Psalmen 39
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen: een psalm van David. Ik had wel gezegd: “Goed wil ik op mijn woorden letten, Om niet te zondigen met mijn tong; Mijn mond beteugelen, Als de boze er bij staat.”
1ฉันพูดว่า “จะระวังทางของตัวเอง ไม่ให้ทำบาปด้วยลิ้น จะใส่บังเหียนให้ปาก ตราบใดที่คนชั่วอยู่ต่อหน้าฉัน”
2Ik zweeg, bleef sprakeloos en stom, Hoe fel mijn smart ook mocht zijn.
2ฉันเงียบสนิท ไม่พูดแม้แต่เรื่องดี แล้วความเศร้าก็พลุ่งขึ้น
3Maar nu kookt mijn hart in mijn boezem over, En als ik er aan denk, laait het vuur in mij op. Nu snik ik het uit:
3ใจฉันร้อนอยู่ข้างใน ยิ่งครุ่นคิด ไฟยิ่งลุก แล้วฉันก็พูดด้วยลิ้นว่า
4Jahweh, laat mij mijn einde maar zien; Ik wil weten, hoeveel tijd mij nog rest, En wanneer het met mij is gedaan!
4“พระยาห์เวห์ โปรดให้ฉันรู้วาระสุดท้ายของตัวเอง ให้รู้ว่าวันเวลาของฉันยาวเท่าไร จะได้รู้ว่าตัวเองเปราะบางเพียงใด
5Zie, Gij hebt mijn dagen een paar handbreedten lengte gegeven, En de duur van mijn leven is voor U als niets;
5พระองค์ทรงกำหนดวันของฉันให้ยาวเพียงไม่กี่ฝ่ามือ ชั่วชีวิตของฉันเป็นเหมือนไม่มีอะไรเลยต่อหน้าพระองค์ แท้จริง มนุษย์ทุกคนที่ยืนอยู่ เป็นเพียงลมหายใจ” เซลาห์
6Iedere mens is enkel een zucht, En als een schaduwbeeld wandelt hij rond; Voor niets maakt hij zich druk en verzamelt zich schatten, Zonder te weten, wie ze zal krijgen.
6“แท้จริง มนุษย์ทุกคนเดินผ่านไปราวเงา พวกเขาวุ่นวายกันอย่างไร้ผล กอบโกยสะสม แต่ไม่รู้ว่าใครจะมาเก็บไป
7Wat zou ik dan nog verwachten, o Heer! Alleen op U kan ik nog hopen!
7บัดนี้ องค์เจ้านาย ฉันจะรออะไร? ความหวังของฉันอยู่ในพระองค์
8Verlos mij van al mijn zonden, En maak mij niet tot spot voor den dwaas.
8โปรดช่วยฉันให้พ้นจากการล่วงละเมิดทั้งหมด อย่าทำให้ฉันเป็นที่เยาะเย้ยของคนโง่
9Ik zwijg, en doe mijn mond niet open: Want Gij zelf deedt het mij aan.
9ฉันเงียบ ไม่อ้าปาก เพราะพระองค์เป็นผู้ทำสิ่งนี้
10Ach, neem uw plaag van mij weg, Want ik bezwijk onder de druk van uw hand. Alleen om de zonde te straffen,
10โปรดเอาแส้ของพระองค์ออกไปจากฉัน ฉันหมดแรงเพราะแรงฟาดจากมือพระองค์
11Slaat Gij den mens, Verteert Gij als de motten zijn glorie, En is iedere mens maar een zucht.
11เมื่อพระองค์ตำหนิและแก้ไขมนุษย์เพราะความผิดชั่ว พระองค์ทำให้ทรัพย์สมบัติของเขาสลายไปเหมือนมอดกัดกิน แท้จริง มนุษย์ทุกคนเป็นเพียงลมหายใจ” เซลาห์
12Jahweh, hoor mijn gebed en luister naar mijn smeken, Zwijg niet stil bij mijn tranen; Want ik ben toch uw gast, En bij U op bezoek als al mijn vaderen.
12“พระยาห์เวห์ โปรดฟังคำอธิษฐานของฉัน ฟังเสียงร้องของฉัน อย่านิ่งเฉยต่อน้ำตาของฉัน เพราะฉันเป็นคนต่างถิ่นที่อยู่กับพระองค์ เป็นคนต่างแดนเหมือนบรรพบุรุษทั้งหมดของฉัน
13Houd op; opdat ik nog vreugde mag hebben, Eer ik heenga, en er niet meer zal zijn!
13โปรดเว้นฉันไว้ ให้ฉันได้ฟื้นกำลัง ก่อนฉันจะจากไปและไม่มีอยู่อีก”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.