Jesaja 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Godsspraak over de woestijn aan de zee. Als een orkaan, in het zuiden ontketend, Komt het uit de woestijn, het oord van verschrikking!
1Пророцтво про пустиню морську: Як ті бурі, що на полуднї лютують, оттак ійде він від степу, з страшної країни.
2Een vreselijk schouwspel wordt mij getoond: De woesteling woedt, de vernieler vernielt; Elam rukt uit, Medië dringt op, Geen meelijden meer!
2Страшне видиво показано менї: розбишака рабує; опустошник пустошить. Приходи, Еламе; облягай, Миде! всїм стогнанням я зроблю конець.
3Mijn lenden zijn er vol krampen van, Weeën grijpen mij aan als een barende vrouw; Ik krimp ineen van het horen, ben ontdaan van het zien,
3Від сього і в мене трясуться бедра; муки схопили мене, як болї в положницї. Я зворушивсь тим, що чую; я стрівоживсь тим, що бачу.
4Mijn hart bonst, en de angst overmant mij; De nacht, waarnaar ik verlangde, Vervult mij met schrik.
4Серце тремтить у менї; мене дрож бере; нічний спокій мій перемінився у страх менї.
5Nog tafels dekken, tapijten spreiden, Eten en drinken? Op vorsten: de schilden gesmeerd!
5А вони ось, заставляють столи, розстилають накриття, — їдять, пють. Ой, вставайте, князї, — хапайте за щити!
6Waarachtig, dit heeft de Heer mij gezegd: Zet een wachter uit, die meldt wat hij spiedt.
6Бо ось як сказав менї Господь: ійди, постав сторожа, а він нехай переказує, що побачить.
7Ziet hij ruiters te paard, twee aan twee, Ruiters op ezels, ruiters op kemels: Zo gauw hij ze maar even merkt,
7І побачив він їздецїв, що їхали по двох на конях, на ослах, на верблюдах; і наслуховав пильно і вважно, —
8Moet hij roepen: Ik zie ze! Zo houd ik de wacht van mijn Heer, heel de dag, Sta op mijn post iedere nacht.
8І закричав, мов лев: Пане мій! ось я стою на сторожі цїлими днями, не рушався з місця цїлими ночами:
9Zie, daar komen de ruiters te paard, twee aan twee, Ruiters op ezels, ruiters op kemels; Ze schreeuwen: Gevallen, gevallen is Babel, Al zijn afgodsbeelden liggen verbrijzeld tegen de grond!
9І ось, бачу, їдуть люде, їздецї на конях удвійню. Опісля кликнув і каже: Впав, упав Вавилон, і всї ідоли його лежать порозбивані на землї!
10Mijn volk, gebeukt en op de dorsvloer geslagen: Wat ik van Jahweh der heirscharen hoorde, Van Israëls God, dat verkondig ik u!
10О ти, змолочений мій, сину току мого! Оце я чув від Господа Саваота, Бога Ізрайлевого, й се звістив вам.
11Godsspraak over Edom. Men roept mij uit Seïr: Wachter, hoe ver is de nacht; Wachter, hoe ver is de nacht?
11Пророцтво про Думу: Покликають до мене з Сеїру: Стороже! яка пора ночі? стороже! яка пора ночі?
12De wachter zegt: de morgen komt, maar dan weer de nacht! En als ge nog verder wilt vragen, Komt dan een andermaal terug!
12А сторож відказує: Надходить поранок, та ще ніч. Коли так пильно допитуєтесь, то обернїться й приходїть.
13Verstopt u tussen de struiken der steppe, Karavanen van Dedan!
13Слово пророче про Арабію: Ночуйте в лїсї Арабському, подорожні Деданські!
14Bewoners van Tema, brengt den dorstige water, Geeft den vluchteling brood;
14Осадники країни Темайської! несїть води назустріч умлїваючим од спраги; стрічайте хлїбом утїкаючих;
15Want ze vluchten voor het zwaard, het dreigende zwaard, Voor de boog, al gespannen, voor de oorlogsverschrikking!
15Вони бо від мечів втїкають, од меча обнаженого, від лука натягненого та від лютї воєнної.
16Want dit heeft de Heer mij gezegd: Binnen een jaar, de diensttijd van een soldaat, Zal heel de glorie van Kedar verdwijnen;
16Так бо сказав менї Господь: Іще рік, рік по счоту наймитів, — і вся Кидарова слава щезне;
17En van de dappere schutters der zonen van Kedar Blijft maar een klein restje over! Waarachtig, Jahweh, Israëls God heeft gesproken!
17І не багато луків зостанесь у синів Кедарових. Так сказав Господь, Бог Ізраїля.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.