Jesaja 35
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dan zal de steppe juichen met de woestijn, En de wildernis jubelen en bloeien;
1Возвеселиться пустиня й суха земля, возрадуєсь країна безлюдна й зацьвіте нарцизом;
2Zij zal tieren welig als lelies, Jubelen, juichen en zingen. Dan valt haar de pracht van de Libanon ten deel, De luister van Karmel en Sjaron: Ze zullen de glorie van Jahweh aanschouwen, De heerlijkheid van onzen God.
2Велично цьвісти ме й радїте, буде веселитись-сьпівати; красота Ливану буде їй дана, роскіш Кармеля й Сарону.
3Maakt dan de slappe handen krachtig, Stevigt de knikkende knieën;
3Підкріпляйте овялі руки, додавайте сили колїнам хитливим;
4Zegt tot de harten in angst: Houdt moed, hebt geen vrees! Ziet, hier is uw God; Hij komt, om de wraak te voltrekken! God zal vergelden; Zelf zal Hij komen, om u te verlossen!
4Скажіте млявим на душі: будьте мужні, не бійтеся; ось Бог ваш; прийде пімста, відплата від Бога; він прийде спасти вас.
5Dan worden de ogen der blinden ontsloten, En de oren der doven gaan open;
5Тодї прозрять очі в слїпих, і уші в глухих відтворяться.
6De lamme springt op als een hert, De tong van den stomme zal juichen! Zelfs in de steppe borrelen de wateren omhoog, En de beken in de woestijn;
6Тодї хромий підскочить, як олень, а язик в нїмого піснею озветься; бо проторгнуться в пустинї води, й в степу — потоки.
7De gloeiende bodem wordt een plas, Het dorre land een fontein. En op de plek, waar de jakhalzen liggen, En de struisvogels wonen, Schiet het riet met de biezen omhoog,
7І обернеться безвіддє в озеро, а земля прагнуща — в джерела водні; на леговищах шакалів, де вони спочивали, буде рогіз та сїтник зеленїти.
8Een gebaande weg zal er zijn! Een heilige weg zal hij heten, Geen onreine zal hem begaan; Alleen zijn volk hem bewandelen, Geen goddeloze er zwerven.
8І постане там дорога, а тая дорога назветься дорогою сьвятою; не ходити ме шляхом тим нї один нечистий, — він їм одним буде служити; хто ходити ме тим шляхом, той не зблукаєсь, хоча б і як був недоумний.
9Geen leeuwen zullen er zijn, Wilde dieren komen er niet, en treft men er niet; Maar die verlost zijn, zullen hem begaan,
9Лева там не буде, нї зьвір хижий на його не ступить; нї, він там не знайдеться; ходити ним будуть — самі лиш спасені.
10Die door Jahweh bevrijd zijn, keren er op terug. Zij komen in Sion onder gejubel, Het hoofd met eeuwige vreugde gekroond; Overstelpt van vreugde en blijdschap: Verdwenen zijn kommer en zuchten!
10Вернуться визволені Господом; із радісними піснями прийдуть на Сион; і радість вічна буде над головою в їх; радощі й веселощі знайдуть вони, а смуток і воздиханнє від них віддаляться.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.