Prediker
Chapter 10
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dode vliegen verpesten welriekende balsem; Zo verliest de edelste wijsheid door een weinig dwaasheid haar roem.
1Мертві мухи псують запах пахущої мастї у мироварника; таке ж чинить і мала дурнота в поважного чоловіка з його розумом і честю.
2Het hart van den wijze zit rechts, Het hart van den dwaze zit links.
2Серце в мудрого (повертає) в правий бік, а серце в дурного — у лївий бік.
3Welke weg de dwaas ook gaat, zijn verstand schiet te kort; Maar van iedereen zegt hij: Wat een dwaas!
3Якою б дорогою нї йшов дурний, — нема в його глузду: кожному виявить, що він дурний.
4Als de toorn van een vorst u bedreigt, Loop dan niet weg van uw post; Want kalmte brengt grote opwinding tot bedaren.
4Як запалає в твого старшого досада проти тебе, не покидай твого місця: лагідність охоронить тебе од більшої провини.
5Nog een ander kwaad zag ik onder de zon: Vergissingen door vorsten begaan.
5Є одно зло, яке я бачив під сонцем, се — наче облуд у володаря:
6De dwaas wordt op hoge posten geplaatst, En vele aanzienlijken blijven ten achter;
6Невіжу виноситься високо вгору, а багаті розумом седять внизу.
7Dienstknechten zag ik te paard, En prinsen gingen als slaven te voet.
7Бачив я рабів — їдуть верхи, а князї йдуть пішки, наче раби.
8Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie een muur doorbreekt, wordt door een slang gebeten.
8Хто копає яму, сам упаде в її; хто валить мур, того вкусить гадина.
9Wie stenen draagt, bezeert zich er aan; Wie hout klooft, loopt gevaar, zich te wonden.
9Хто переносить каміннє, той може надсадитись, а хто коле дрова, попадає в небезпечність.
10Is het ijzer stomp geworden, En slijpt men de snede niet, Dan moet men zijn krachten verdubbelen; Zo biedt de wijsheid een voordeel.
10Як сокира притупиться та й не погостриш вістря, — треба напружовати сили; розум знає тому зарадити.
11En als de slang bijt, omdat ze niet wordt bezworen, Heeft de slangenbezweerder geen nut van zijn kunde.
11Укушеннє гадини без замови — те саме, що злий язик.
12Aangenaam zijn woorden uit de mond van een wijze; Maar de lippen van een dwaas brengen hem verderf.
12Слово з уст мудрого — пожиток, а уста дурного гублять його самого:
13Reeds het begin van zijn woorden is dwaasheid, En het einde ervan barre onzin;
13Перші слова з уст його — дурощі, а конець бесїди з уст його — безглузддє.
14Want de dwaas verspilt vele woorden. Niemand weet, wat de toekomst brengt; Want wie kan hem zeggen, wat er later komt?
14Дурний говорить багацько оттакого: чоловік не знає, що буде, й хто йому скаже, що станесь після него?
15De domme slooft zich af bij zijn werk, Omdat hij niet eens de weg naar de stad kent.
15Праця дурного томить його; не знає він і дороги в місто.
16Wee u, land, als uw koning een kind is, En uw prinsen in de morgenstond slempen.
16Горе тобі, земле, як твій царь — хлопець, а князї твої їдять від ранку!
17Heil u, land, als uw koning een edelman is, En uw prinsen op tijd maaltijd houden, Stevig, maar zonder zich te bedrinken.
17Щастє тобі, земле, як твій царь хорошого роду, а князї твої сїдають їсти певного часу, щоб посилитись, а не пересититись.
18Bij luiheid verzakken de balken, En het huis wordt lek door traagheid van handen.
18Од лїнощів похилиться будівля, а через недбалість текти ме дощ у хату.
19Om te genieten legt men maaltijden aan, En wijn vervrolijkt het leven; Voor geld is alles te krijgen.
19Бенкетують про веселощі, й вино веселить життє, а срібло за все одвічає.
20Vloek den koning zelfs niet op uw sponde, En scheld zelfs in uw slaapvertrek niet op den rijke; Want de vogels in de lucht kraaien het rond, En de fladderaars brengen het uit.
20Ба й у думцї твоїй не лихослови цареві, й у ложницї твоїй не клени потужних; бо пташка може перенести слово твоє, й крилата переказати мову твою.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.