Jesaja 61
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1De geest van Jahweh, mijn Heer, rust op Mijl, Want Jahweh heeft Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om armen de blijde boodschap te brengen, Om te verbinden wiens hart is gebroken, Aan gevangenen verlossing te melden, Aan geboeiden bevrijding;
1Дух Господа Бога (спочив) на менї, бо Господь помазав мене на те, щоб принести благу вість убогим; післав мене сцїляти сокрушених серцем; вістити невольникам визвол на волю, а увязненим — відчиненнє темницї;
2Om het genadejaar van Jahweh te preken, De dag der wraak van onzen God. Om alle bedroefden te troosten,
2Проповідувати рік примирення Господнього й день пімсти Бога нашого, потїшити всїх засумованих;
3En Sions treurenden op te richten; Om hun een diadeem te schenken In plaats van as, Vreugde-olie voor rouwgewaad, En jubel voor wanhoop; Opdat men ze noeme: Gerechtigheids-eiken, Door Jahweh geplant tot zijn glorie.
3Сповістити сумним у Сионї, що даний їм буде вінець замість попелу, замість плачу — єлей радощів; замість сумовитого серця — одежа слави; й назвуть їх сильними в справедливостї, насадом Господнїм на його прославу.
4Dan zullen ze hun oude puinen herbouwen, De ruïnen van vroeger herstellen, De verwoeste steden vernieuwen, In puin van geslacht tot geslacht.
4І забудують вони вікові пустинї, відбудують давні розвалища і поновлять міста попустошені, що з давнезних давен були запустїли.
5Vreemden zullen uw kudden weiden, Buitenlanders uw akker en wijngaard bewerken;
5І поприходять чужинцї й пасти муть вашу отару, й сини чужениць будуть у вас хлїборобами та виноградарями вашими.
6Maar gij zult priesters van Jahweh worden genoemd, Bedienaars heten van onzen God. De schatten der volkeren zult ge verteren, En met hun luister gaan pronken.
6А ви будете зватись сьвященниками Господнїми, величати муть вас слугами Бога нашого; будете користуватись достатками народів і славитись їх славою.
7In plaats van hun dubbele schande, Van hun aandeel in smaad en verachting, Zullen zij in hun land een dubbel aandeel bezitten, En eeuwige vreugde genieten;
7За ваш сором оддано буде вам удвоє; за стид будуть вони радуватись своєю долею, бо в країнї своїй удвоє стільки посядуть; веселощі вічні будуть у них.
8Want Ik, Jahweh, bemin het recht, Maar haat onrecht en roof. Eerlijk zal Ik ze belonen, En een eeuwig Verbond met hen sluiten;
8Я бо, Господь, люблю правосуддє, ненавиджу здирство з насилуваннєм, і віддам їм заплату по правдї й зроблю з ними вмову-завіт віковічний;
9Hun kroost zal beroemd zijn onder de naties, Hun geslacht te midden der volken! Al die ze ziet, zal hen erkennen Als het zaad, door Jahweh gezegend;
9І насїннє їх знати муть народи, а потомність їх голосна буде між племенами; всї, хто їх буде знати, довідаєсь, що вони — насїннє, благословене Господом.
10En Ik zal juichen en jubelen in Jahweh, Mijn ziel zich verheugen in mijn God. Want Hij heeft Mij gehuld in het kleed van het Heil, Mij de mantel der Gerechtigheid omgeslagen: Zoals een bruidegom zich kroont met een krans, Een bruid zich tooit met haar pronk.
10Велико радуватись буду Господом, звеселиться душа моя Богом моїм; він бо зʼодягнув мене в одежу спасення, ризою справедливостї обгорнув мене; мов на жениха, вложив вінець, мов княгиню, прибрав окрасами.
11Want zoals de aarde haar gewas doet ontluiken, En een tuin zijn zaad doet ontkiemen: Zo zal Jahweh, de Heer, gerechtigheid laten ontspruiten, En glorie voor het oog aller volken.
11Як земля бо видає вроджай свій, і як город родить насїннє своє, — так виявить Господь Бог справедливість і славу перед усїма народами.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.