Psalmen 129
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Een bedevaartslied. Van jongs af heeft men wreed mij mishandeld, Mag Israël wel zeggen;
1พวกเขาข่มเหงฉันมาหลายครั้งตั้งแต่วัยเยาว์ ให้อิสราเอลกล่าวเถิดว่า
2Mij hardvochtig gekweld sinds mijn jeugd, Maar nooit mij gebroken.
2พวกเขาข่มเหงฉันมาหลายครั้งตั้งแต่วัยเยาว์ แต่ไม่เคยเอาชนะฉันได้
3Ploegers hebben mijn rug beploegd, En lange voren getrokken;
3คนไถก็ไถบนหลังฉัน ลากรอยไถยาวเหยียด
4Maar Jahweh bleef trouw: De riemen der bozen sneed Hij stuk.
4พระยาห์เวห์ทรงชอบธรรม พระองค์ทรงตัดเชือกของคนชั่วขาด
5Beschaamd moeten vluchten Alle haters van Sion.
5ขอให้ทุกคนที่เกลียดศิโยน ต้องอับอายและถอยกลับ
6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;
6ขอให้พวกเขาเป็นเหมือนหญ้าบนหลังคา ที่เหี่ยวแห้งก่อนจะเติบโตเต็มที่
7Waarmee geen maaier zijn hand kan vullen, Geen hooier zijn arm.
7คนเกี่ยวไม่อาจกำไว้เต็มมือ คนมัดฟ่อนก็ไม่อาจกอบไว้เต็มอ้อมแขน
8En niemand zal in het voorbijgaan zeggen: “De zegen van Jahweh over u; Wij zegenen u in Jahweh’s Naam!”
8คนที่เดินผ่านไปจะไม่กล่าวว่า “ขอพระพรของพระยาห์เวห์อยู่กับพวกท่าน เราขออวยพรพวกท่านในพระนามของพระยาห์เวห์”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.