Exodus 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Ge moogt geen vals gerucht rondstrooien. Ge moogt hem, die ongelijk heeft, geen hulp verlenen door valse getuigenis.
1Не износи лажних гласова; не пристај с безбожником да сведочиш криво.
2Sluit u in kwade zaken niet bij de meerderheid aan, en richt bij uw antwoorden in een geding u niet naar de meerderheid, als ge daardoor het recht zoudt verkrachten.
2Не иди за множином на зло, и не говори на суду поводећи се за већим бројем да се изврне правда.
3Kies ook in een rechtsgeding niet de partij van den rijke.
3Сиромаху у парници његовој не гледај што је сиромах.
4Wanneer ge een verdwaalden os of ezel van uw vijand aantreft, moet ge ze terstond naar hem terugbrengen.
4Ако наиђеш на вола непријатеља свог или на магарца његовог, где је залутао, одведи га к њему.
5Wanneer ge een ezel van uw vijand onder zijn last ziet bezwijken, zult ge den man uw hulp niet weigeren, maar hem helpen afladen.
5Ако видиш где је ненавиднику твом пао магарац под теретом својим, немој да га оставиш, него му помози.
6Bij een geding moogt ge het recht van den arme niet verkrachten.
6Немој изврнути правде сиромаху свом у парници његовој.
7Ge zult geen oneerlijke uitspraak doen, en geen doodvonnis vellen over een onschuldige, die in zijn recht is; want ook Ik geef geen gelijk aan hem, die niet in zijn recht is.
7Речи лажне клони се, и безазленог и правог немој убити, јер нећу оправдати безбожника.
8Ge moogt ook geen geschenken aannemen; want geschenken maken zienden blind en verdraaien het recht.
8Не узимај поклона, јер поклон заслепљује окате и изврће речи правима.
9Eveneens moogt ge den vreemdeling niet verdrukken; want ge weet, hoe een vreemdeling zich moet voelen, daar ge zelf vreemdeling zijt geweest in het land van Egypte.
9Дошљаке не цвели, јер ви знате каква је душа дошљаку, јер сте били дошљаци у земљи мисирској.
10Zes jaren moogt ge het land bezaaien en de vruchten ervan oogsten;
10Шест година засејавај земљу своју и сабирај род њен;
11maar in het zevende jaar moet ge het braak laten liggen en niet bewerken. Dan zullen de armen onder uw volk er van eten, en de rest zal het wild tot voedsel dienen. Zo zult ge ook met uw wijngaard en uw olijventuin doen.
11а седме године остави је нека почине, да једу сиромаси народа твог, а шта иза њих остане нека једу звери пољске; тако ради и с виноградом својим и с маслиником својим.
12Zes dagen moogt ge werken, maar op de zevende dag zult ge rusten, opdat ook uw rund en uw ezel rust mogen hebben, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling tot rust kunnen komen.
12Шест дана ради послове своје, а у седми дан почини, да се одмори во твој и магарац твој, и да одахне син робиње твоје и дошљак.
13Onderhoudt alles, wat Ik u heb gezegd. De naam van vreemde goden zult ge niet aanroepen; die mag in uw mond niet worden gehoord!
13Држите се свега што сам вам казао. Не помињите имена богова туђих, и да се не чује из уста ваших.
14Drie maal per jaar zult ge ter ere van Mij feest vieren.
14Три пута преко године светкуј ми:
15Ge moet het feest der ongedesemde broden vieren. Dan moet ge zeven dagen lang op de vastgestelde tijd in de maand Abib ongedesemde broden eten, zoals Ik u heb bevolen; want in die maand zijt ge uit Egypte getrokken.
15Празник пресних хлебова држи; седам дана једи хлебове пресне, као што сам ти заповедио, на време, месеца Авива, јер си тада изашао из Мисира; и нико да не изађе преда ме празан;
16Verder het oogstfeest, wanneer de eerstelingen van uw arbeid, van wat ge op het veld hebt gezaaid, worden geoogst, en het plukfeest op het eind van het jaar, wanneer ge van het veld de vruchten van uw arbeid binnenhaalt.
16и празник жетве првина од труда твог што посејеш у пољу свом; и празник бербе на свршетку сваке године, кад сабереш труд свој с њиве.
17Deze drie keren in het jaar moeten alle personen van het mannelijk geslacht voor Jahweh, den Heer verschijnen en zij mogen niet met lege handen voor mijn aanschijn komen.
17Три пута преко године све мушкиње твоје да излази пред Господа Бога.
18Ge moogt het bloed van het dier, dat Mij wordt geofferd, niet tegelijk met gedesemd brood opdragen. Het vet van mijn feestoffer mag niet de nacht door tot de volgende morgen worden bewaard.
18Крв од жртве моје не приноси уз хлебове киселе, и претилина празника мог да не преноћи до јутра.
19Het puik der eerstelingen van uw akker zult ge naar het huis van Jahweh, uw God brengen. Gij moogt het geitje niet koken in de melk van zijn moeder.
19Првине од првог рода земље своје донеси у кућу Господа Бога свог. Немој кувати јагњета у млеку мајке његове.
20Zie, Ik zend mijn engel voor u uit, om u onderweg te bewaken, en u naar de plaats te leiden, die Ik u heb bereid.
20Ево, ја шаљем анђела свог пред тобом да те чува на путу, и да те одведе на место које сам ти приправио.
21Wees voor hem op uw hoede, luister naar hem, en wees niet weerspannig tegen hem. Hij zal uw zonden niet vergeven, want in hem woont mijn Naam.
21Чувај га се, и слушај га, немој да га расрдиш, јер вам неће опростити грех, јер је моје име у њему.
22Maar zo ge naar Mij luistert, en alles doet, wat Ik heb gezegd, zal Ik de vijand van uw vijanden zijn en de verdrukker van uw verdrukkers.
22Него ако га добро узаслушаш и уствориш све што кажем, ја ћу бити непријатељ твојим непријатељима и противник твојим противницима.
23Waarachtig, dan zal mijn engel voor u uitgaan, en u aanvoeren tegen de Amorieten, Chittieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten, Jeboesieten, en Ik zal ze vernietigen.
23Јер ће анђео мој ићи пред тобом и одвешће те у земљу аморејску и хетејску и ферезејску и хананејску и јевејску и јевусејску, и ја ћу их истребити.
24Hun goden moogt ge niet aanbidden of dienen, ge moogt hun daden niet navolgen; maar ge moet ze meedogenloos uitroeien en hun wijstenen verbrijzelen.
24Немој се клањати боговима њиховим нити им служити, ни чинити шта они чине, него их сасвим обори и ликове њихове сасвим изломи.
25Jahweh, uw God, moet ge dienen! Dan zal Ik uw brood en uw water zegenen, en de ziekte uit uw midden bannen;
25И служите Господу Богу свом, и Он ће благословити хлеб твој и воду твоју; и уклонићу болест између вас.
26geen vrouw in uw land zal een miskraam hebben of onvruchtbaar zijn, en het getal uwer dagen maak Ik vol.
26Неће бити пометкиње ни нероткиње у земљи твојој; и број дана твојих напунићу.
27Dan zal Ik mijn verschrikking voor u uitzenden, al de volken, waar gij komt, in verwarring brengen en uw vijanden voor u op de vlucht drijven.
27Пустићу страх свој пред тобом, и уплашићу сваки народ на који дођеш, и обратићу к теби плећи свих непријатеља твојих.
28Dan zal Ik horzels voor u uitzenden, die de Chiwwieten, Kanaänieten en Chittieten voor u zullen opjagen.
28Послаћу и стршљене пред тобом, да терају Јевеје, Хананеје и Хетеје испред тебе.
29Maar Ik drijf ze niet in een enkel jaar voor u weg; anders zou het land een woestenij worden en zouden de wilde dieren de overhand krijgen;
29Нећу их отерати испред тебе за једну годину, да не опусти земља и да се зверје пољско не намножи на тебе.
30slechts langzaam aan drijf Ik hen voor u weg, totdat ge zo zijt aangegroeid, dat ge het land in bezit kunt nemen.
30Помало ћу их одгонити испред тебе докле се не намножиш и заузмеш земљу.
31Dan zal Ik uw grenzen trekken van de Rode Zee tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de Rivier, en alle bewoners van het land aan u overleveren. Ge moet ze verjagen,
31И поставићу међе твоје од мора црвеног до мора филистејског и од пустиње до реке; јер ћу вама у руке дати оне који живе у оној земљи да их отераш испред себе.
32en moogt geen verbond met hen sluiten, noch met hun goden;
32Немој хватати вере с њима ни с боговима њиховим.
33ze mogen zelfs niet in uw land blijven wonen. Want anders verleiden ze u tot zonde tegen Mij; zodat gij hun goden zoudt gaan dienen, en die zouden een valstrik voor u worden.
33Нека не седе у земљи твојој, да те не наврате да се огрешиш о мене, јер би служио боговима њиховим, и то би ти била замка.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.