Exodus
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ge moogt geen vals gerucht rondstrooien. Ge moogt hem, die ongelijk heeft, geen hulp verlenen door valse getuigenis.
1Не розносити меш пустої чутки; не покладати меш руки своєї з беззаконником, щоб сьвідкувати насильство.
2Sluit u in kwade zaken niet bij de meerderheid aan, en richt bij uw antwoorden in een geding u niet naar de meerderheid, als ge daardoor het recht zoudt verkrachten.
2Не ходити меш слїдом за многими ради ледарства, і не відказувати меш на судї, намагаючись за купою відхилити правду.
3Kies ook in een rechtsgeding niet de partij van den rijke.
3І вбогого не закрашувати меш у позиванню його.
4Wanneer ge een verdwaalden os of ezel van uw vijand aantreft, moet ge ze terstond naar hem terugbrengen.
4Коли спіткаєш вола ворога твого, чи осла його, що блукає, мусиш його вернути йому.
5Wanneer ge een ezel van uw vijand onder zijn last ziet bezwijken, zult ge den man uw hulp niet weigeren, maar hem helpen afladen.
5Коли побачиш осла ненавидника твого, що лежить під своїм тягарем, остерегайсь покинути його з ним; розсїдлай його з ним.
6Bij een geding moogt ge het recht van den arme niet verkrachten.
6Не кривити меш правди убогому на судї його.
7Ge zult geen oneerlijke uitspraak doen, en geen doodvonnis vellen over een onschuldige, die in zijn recht is; want ook Ik geef geen gelijk aan hem, die niet in zijn recht is.
7Удержуйся від льживого слова; нї безвинного, нї праведного не вбивай; я бо не оправдаю беззаконника.
8Ge moogt ook geen geschenken aannemen; want geschenken maken zienden blind en verdraaien het recht.
8І дарунків не брати меш; дарунок бо заслїплює видющих і перевертає слова справедливих.
9Eveneens moogt ge den vreemdeling niet verdrukken; want ge weet, hoe een vreemdeling zich moet voelen, daar ge zelf vreemdeling zijt geweest in het land van Egypte.
9І чуженицю не тїснити меш; ви самі знаєте, як на душі в чуженицї: були бо чуженицями в Египецькій землї.
10Zes jaren moogt ge het land bezaaien en de vruchten ervan oogsten;
10І засївати меш шість років землю твою, і збирати меш уроджай її;
11maar in het zevende jaar moet ge het braak laten liggen en niet bewerken. Dan zullen de armen onder uw volk er van eten, en de rest zal het wild tot voedsel dienen. Zo zult ge ook met uw wijngaard en uw olijventuin doen.
11На семий же мусиш покинути її на толоку і даси полежати, щоб харчитись убогим ізміж людей твоїх, а що вони покинуть, нехай поїдає животина польова. Так само чинити меш і з виноградником твоїм, і з оливною деревиною твоєю.
12Zes dagen moogt ge werken, maar op de zevende dag zult ge rusten, opdat ook uw rund en uw ezel rust mogen hebben, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling tot rust kunnen komen.
12Шість день робити меш дїло твоє, семого ж дня відпочинеш, щоб оддихав і віл твій і осел твій, і щоб оддихнули на волї син рабинї твоєї і чужинець.
13Onderhoudt alles, wat Ik u heb gezegd. De naam van vreemde goden zult ge niet aanroepen; die mag in uw mond niet worden gehoord!
13А в усьому, що я глаголав вам, бувайте обачні; ба й імям богів чужих не згадуйте, нехай не чути муть його з ваших уст.
14Drie maal per jaar zult ge ter ere van Mij feest vieren.
14Тричі сьвяткувати мете менї що року.
15Ge moet het feest der ongedesemde broden vieren. Dan moet ge zeven dagen lang op de vastgestelde tijd in de maand Abib ongedesemde broden eten, zoals Ik u heb bevolen; want in die maand zijt ge uit Egypte getrokken.
15Допильновувати меш опрісношнього сьвята. Сїм день їсти меш прісний хлїб, як я заповідав тобі, в призначений час, у місяцї Абибі; бо в цьому місяцї вийшов єси з Египту. І нїхто не мусить показуватись перед лице моє з порожнїми руками.
16Verder het oogstfeest, wanneer de eerstelingen van uw arbeid, van wat ge op het veld hebt gezaaid, worden geoogst, en het plukfeest op het eind van het jaar, wanneer ge van het veld de vruchten van uw arbeid binnenhaalt.
16І сьвято жнивне, первоплоду працї твоєї, того, що сіяти меш в полї; і сьвято збору, під кінець року, як збираєш те, коло чого працював у полї.
17Deze drie keren in het jaar moeten alle personen van het mannelijk geslacht voor Jahweh, den Heer verschijnen en zij mogen niet met lege handen voor mijn aanschijn komen.
17Тричі що року мусить показуватись увесь музький пол твій перед Господа Бога твого.
18Ge moogt het bloed van het dier, dat Mij wordt geofferd, niet tegelijk met gedesemd brood opdragen. Het vet van mijn feestoffer mag niet de nacht door tot de volgende morgen worden bewaard.
18Не приносити меш з квашеним хлїбом кров жертви моєї; і не зоставати меться жир сьвята мого до ранку.
19Het puik der eerstelingen van uw akker zult ge naar het huis van Jahweh, uw God brengen. Gij moogt het geitje niet koken in de melk van zijn moeder.
19Первоплід із землї твоєї мусиш приносити в дом Господа, Бога твого. Не варити меш козеняти в молоцї матері його.
20Zie, Ik zend mijn engel voor u uit, om u onderweg te bewaken, en u naar de plaats te leiden, die Ik u heb bereid.
20Се я посилаю мого ангела перед тобою, щоб оберегав тебе в дорозї і привів тебе до того міста, що наготовив я про тебе.
21Wees voor hem op uw hoede, luister naar hem, en wees niet weerspannig tegen hem. Hij zal uw zonden niet vergeven, want in hem woont mijn Naam.
21Остерегайся лиця його й слухай голосу його, не становись опором проти його; не стерпить бо він ваших переступів; бо на йому імя моє.
22Maar zo ge naar Mij luistert, en alles doet, wat Ik heb gezegd, zal Ik de vijand van uw vijanden zijn en de verdrukker van uw verdrukkers.
22Коли ж слухати меш голосу його й чинити меш усе, що я глаголю, тодї буду ворогом ворогам твоїм і сопротивлюся сопротивникам твоїм.
23Waarachtig, dan zal mijn engel voor u uitgaan, en u aanvoeren tegen de Amorieten, Chittieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten, Jeboesieten, en Ik zal ze vernietigen.
23Ійти ме бо ангел мій поперед тебе і приведе тебе до Аморіїв і Гетіїв і Фересіїв і Канааніїв і Гевіїв і Євусіїв; і повикорінюю їх.
24Hun goden moogt ge niet aanbidden of dienen, ge moogt hun daden niet navolgen; maar ge moet ze meedogenloos uitroeien en hun wijstenen verbrijzelen.
24Не бити меш поклони богам їх і не служити меш їм, і не ходити меш робом їх, нї; до на щаду руйнувати меш їх і розбивати меш стовпи їх.
25Jahweh, uw God, moet ge dienen! Dan zal Ik uw brood en uw water zegenen, en de ziekte uit uw midden bannen;
25А служити мете ви Господеві, Богу вашому, і благословляти ме хлїб твій й воду твою, і видалю я недугу зміж вас;
26geen vrouw in uw land zal een miskraam hebben of onvruchtbaar zijn, en het getal uwer dagen maak Ik vol.
26Не скидати муть у вас і не буде безплодних в землї твоій; і лїчбу днїв твоїх виповню.
27Dan zal Ik mijn verschrikking voor u uitzenden, al de volken, waar gij komt, in verwarring brengen en uw vijanden voor u op de vlucht drijven.
27Страх мій пошлю поперед тебе, і залякаю всї народи, куди прийдеш, і поверну всї вороги твої потилицею до тебе.
28Dan zal Ik horzels voor u uitzenden, die de Chiwwieten, Kanaänieten en Chittieten voor u zullen opjagen.
28І пошлю рога поперед тебе, і повиганяють вони Гевіїв, Канааніїв, і Гетіїв зперед тебе.
29Maar Ik drijf ze niet in een enkel jaar voor u weg; anders zou het land een woestenij worden en zouden de wilde dieren de overhand krijgen;
29Не за один рік їх повиганяю зперед тебе, щоб не спустїла земля та не намножилось у нїй животини польової.
30slechts langzaam aan drijf Ik hen voor u weg, totdat ge zo zijt aangegroeid, dat ge het land in bezit kunt nemen.
30Спокволя виганяти му їх зперед тебе, докіль осядешся ти да внаслїдуєш землю.
31Dan zal Ik uw grenzen trekken van de Rode Zee tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de Rivier, en alle bewoners van het land aan u overleveren. Ge moet ze verjagen,
31І поставлю гряницї твої від Червоного моря та й до моря Филистимського, і від пустинї до Ефрату, бо віддам в руки твої людей землї, щоб прогнав їх зперед тебе.
32en moogt geen verbond met hen sluiten, noch met hun goden;
32Не чинити меш умови з ними й з богами їх.
33ze mogen zelfs niet in uw land blijven wonen. Want anders verleiden ze u tot zonde tegen Mij; zodat gij hun goden zoudt gaan dienen, en die zouden een valstrik voor u worden.
33Нехай не живуть вони в землї твоїй, щоб не доводили тебе до гріха; бо ти служив би богам їх, бо се було б для тебе сїткою.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.