Jesaja 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In de tijd, dat Achaz, de zoon van Jotam, zoon van Ozias, over Juda regeerde, trok Resin, de koning van Aram, met Pekach, den zoon van Remaljáhoe en koning van Israël, tegen Jerusalem op, om het te belegeren. Ze hebben het niet kunnen overwinnen.
1І було за царя Юдейського Ахаза Йоатаменка, сина Озіїного, виступав Резин, царь Сирийський, та Факей Ремалїєнко, царь Ізраїлський, проти Ерусалиму, щоб його звоювати, та не здолїли його здобути.
2Toen men het huis van David berichtte, dat Aram zich met Efraïm had verbonden, beefde zijn hart en dat van zijn volk, zoals de bomen in het woud door stormvlagen trillen.
2Як же сповіщено Давидовому домові: ось Сирийцї розтаборились в землї Ефраїмовій, тодї затремтїло в його й в його люду серце, як тремтить гаєве дерево перед вітром.
3Maar Jahweh sprak tot Isaias: Ga met uw zoon “Een-rest-bekeert-zich” naar de monding van het kanaal in de Bovenvijver, op de weg naar het Blekersveld, om Achaz daar te ontmoeten.
3Господь же сказав до Ісаїї: Ійди на зустріч Ахазові, ти й син твій Шеар-Ясуб, на край водопроводу з верхнього ставу на Шаповаловому шляху,
4Ge moet hem zeggen: Blijf kalm en wees niet bang, En laat uw hart niet ontsteld worden Voor die twee stompen rokend brandhout, Voor de woede van Resin van Aram en den zoon van Remaljáhoe:
4Та й промов до його: Бувай обачен і спокоєн; не лякайсь і нехай не заниває в тебе серце перед оттими двома недогарками-головнями, дарма, що так лютує Резин із Сирийцями та з Ремалїєнком.
5Omdat Aram kwaad tegen u smeedt Met Efraïm en den zoon van Remaljáhoe, en zegt:
5Сирия бо, Ефраїм та Ремалїєнко задумали проти тебе ось яке лихо:
6Laat ons naar Juda trekken, het benauwen, overmeesteren, En het den zoon van Tabeël tot koning geven!
6Двиньмо проти Юди, та зворушмо його й звоюймо його, й настановимо над ним царем сина Табеїлового.
7Want dit zegt Jahweh, de Heer: Het zal niet gebeuren, het zal niet bestaan!
7Та Господь Бог ось як говорить: Нїчо з того не буде й воно так не станеться;
8Want het hoofd van Aram is Damascus, Het hoofd van Damascus is Resin,
8Бо Дамаск — голова Сириї, а Резин — голова в Дамаску, а через шістьдесять і пять год Ефраїм перестане бути народом;
9Het hoofd van Efraïm is Samaria, Het hoofd van Samaria de zoon van Remaljáhoe: Over vijf en zestig jaar is Efraïm verwoest en ontvolkt: Vertrouwt ge het niet, dan houdt ge het niet!
9А Самария — голова Ефраїмова, а Ремалїєнко — голова Самариїна. Як ви не вірите, так і не остоїтесь.
10En Isaias vervolgde tot Achaz:
10І говорив далїй Господь Ахазові:
11Vraag een teken van Jahweh, uw God: diep in het dodenrijk, of hoog aan de hemel.
11Проси знаку собі в Господа, Бога твого, глибоко зпід землї, або високо знад землї.
12Maar Achaz zeide: Ik zal er geen vragen, en Jahweh niet tarten.
12Ахаз же відказав: Не просити му й не буду Господа спокушувати.
13Toen sprak hij: Luister dan, huis van David! Is het u niet genoeg, mensen ongeduldig te maken, dat gij ook het geduld van mijn God op de proef stelt?
13Тодї сказав (Ісаїя): Слухай же, доме Давидів: Мало з вас докучати людям, щоб іще й мойму Богові докоряти?
14Daarom geeft de Heer zelf u een teken: Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; zij zal hem noemen: “God-met-ons”.
14Оце ж дасть вам сам Господь знак: Ось невинна дївиця почне в утробі та й породить сина, й дадуть імя йому Еммануїл (Бог із нами).
15Stremsel van melk en wilde honing zal hij eten, totdat hij het kwade weet te verwerpen, en het goede te kiezen.
15Молоком та медом буде він жити, аж буде вміти лихе відпихати, а добре вибірати.
16Maar voordat de knaap het kwade weet te verwerpen en het goede te kiezen, zal het land ontvolkt zijn, waarvan gij de twee koningen vreest.
16Але перш, нїж те хлопя навчиться лихе відпихати, а добре вибірати, буде та земля, що її лякаєшся, полишена обома своїми царями.
17Jahweh zal dagen doen komen Over u en uw volk En over het huis van uw vader, Zoals er nog nooit zijn geweest, Sinds Efraïm afviel van Juda: “Den koning van Assjoer!”
17Но й на тебе й на народ твій та на твою родину напустить Господь такі днї, яких не було з того часу, коли Ефраїм одпав од Юди, — напустить царя Ассирийського.
18Op die dag fluit Jahweh de muskieten Van de verre stromen van Egypte bijeen, Met de wespen uit het land van Assjoer.
18І накличе тодї Господь овади з Ниливого рукава в Египтї та бжоли з землї Ассирийської, —
19Ze komen en strijken in drommen neer In de kloven der dalen, in de spleten der rotsen, Op alle struiken en dreven.
19І налетять вони та й осядуться всї по байраках та по скеляних щілинах і скрізь по тернових кущах та деревах.
20Op die dag scheert de Heer Met een mes, dat Hij huurt Aan de overkant van de Eufraat: “Den koning van Assjoer”, De hoofd- en schaamharen af, En de baard neemt Hij weg.
20І пообголює тодї Господь бритвою, найнятою по тім боцї Евфрату, царем Ассирийським, голову й волоссє над ногами, ба й саму бороду.
21Op die dag zal een ieder Een koetje en een paar geiten houden,
21І буде того часу: хто держати ме одну корову та дві вівцї,
22En van de melk, die overschiet, Het stremsel gebruiken. Ja, men zal stremsel van melk en wilde honing moeten eten, Iedereen, die overblijft in het land.
22Надоювати ме від них стільки молока, що їсти ме масло; маслом та медом харчити меться кожен, хто ще зостанеться в тій країнї.
23Op die dag zal iedere plek, Waar duizend wijnstokken stonden, En die duizend sikkels kostte, Bedekt zijn met doornen en distels.
23І буде того часу таке: всюди, де росла тисяча виноградних лоз на тисячу срібних, поросте там тернина та глоги колючі.
24Enkel met pijlen en boog Trekt men daar rond. Ja het hele land zal bedekt zijn met doornen en distels,
24Хиба з стрілами та луками ходити муть туди, бо вся земля заросте самими тернами та бодяками.
25En alle bergen, die met de spade werden bewerkt. Men zal er niet heengaan Uit vrees voor de doornen en distels; Ze zullen enkel nog dienen, om er het vee in te jagen, En door de schapen te worden vertrapt.
25І нї на одно узгіррє, що їх сапами сапали, не зважишся пійти, боючись тернини й бодяків колючих; виганяти муть туди хиба воли, та дріб буде їх топтати.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.