Hebreeen
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Heilige broeders, deelgenoten ener hemelse roeping, beschouwt dus den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis: Jesus,
1Тим же, браттє сьвяте, поклику небесного спільники, вважайте на Посланика і Сьвятителя визнання нашого, на Христа Ісуса.
2die getrouw is aan Hem, die Hem gemaakt heeft, zoals ook “Moses in geheel zijn huis.”
2Вірен Він Тому, хто настановив Його, як і Мойсей у всьому домі Його:
3Tegenover Moses is Hij immers in die mate groter eer waardig, als de bouwheer meer eer geniet dan het huis.
3більшої бо слави Сей над Мойсея сподобив ся, скільки більшу честь має, нїж будинок, той, хто збудував його.
4Elk huis toch wordt door iemand gebouwd; maar de Bouwheer van alles is God.
4Всякий бо будинок будує хтось, а хто все збудував, се Бог.
5Moses nu was wel “getrouw in geheel zijn huis” als dienstknecht, om getuigenis af te leggen van wat verkondigd zou worden,
5І Мойсей же вірен у всьому домі Його, яко слуга, на сьвідченнє тому, що мало глаголатись;
6maar Christus is het als Zoon boven zijn huis; zijn huis zijn wij, indien wij de zekerheid der hoop en het roemen daarop ongeschokt bewaren ten einde toe.
6Христос же, яко Син, в домі Його, котрого дім ми, коли свободу і похвалу надїї аж до кінця твердо держати мем.
7Daarom zegt de heilige Geest: Als gij dan heden mijn stem verneemt,
7Тим же (яко ж глаголе Дух сьвятий): Сьогоднї, як голос мій почуєте,
8Verstokt dan uw harten niet als bij de Verbittering, Als op de dag der Verzoeking in de woestijn,
8не закаменяйте сердець ваших, як в прогнїванню, в день спокуси в пустинї,
9Toen uw vaders Mij tartten en beproefden,
9де спокушували мене батьки ваші, досьвідчались про мене, й видїли дїла мої сорок років.
10Ofschoon ze mijn werken hadden aanschouwd veertig jaar lang. Daarom werd Ik toornig op dat geslacht, En Ik sprak: Steeds dwaalt hun hart van Mij af, En mijn wegen kennen ze niet.
10За се прогнївивсь я на рід той і сказав: Завсїди заблуджують серцем, і не пізнали вони доріг моїх;
11Daarom zwoer Ik in mijn toorn: Neen, ze zullen niet ingaan in mijn Rust!
11так що поклявсь я в гнїві моїм: Чи (коли) ввійдуть вони в відпочинок мій.
12Broeders, zorgt er voor, dat in niemand van u een boos en ongelovig hart wordt gevonden door de afval van den levenden God;
12Остерегайтесь, браттє, щоб не було в кого з вас серце лукаве і невірне, та не відступило від Бога живого.
13maar vermaant elkander iedere dag, zolang het “Heden” nog voortduurt, opdat niemand van u wordt verstokt door de verleiding der zonde.
13А вговорюйте один одного щодня, доки сьогоднї зоветь ся, щоб не став которий з вас запеклим через підступ гріха.
14Want we delen slechts met Christus mee, zo we de aanvankelijke overtuiging ongeschokt bewaren ten einde toe.
14Бо ми стали ся спільниками Христовими, коли тільки початок істнування до кінця твердо додержимо.
15Wanneer er dus wordt gezegd: “Als gij dan heden mijn stem verneemt, verstokt uw harten niet als bij de Verbittering”
15Коли (нам) глаголеть ся: „Сьогоднї, коли почуєте голос Його, не закаменяйте сердець ваших, як у прогнїванню.‟
16wie waren het dan, die vernamen en verbitterden? Waren het niet allen, die, dank zij Moses, Egypte waren uitgetrokken?
16Деякі бо, чувши, прогнївали (Бога), тільки ж не всї, що вийшли з Єгипту з Мойсейом.
17Of tegen wie toornde Hij veertig jaar lang? Was het niet tegen hen, die gezondigd hadden, wier lijken neerlagen in de woestijn?
17На кого ж Він гнївив ся сорок років? Чи не на тих, що грішили, котрих костї полягли в пустинї?
18En tegen wie anders heeft Hij gezworen, dat ze niet zouden ingaan in zijn Rust, dan juist tegen de ongehoorzamen?
18Кому ж Він кляв ся, що не ввійдуть у впокій Його, коли не неслухняним?
19Zo zien we, dat ze niet konden ingaan om hun ongeloof.
19І бачимо, що не змогли ввійти за невірство.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.