Exodus 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Ge moogt geen vals gerucht rondstrooien. Ge moogt hem, die ongelijk heeft, geen hulp verlenen door valse getuigenis.
1「不可随伙布散谣言;不可与恶人连手妄作见证。
2Sluit u in kwade zaken niet bij de meerderheid aan, en richt bij uw antwoorden in een geding u niet naar de meerderheid, als ge daardoor het recht zoudt verkrachten.
2不可随众行恶;不可在争讼的事上随众偏行,作见证屈枉 正直 ;
3Kies ook in een rechtsgeding niet de partij van den rijke.
3也不可在争讼的事上偏护穷人。
4Wanneer ge een verdwaalden os of ezel van uw vijand aantreft, moet ge ze terstond naar hem terugbrengen.
4「若遇见你仇敌的牛或驴失迷了路,总要牵回来交给他。
5Wanneer ge een ezel van uw vijand onder zijn last ziet bezwijken, zult ge den man uw hulp niet weigeren, maar hem helpen afladen.
5若看见恨你人的驴压卧在重驮之下,不可走开,务要和驴主一同抬开 重驮 。
6Bij een geding moogt ge het recht van den arme niet verkrachten.
6「不可在穷人争讼的事上屈枉正直。
7Ge zult geen oneerlijke uitspraak doen, en geen doodvonnis vellen over een onschuldige, die in zijn recht is; want ook Ik geef geen gelijk aan hem, die niet in zijn recht is.
7当远离虚假的事。不可杀无辜和有义的人,因我必不以恶人为义。
8Ge moogt ook geen geschenken aannemen; want geschenken maken zienden blind en verdraaien het recht.
8不可受贿赂;因为贿赂能叫明眼人变瞎了,又能颠倒义人的话。
9Eveneens moogt ge den vreemdeling niet verdrukken; want ge weet, hoe een vreemdeling zich moet voelen, daar ge zelf vreemdeling zijt geweest in het land van Egypte.
9「不可欺压寄居的;因为你们在 埃及 地作过寄居的,知道寄居的心。」
10Zes jaren moogt ge het land bezaaien en de vruchten ervan oogsten;
10「六年你要耕种田地,收藏土产,
11maar in het zevende jaar moet ge het braak laten liggen en niet bewerken. Dan zullen de armen onder uw volk er van eten, en de rest zal het wild tot voedsel dienen. Zo zult ge ook met uw wijngaard en uw olijventuin doen.
11只是第七年要叫地歇息,不耕不种,使你民中的穷人有吃的;他们所剩下的,野兽可以吃。你的葡萄园和橄榄园也要照样办理。
12Zes dagen moogt ge werken, maar op de zevende dag zult ge rusten, opdat ook uw rund en uw ezel rust mogen hebben, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling tot rust kunnen komen.
12「六日你要做工,第七日要安息,使牛、驴可以歇息,并使你婢女的儿子和寄居的都可以舒畅。
13Onderhoudt alles, wat Ik u heb gezegd. De naam van vreemde goden zult ge niet aanroepen; die mag in uw mond niet worden gehoord!
13「凡我对你们说的话,你们要谨守。别神的名,你不可提,也不可从你口中传说。」
14Drie maal per jaar zult ge ter ere van Mij feest vieren.
14「一年三次,你要向我守节。
15Ge moet het feest der ongedesemde broden vieren. Dan moet ge zeven dagen lang op de vastgestelde tijd in de maand Abib ongedesemde broden eten, zoals Ik u heb bevolen; want in die maand zijt ge uit Egypte getrokken.
15你要守除酵节,照我所吩咐你的,在亚笔月内所定的日期,吃无酵饼七天。谁也不可空手朝见我,因为你是这月出了 埃及 。
16Verder het oogstfeest, wanneer de eerstelingen van uw arbeid, van wat ge op het veld hebt gezaaid, worden geoogst, en het plukfeest op het eind van het jaar, wanneer ge van het veld de vruchten van uw arbeid binnenhaalt.
16又 要守 收割节,所收的是你田间所种、劳碌得来初熟之物。并在年底收藏, 要守 收藏节。
17Deze drie keren in het jaar moeten alle personen van het mannelijk geslacht voor Jahweh, den Heer verschijnen en zij mogen niet met lege handen voor mijn aanschijn komen.
17一切的男丁要一年三次朝见主耶和华。
18Ge moogt het bloed van het dier, dat Mij wordt geofferd, niet tegelijk met gedesemd brood opdragen. Het vet van mijn feestoffer mag niet de nacht door tot de volgende morgen worden bewaard.
18「不可将我祭牲的血和有酵的饼一同献上;也不可将我节上 祭牲 的脂油留到早晨。
19Het puik der eerstelingen van uw akker zult ge naar het huis van Jahweh, uw God brengen. Gij moogt het geitje niet koken in de melk van zijn moeder.
19「地里首先初熟之物要送到耶和华—你 神的殿。 「不可用山羊羔母的奶煮山羊羔。」
20Zie, Ik zend mijn engel voor u uit, om u onderweg te bewaken, en u naar de plaats te leiden, die Ik u heb bereid.
20「看哪,我差遣使者在你前面,在路上保护你,领你到我所预备的地方去。
21Wees voor hem op uw hoede, luister naar hem, en wees niet weerspannig tegen hem. Hij zal uw zonden niet vergeven, want in hem woont mijn Naam.
21他是奉我名来的;你们要在他面前谨慎,听从他的话,不可惹他,因为他必不赦免你们的过犯。
22Maar zo ge naar Mij luistert, en alles doet, wat Ik heb gezegd, zal Ik de vijand van uw vijanden zijn en de verdrukker van uw verdrukkers.
22「你若实在听从他的话,照着我一切所说的去行,我就向你的仇敌作仇敌,向你的敌人作敌人。
23Waarachtig, dan zal mijn engel voor u uitgaan, en u aanvoeren tegen de Amorieten, Chittieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten, Jeboesieten, en Ik zal ze vernietigen.
23「我的使者要在你前面行,领你到 亚摩利 人、 赫 人、 比利洗 人、 迦南 人、 希未 人、 耶布斯 人那里去,我必将他们剪除。
24Hun goden moogt ge niet aanbidden of dienen, ge moogt hun daden niet navolgen; maar ge moet ze meedogenloos uitroeien en hun wijstenen verbrijzelen.
24你不可跪拜他们的神,不可事奉他,也不可效法他们的行为,却要把神像尽行拆毁,打碎他们的柱像。
25Jahweh, uw God, moet ge dienen! Dan zal Ik uw brood en uw water zegenen, en de ziekte uit uw midden bannen;
25你们要事奉耶和华—你们的 神,他必赐福与你的粮与你的水,也必从你们中间除去疾病。
26geen vrouw in uw land zal een miskraam hebben of onvruchtbaar zijn, en het getal uwer dagen maak Ik vol.
26你境内必没有坠胎的,不生产的。我要使你满了你年日的数目。
27Dan zal Ik mijn verschrikking voor u uitzenden, al de volken, waar gij komt, in verwarring brengen en uw vijanden voor u op de vlucht drijven.
27凡你所到的地方,我要使那里的众民在你面前惊骇,扰乱,又要使你一切仇敌转背 逃跑 。
28Dan zal Ik horzels voor u uitzenden, die de Chiwwieten, Kanaänieten en Chittieten voor u zullen opjagen.
28我要打发黄蜂飞在你前面,把 希未 人、 迦南 人、 赫 人撵出去。
29Maar Ik drijf ze niet in een enkel jaar voor u weg; anders zou het land een woestenij worden en zouden de wilde dieren de overhand krijgen;
29我不在一年之内将他们从你面前撵出去,恐怕地成为荒凉,野地的兽多起来害你。
30slechts langzaam aan drijf Ik hen voor u weg, totdat ge zo zijt aangegroeid, dat ge het land in bezit kunt nemen.
30我要渐渐地将他们从你面前撵出去,等到你的人数加多,承受那地为业。
31Dan zal Ik uw grenzen trekken van de Rode Zee tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de Rivier, en alle bewoners van het land aan u overleveren. Ge moet ze verjagen,
31我要定你的境界,从 红海 直到 非利士海 ,又从旷野直到大河。我要将那地的居民交在你手中,你要将他们从你面前撵出去。
32en moogt geen verbond met hen sluiten, noch met hun goden;
32不可和他们并他们的神立约。
33ze mogen zelfs niet in uw land blijven wonen. Want anders verleiden ze u tot zonde tegen Mij; zodat gij hun goden zoudt gaan dienen, en die zouden een valstrik voor u worden.
33他们不可住在你的地上,恐怕他们使你得罪我。你若事奉他们的神,这必成为你的网罗。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.