernakel wilde vervaardigen, door een godsspraak werd duidelijk gemaakt, daar Hij sprak: “Zorg er voor, dat ge alles vervaardigt naar het model, dat u op de berg is getoond.”
5котрі служать образу і тїнї небесного, яко ж глаголано Мойсейові, як хотїв зробити скиню. „Гледи бо‟, рече, „зроби все по взору, показаному тобі на горі.‟
6Maar thans heeft Hij een veel voortreffelijker bediening ontvangen, naarmate het Verbond, waarvan Hij Middelaar werd, volmaakter is, en op volmaaktere beloften rust.
6Тепер же (Христос) лучче знарядив служеннє, на скілько Він посередник луччого завіту, котрий на луччих обітницях узаконив ся.
7Want zo het eerste zonder gebrek was geweest, dan zou er geen plaats zijn gezocht voor een tweede.
7Бо коли б первий той був без пороку, не шукалось би місця другому.
8Maar Hij zegt, om hen te berispen: Ziet, de dagen komen, Spreekt de Heer, Dat Ik met het huis van Israël En met het huis van Juda Een nieuw Verbond zal sluiten.
8Докоряючи бо їх глаголе: „Ось ідуть днї, глаголе Господь, і зроблю з домом Ізраїлевим і з домом Юдовим завіт новий,
9Niet als het verbond, dat Ik met hun vaderen sloot, Toen Ik ze bij de hand heb gevat, Om ze uit het land van Egypte te leiden. Want zij deden mijn verbond niet gestand, En Ik bekommerde Mij niet over hen, Spreekt de Heer.
9не по завіту, що зробив я з отцями вашими, того дня, як узяв я їх за руку, щоб вивести їх із землї Єгипецької: бо вони не пробували в завітї моїм, і я занедбав їх, глаголе Господь.
10Maar dit is het Verbond, dat Ik sluit Met Israëls huis na deze dagen, spreekt de Heer. Mijn wetten zal Ik prenten in hun verstand, Ik zal ze schrijven op hun hart; En Ik zal hun God, Zij zullen mijn volk zijn!
10Тим се завіт, котрий зроблю дому Ізраїлевому по тих днях, глаголе Господь: Давши закони мої в думку їх, і на серцях їх напишу їх, і буду їм Бог, а вони будуть менї народ.
11Dan behoeven ze elkander niet meer te leren, De een tot den ander niet te zeggen: Leert den Heer kennen. Neen, dan zullen zij allen Mij kennen, Kleinen en groten;
11І не вчити ме кожен ближнього свого, і кожен брата свого, говорячи: Познай Господа; бо всї знати муть мене від малого та й до великого між ними.
12Want dan zal Ik hun ongerechtigheden genadig zijn, Hun zonden niet langer gedenken.
12Тим що милостив буду на неправди їх, і гріхів їх і беззаконий їх не згадувати му більше.‟
13Door van een nieuw Verbond te spreken, heeft Hij het vroegere verouderd verklaard; welnu, wat verouderd is en afgeleefd, is zijn opheffing nabij.
13А що глаголе: „новий‟, то обветшив первого; що ж обветшало і зстарілось, те близьке зотлїння.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.