Psalmen 106
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Halleluja! Looft Jahweh, want Hij is goed En zijn genade duurt eeuwig!
1จงสรรเสริญพระยาห์เวห์! จงขอบคุณพระยาห์เวห์ เพราะพระองค์ดี เพราะความรักมั่นคงของพระองค์ดำรงอยู่ตลอดไป
2Wie kan Jahweh’s machtige daden vermelden, En heel zijn glorie verkonden?
2ใครจะเล่าถึงกิจการอันทรงพลังของพระยาห์เวห์ได้หมด ใครจะประกาศคำสรรเสริญพระองค์ได้ครบถ้วน?
3Gelukkig hij, die de wet onderhoudt, En altijd het goede blijft doen!
3ผู้รักษาความยุติธรรมย่อมเป็นสุข ผู้ทำสิ่งที่ถูกต้องอยู่เสมอย่อมเป็นสุข
4Wees ons indachtig, o Jahweh, Om uw liefde voor uw volk; Zoek ons op met uw heil,
4พระยาห์เวห์ โปรดระลึกถึงฉันพร้อมกับความโปรดปรานที่พระองค์มีต่อประชากร โปรดมาช่วยฉันให้รอด
5Opdat wij het geluk uwer vrienden aanschouwen, Met uw blijde volk ons verblijden, Met uw erfdeel mogen roemen!
5เพื่อฉันจะได้เห็นความเจริญของผู้ที่พระองค์เลือก ได้ชื่นชมกับความยินดีของชนชาติของพระองค์ และร่วมภูมิใจกับมรดกของพระองค์
6Ach, wij hebben gezondigd met onze vaderen, Wij hebben misdreven en kwaad gedaan!
6เราทำบาปเหมือนบรรพบุรุษของเรา เราทำความชั่ว เราประพฤติเลวร้าย
7Onze vaderen in Egypte Hebben al niet op uw wonderen gelet; En zonder aan uw talrijke gunsten te denken, Zich bij de Rode Zee tegen den Allerhoogste verzet!
7บรรพบุรุษของเราในอียิปต์ไม่เข้าใจสิ่งอัศจรรย์ของพระองค์ ไม่ระลึกถึงความรักมั่นคงมากมายของพระองค์ แต่กลับกบฏที่ทะเล คือที่ทะเลแดง
8Toch redde Hij hen om wille van zijn Naam, En om zijn almacht te tonen:
8ถึงอย่างนั้นพระองค์ช่วยพวกเขาให้รอดเพราะเห็นแก่พระนาม เพื่อแสดงฤทธิ์อำนาจอันยิ่งใหญ่ให้เป็นที่รู้จัก
9Hij bedreigde de Rode Zee, ze liep droog, Hij leidde hen tussen de golven als door een uitgedroogd land.
9พระองค์กำราบทะเลแดง มันก็แห้งลง จึงพาพวกเขาผ่านห้วงลึกเหมือนเดินผ่านถิ่นกันดาร
10Hij redde hen uit de hand van hun haters, Verloste hen uit de macht van hun vijand;
10พระองค์ช่วยพวกเขาจากมือของผู้ที่เกลียดชัง และไถ่พวกเขาจากมือศัตรู
11De wateren spoelden over hun vijanden heen, En geen bleef er over!
11น้ำท่วมมิดผู้ที่เป็นศัตรูของพวกเขา ไม่มีรอดแม้แต่คนเดียว
12Toen sloegen ze geloof aan zijn woorden, En zongen zijn lof.
12แล้วพวกเขาจึงเชื่อถ้อยคำของพระองค์ และร้องเพลงสรรเสริญพระองค์
13Maar spoedig waren ze weer zijn werken vergeten, En wachtten zijn raadsbesluiten niet af;
13แต่ไม่นานก็ลืมกิจการของพระองค์ ไม่รอคำแนะนำจากพระองค์
14Ze gaven zich in de woestijn aan hun gulzigheid over, En stelden God op de proef in de steppe.
14กลับปล่อยตัวตามความอยากในทะเลทราย และทดลองพระเจ้าในถิ่นกันดาร
15Hij schonk hun wat ze Hem vroegen, Maar Hij liet ze er spoedig van walgen.
15พระองค์ให้ตามที่พวกเขาขอ แต่ข้างในกลับเหี่ยวแห้งลง
16Daarna werden ze in hun kamp afgunstig op Moses, En op Aäron, aan Jahweh gewijd.
16ในค่ายนั้นพวกเขาอิจฉาโมเสส และอาโรนผู้บริสุทธิ์ของพระยาห์เวห์
17Maar de aarde spleet open, zwolg Datan in, En bedolf de bent van Abiram;
17แผ่นดินแยกออก กลืนดาธานลงไป และกลบพรรคพวกของอาบีรัม
18Vuur verbrandde hun aanhang, Vlammen verteerden de bozen!
18ไฟลุกขึ้นท่ามกลางพวกเขา เปลวไฟเผาผลาญคนชั่ว
19Dan maakten ze een kalf bij de Horeb, En wierpen zich voor een afgietsel neer;
19พวกเขาสร้างลูกวัวที่โฮเรบ และกราบไหว้รูปหล่อ
20Ze verruilden hun Glorie Voor het beeld van een grasvretend rund.
20พวกเขาเอาความรุ่งโรจน์ของตนไปแลก กับรูปวัวที่กินหญ้า
21Ze vergaten God, hun Verlosser Die grote dingen in Egypte had gedaan,
21พวกเขาลืมพระเจ้าผู้ช่วยให้รอด ผู้ทำสิ่งยิ่งใหญ่ในอียิปต์
22Wonderwerken in het land van Cham, Ontzaglijke daden bij de Rode Zee.
22ทำสิ่งอัศจรรย์ในแผ่นดินฮาม และสิ่งน่าเกรงขามที่ทะเลแดง
23En zeker had Hij hun verdelging beslist, Als Moses, zijn geliefde, er niet was geweest; Maar deze stelde zich tegen Hem in de bres, Om Hem te weerhouden, hen in zijn toorn te vernielen.
23พระองค์จึงตรัสว่าจะทำลายพวกเขา หากโมเสสผู้ที่พระองค์เลือกไม่ได้ยืนขวางช่องโหว่ต่อหน้าพระองค์ เพื่อหันความโกรธไม่ให้พระองค์ทำลายพวกเขา
24Later versmaadden ze het heerlijke land, En sloegen geen geloof aan zijn woord;
24พวกเขาดูหมิ่นแผ่นดินอันน่ารื่นรมย์ ไม่เชื่อถ้อยคำของพระองค์
25Ze begonnen in hun tenten te morren, En luisterden niet naar Jahweh’s stem.
25บ่นอยู่ในเต็นท์ และไม่ฟังเสียงของพระยาห์เวห์
26Toen stak Hij zijn hand tegen hen op: Hij zou ze neerslaan in de woestijn,
26พระองค์จึงปฏิญาณต่อพวกเขา ว่าจะให้พวกเขาล้มตายในถิ่นกันดาร
27Hun zaad verstrooien onder de volken, Ze over vreemde landen verspreiden!
27จะทำให้ลูกหลานของพวกเขาล้มลงท่ามกลางชนชาติต่าง ๆ และกระจัดกระจายไปทั่วแผ่นดินทั้งหลาย
28Dan weer koppelden ze zich aan Báal-Peor, En aten de offers van levenloze wezens;
28พวกเขาไปผูกพันกับบาอัลเปโอร์ และกินเครื่องบูชาที่ถวายแก่คนตาย
29Ze tergden Hem door hun gedrag, Zodat er een slachting onder hen woedde.
29การกระทำของพวกเขายั่วยุพระองค์ให้โกรธ โรคระบาดจึงปะทุขึ้นท่ามกลางพวกเขา
30Toen trad Pinechas op, om de misdaad te wreken, En de slachting hield op;
30แล้วฟีเนหัสลุกขึ้นตัดสินโทษ โรคระบาดจึงหยุดลง
31Het werd hem tot verdienste gerekend, Van geslacht tot geslacht voor altijd.
31การกระทำนั้นจึงนับเป็นความชอบธรรมของเขา สืบไปทุกชั่วอายุ
32Ook bij de wateren van Meriba hebben ze Hem getergd, En ging het Moses om hunnentwil slecht:
32พวกเขายังทำให้พระองค์โกรธที่น้ำเมรีบาห์ จนโมเสสต้องรับความเดือดร้อนเพราะพวกเขา
33Want ze hadden zijn stemming verbitterd, Zodat hem onbezonnen woorden ontsnapten.
33เพราะพวกเขาขัดขืนต่อจิตวิญญาณของเขา เขาจึงพูดผลีผลามออกไป
34Ook verdelgden ze de volkeren niet, Zoals Jahweh het hun had bevolen;
34พวกเขาไม่ได้ทำลายชนชาติต่าง ๆ ตามที่พระยาห์เวห์บัญชา
35Maar ze vermengden zich met de heidenen, En leerden hun gewoonten aan:
35แต่กลับปะปนกับชนชาติเหล่านั้น และเรียนรู้การกระทำของพวกเขา
36Ze vereerden hun beelden, en die werden hun strik;
36พวกเขารับใช้รูปเคารพของคนเหล่านั้น ซึ่งกลายเป็นกับดักของพวกเขา
37Ze brachten hun zonen en dochters aan de goden ten offer;
37พวกเขาถึงกับถวายลูกชายลูกสาวเป็นเครื่องบูชาแก่พวกปีศาจ
38Ze gingen onschuldig bloed vergieten, Het bloed van hun zonen en dochters; Ze offerden het aan de beelden van Kanaän, En het land werd door hun bloedschuld ontwijd.
38หลั่งเลือดผู้บริสุทธิ์ คือเลือดของลูกชายลูกสาวตนเอง ที่พวกเขาถวายแก่รูปเคารพแห่งคานาอัน แผ่นดินจึงแปดเปื้อนด้วยเลือด
39Zo bezoedelden ze zich door eigen maaksels, En dreven overspel met het werk hunner handen!
39พวกเขาทำให้ตนเป็นมลทินด้วยการกระทำ และทำตัวเป็นโสเภณีด้วยการกระทำของตน
40Toen werd Jahweh vergramd op zijn volk, En zijn erfdeel begon Hem te walgen:
40พระยาห์เวห์จึงเดือดดาลต่อประชากรของพระองค์ และรังเกียจมรดกของตน
41Hij leverde ze aan de heidenen uit, En hun haters werden hun meesters;
41พระองค์มอบพวกเขาไว้ในมือชนชาติต่าง ๆ คนที่เกลียดพวกเขาจึงปกครองเหนือพวกเขา
42Ze werden verdrukt door hun vijand, Moesten bukken onder hun macht.
42ศัตรูกดขี่พวกเขา พวกเขาตกอยู่ใต้อำนาจของศัตรู
43En al bracht Hij hun telkens verlossing, Ze bleven in hun opstand volharden! Maar werden ze door hun misdaad vermorzeld,
43พระองค์ช่วยพวกเขาหลายครั้ง แต่พวกเขายังขัดขืนตามความคิดของตน จึงตกต่ำเพราะความชั่วของตน
44Dan zag Hij neer op hun nood, zodra Hij hun smeken vernam;
44ถึงอย่างนั้น พระองค์มองเห็นความทุกข์ยากของพวกเขา เมื่อได้ยินเสียงร้อง
45Dan was Hij voor hen zijn verbond weer indachtig, Had deernis met hen naar zijn grote ontferming;
45พระองค์ระลึกถึงพันธสัญญาเพื่อพวกเขา และเปลี่ยนใจตามความรักมั่นคงอันมากมาย
46Dan liet Hij hen genade vinden, Bij die hen hadden weggevoerd.
46พระองค์ทำให้ผู้ที่จับพวกเขาไปเป็นเชลย เกิดความสงสารพวกเขา
47Ach, red ons Jahweh, onze God, En breng ons uit het land der heidenen samen: Opdat wij uw heilige Naam mogen danken, En uw heerlijkheid prijzen!
47พระยาห์เวห์ พระเจ้าของเรา โปรดช่วยเราให้รอด รวบรวมเรากลับมาจากชนชาติต่าง ๆ เพื่อเราจะขอบคุณพระนามบริสุทธิ์ของพระองค์ และเปล่งคำสรรเสริญพระองค์ด้วยความภาคภูมิ!
48Gezegend zij Jahweh, Israëls God, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Laat heel het volk het herhalen: Amen! Halleluja!
48ขอให้พระยาห์เวห์ พระเจ้าแห่งอิสราเอล เป็นที่ยกย่อง ตั้งแต่นิรันดร์กาลจนถึงนิรันดร์กาล! ให้ประชาชนทั้งสิ้นกล่าวว่า “อาเมน” จงสรรเสริญพระยาห์เวห์!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.