Job
Chapter 34
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Elihoe vervolgde en sprak:
1И продолжал Елиуй и сказал:
2Gij wijzen, hoort naar mijn rede; Verstandigen, luistert naar mij:
2выслушайте, мудрые, речь мою, и приклоните ко мне ухо, рассудительные!
3Want het oor toetst de woorden, Zoals het gehemelte spijzen keurt.
3Ибо ухо разбирает слова, как гортань различает вкус в пище.
4We moeten zelf onderzoeken, wat recht is, Onder elkander beslissen wat goed is.
4Установим между собою рассуждение и распознаем, что хорошо.
5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtschapen, Maar God onthoudt mij mijn recht;
5Вот, Иов сказал: я прав, но Бог лишил меня суда.
6Ondanks mijn recht moet ik lijden, Mijn wonde is ongeneeslijk, al ben ik niet schuldig!
6Должен ли я лгать на правду мою? Моя рана неисцелима без вины.
7Is er wel iemand als Job, Die godslastering als water drinkt,
7Есть ли такой человек, как Иов, который пьет глумление, как воду,
8Die het gezelschap van boosdoeners opzoekt En met slechte lieden omgang heeft?
8вступает в сообщество с делающими беззаконие и ходит с людьми нечестивыми?
9Want hij zegt: Wat baat het den mens, In God zijn behagen te stellen!
9Потому что он сказал: нет пользы для человека в благоугождении Богу.
10Verstandige lieden, hoort dus naar mij: Onmogelijk; God doet geen kwaad, de Almachtige geen onrecht;
10Итак послушайте меня, мужи мудрые! Не может быть у Бога неправда или у Вседержителя неправосудие,
11Want Hij vergeldt de mensen hun daden, Behandelt iedereen naar zijn gedrag!
11ибо Он по делам человека поступает с ним и по путям мужа воздает ему.
12Waarachtig, God kan geen onrecht begaan, De Almachtige het recht niet verkrachten!
12Истинно, Бог не делает неправды и Вседержитель не извращает суда.
13Wie heeft de aarde onder zijn leiding gesteld Wie Hem met de hele wereld belast?
13Кто кроме Его промышляет о земле? И кто управляет всею вселенною?
14Trekt Hij hun geest tot Zich terug, Neemt Hij tot Zich hun levensadem,
14Если бы Он обратил сердце Свое к Себе и взял к Себе дух ее и дыхание ее,-
15Dan sterft onmiddellijk alle vlees, Keert de mens terug tot stof!
15вдруг погибла бы всякая плоть, и человек возвратился бы в прах.
16Zijt ge verstandig, luister hiernaar, En leen het oor aan mijn rede:
16Итак, если ты имеешь разум, то слушай это и внимай словам моим.
17Kan Hij, die het recht zou haten, besturen; Kan de Alrechtvaardige onrecht bedrijven?
17Ненавидящий правду может ли владычествовать? И можешь ли ты обвинить Всеправедного?
18Hij, die tot den koning zegt: Belial Tot de edelen: Booswicht;
18Можно ли сказать царю: ты - нечестивец, и князьям: вы - беззаконники?
19Die vorsten niet voortrekt, Den arme niet achterstelt bij den rijke. Neen, ze zijn allen het werk zijner handen,
19Но Он не смотрит и на лица князей и не предпочитает богатого бедному, потому что все они дело рук Его.
20En sterven plotseling, midden in de nacht; Rijken worden opgeschrikt, en gaan heen, Machtigen verdwijnen, al steekt men er de hand niet naar uit.
20Внезапно они умирают; среди ночи народ возмутится, и они исчезают; и сильных изгоняют не силою.
21Want zijn ogen zijn op de wegen der mensen gericht, En Hij ziet al hun schreden;
21Ибо очи Его над путями человека, и Он видит все шаги его.
22Er bestaat geen duister of donker, Waarin de boosdoeners zich kunnen verbergen.
22Нет тьмы, ни тени смертной, где могли бы укрыться делающие беззаконие.
23Neen, geen vaste tijd voor den mens, Om voor God ten gericht te verschijnen;
23Потому Он же не требует от человека, чтобы шел на суд с Богом.
24Hij verplettert den machtige zonder verhoor, En stelt anderen voor hem in de plaats.
24Он сокрушает сильных без исследования и поставляет других на их места;
25Hij geeft dus acht op hun daden, Hij stort ze omver in de nacht;
25потому что Он делает известными дела их и низлагает их ночью, и они истребляются.
26Ze worden verbrijzeld tot straf voor hun boosheid, Hij tuchtigt ze op de plaats, waar allen het zien.
26Он поражает их, как беззаконных людей, пред глазами других,
27Want van Hem zijn ze afgeweken, En hebben op geen van zijn paden gelet;
27за то, что они отвратились от Него и не уразумели всех путей Его,
28Ze hebben het kermen der armen tot Hem doen komen, Zodat Hij het klagen der ellendigen hoort.
28так что дошел до Него вопль бедных, и Он услышал стенание угнетенных.
29Hield Hij Zich stil, wie zou ze beschuldigen Bedekte Hij zijn gelaat, wie wees hen terecht? Neen, Hij houdt volk en eenling in het oog,
29Дарует ли Он тишину, кто может возмутить? скрывает ли Он лице Свое, кто может увидеть Его? Будет ли это для народа, или для одного человека,
30Opdat geen boze regeert, het volk niet zondigt.
30чтобы не царствовал лицемер к соблазну народа.
31Maar als de boze tot God zegt: Ik heb gedwaald, Doch ik wil niet meer zondigen;
31К Богу должно говорить: я потерпел, больше не буду грешить.
32Onderricht mij, totdat ik tot inzicht kom; Heb ik misdaan, ik doe het niet meer!
32А чего я не знаю, Ты научи меня; и если я сделал беззаконие, больше не буду.
33Moet Hij, volgens u, het dan toch maar vergelden, Omdat gij zijn gerechtigheid anders misprijst? Gij hebt te beslissen, niet ik; Spreek dus uit, wat ge meent!
33По твоему ли рассуждению Он должен воздавать? И как ты отвергаешь, то тебе следует избирать, а не мне; говори, что знаешь.
34Verstandige mensen zullen mij zeggen, Met den wijzen man, die mij hoort:
34Люди разумные скажут мне, и муж мудрый, слушающий меня:
35Job heeft niet verstandig gesproken, Zijn rede getuigt niet van inzicht.
35Иов не умно говорит, и слова его не со смыслом.
36Waarachtig, Job zal ten einde toe worden beproefd, Om zijn antwoorden, boosdoeners waardig;
36Я желал бы, чтобы Иов вполне был испытан, по ответам его, свойственным людям нечестивым.
37Want hij heeft bij zijn zonde de misdaad gevoegd, Ons te honen, en tegen God een grote mond op te zetten!
37Иначе он ко греху своему прибавит отступление, будет рукоплескать между нами и еще больше наговорит против Бога.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.