Exodus
Chapter 34
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daarna sprak Jahweh tot Moses: Houw u twee stenen tafelen, zoals de vorige; dan zal Ik er de woorden opschrijven, die op de vorige tafelen stonden, welke gij hebt verbrijzeld.
1І рече Господь Мойсейові: Висїчи собі дві таблицї камяні взором первих, і напишу на таблицях слова, що були на таблицях первих, що розбив єси.
2Zorg, dat gij tegen de morgen gereed zijt; bestijg dan de berg Sinaï, en blijf daar op de top van de berg op Mij wachten.
2І бувай готов у раньцї, і зійди в раньцї на Синай гору, та й станеш тамо передо мною на верху гори.
3Maar niemand mag met u mee, niemand mag op heel de berg worden gezien; zelfs mogen er geen schapen en runderen weiden in de nabijheid van de berg.
3І нїхто щоб не взійшов з тобою, та нїкого щоб не було видно по всїй горі; ба й отара й череда щоб не паслась під горою.
4Moses hakte dus twee stenen tafelen, gelijk aan de eerste, besteeg vroeg in de morgen de berg Sinaï, zoals Jahweh het hem had bevolen, en nam de twee stenen tafelen met zich mee.
4І висїк дві таблицї камяні взором первих; і встав Мойсей рано враньцї, та й зійшов на Синай гору, як заповідав йому Господь, і взяв в руки обидві таблицї камяні.
5Toen daalde Jahweh neer in de wolk, terwijl Moses daar op Hem wachtte en Jahweh aanriep bij zijn Naam.
5І зійшов Господь у хмарі і став з ним там, і промовив імя „Господь‟.
6Nu ging Jahweh hem voorbij, en Jahweh riep: Jahweh is een barmhartige en ontfermende God, lankmoedig, vol van liefde en trouw,
6І переходив Господь перед ним, і покликував: Господь! Господь! Бог, милосердний і ласкавий, нескорий на гнїв і щедрий на милость і правду,
7die duizenden genade bewijst, die misdaden, fouten en zonden vergeeft, zonder ze ongestraft te laten, maar de zonden der vaderen op de zonen en kleinzonen wreekt tot in het derde en vierde geslacht.
7Що держить ласку про тисячі, прощає несправедливість, переступ і гріх, хоч нїколи не вважає безвинним виноватого, карає несправедливість батьківську на дїтях і на дїтях дїтей, на третьому й на четвертому родї.
8Haastig wierp Moses zich op zijn knieën, boog zich ter aarde,
8І припав хутко Мойсей до землї і поклонився Богу,
9en sprak: Heer, zo ik genade gevonden heb ik uw ogen, Heer, trek dan mee op, te midden van ons. Zeker het is een weerbarstig volk; maar vergeef ons onze zonde en schuld, en neem ons als uw erfdeel aan.
9І рече: Коли тільки знайшов я ласку в очу в тебе, Господе, нехай же йде Господь серед нас; бо запеклі се люде, та прости несправедливість нашу і гріх наш, і возьми нас за наслїддє своє!
10Hij sprak: Zie, Ik sluit een Verbond met u. Ten aanschouwen van heel uw volk zal Ik wonderdaden verrichten, zoals er nog nooit op de ganse aarde en onder enig volk zijn gewrocht; en heel het volk, waaronder gij leeft, zal het werk van Jahweh zien. Ja, ontzaglijk zal het zijn, wat Ik voor u ga verrichten!
10І рече: Се я покладаю завіт: Перед усїма людьми твоїми сотворю чудеса, які не творились на всїй землї і у всїх народів, і вбачати ме ввесь люд, що проміж ним живеш, дїло Господнє: страшенне бо те, що сотворю з тобою.
11Onderhoud slechts, wat Ik u heden gebied; dan drijf Ik de Amorieten, Kanaänieten, Chittieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten voor u uit.
11Пильнуй же того, що я заповідав нинї тобі. Се повиганяю перед тобою Аморіїв, і Канааніїв, і Хетіїв, і Ферезіїв, і Гевіїв, і Євузіїв.
12Wacht u ervoor, een verbond te sluiten met de bewoners van het land, waar gij heen trekt, opdat zij onder u geen valstrik worden.
12Остерегайсь чинити вмову з осадниками тієї країни, що в їх землю ввіходиш, щоб не зробились вони сїткою проміж вами.
13Neen, gij moet hun altaren verwoesten, hun wijstenen omverwerpen en hun heilige bomen omhakken.
13Нї, мусите руйнувати жертівники їх, і будете ламати стовпи їх, і рубати сьвященні дуброви їх,
14Gij zult geen vreemden god aanbidden; want Jahweh wordt ijverzuchtig genoemd, en Hij is een naijverige God.
14Бо не будеш покланятись иншому богу; бо Господь, на імя Ревнивий, він Бог ревнивий.
15Sluit geen verbond met de inwoners van het land, die ontuchtig hun goden achterna lopen, en aan hun goden offers brengen. Want anders nodigen zij u daarbij uit, en zoudt gij van hun altaren eten;
15Не чинити меш умови з жителями тієї країни, ато будуть блудувати вони з богами своїми і приносити жертву богам своїм, та й покличуть тебе, і зачнеш їсти жертви їх.
16gij zoudt hun dochters als vrouwen voor uw zonen nemen, en hun dochters, die ontuchtig haar goden achterna lopen, zouden ook uw zonen daartoe verleiden.
16І будеш брати дочки їх за синів своїх, і будуть блудовати дочки їх за богами своїми, і приводити синів твоїх до блуду за богами своїми.
17Gij moogt u geen gegoten godenbeeld maken.
17Виливаних богів не будеш робити.
18Gij moet het feest der ongedesemde broden vieren. Op de vastgestelde tijd van de maand Abib zult ge zeven dagen lang ongedesemd brood eten, zoals Ik u bevolen heb; want in de maand Abib zijt ge uit Egypte getrokken.
18Сьвята не заквашеного хлїба будеш допильновувати, сїм день їсти меш опрісноки, як заповідав я тобі, в певну годину, в місяцї Абиві; бо в місяцї Абиві вийшов єси з Египту.
19Al wat de moederschoot opent, behoort aan Mij: ieder eerstgeboren mannelijk dier van uw kudde, zowel van runderen als van schapen;
19Все, що родить мати, моє; і весь твій скот, первородні самцї бики й барани.
20alleen het eerstgeboren ezelsjong zult ge loskopen met een lam, of het anders de nek breken. Maar al de eerstgeborenen van uw zonen moet ge loskopen, en zij zullen niet met lege handen voor Mij verschijnen.
20Первака ж осла мусиш викупити бараном, коли ж не викупиш, так переломи йому шию. Всякого первенця з синів мусиш викупити, і нехай нїхто не показується передо мною з порожнїми руками.
21Zes dagen moogt ge werken, maar op de zevende dag zult gij rusten; zelfs in de ploeg(-) en oogsttijd zult ge dan rusten.
21Шість день робити меш, семого ж дня перестанеш орати і жати.
22Bij de eerstelingen van de tarweoogst zult ge het feest der weken vieren: en het plukfeest bij de wisseling van het jaar.
22І сьвято тижневе держатя меш, те ж і сьвято первоплоду пшеничних вжинків, і сьвято збору при кінцї року.
23Drie maal per jaar moeten alle mannen onder u voor den Heer Jahweh, den God van Israël, verschijnen.
23Три рази що року мусить показуватись увесь муський пол ваш перед лицем Господа, Бога Ізраїлського:
24En wanneer Ik de heidenen voor u heb verdreven en u een uitgestrekt grondgebied heb geschonken, zal niemand uw land zelfs begeren, terwijl gij driemaal per jaar optrekt, om voor Jahweh, uw God, te verschijnen.
24Бо повиганяю народи сперед тебе і розпросторю границї твої, і нїхто не посягне на землю твою, як виходити меш, показатись перед Господом, Богом вашим, три рази що року.
25Gij zult het bloed van wat Mij is geofferd, niet tegelijk met gedesemd brood ten offer brengen. Van het paasoffer mag niets tot de volgende morgen worden bewaard.
25Не приносити меш вкупі з заквашеним кров жертви моєї, і не зоставати меться до ранку жертва в паскове сьвято.
26De eerste vruchten van uw akkers moet ge naar het huis van Jahweh, uw God, brengen. Gij moogt het geitje niet koken in de melk van zijn moeder.
26Первий первоплід землї твоєї приносити меш домові Господа, Бога твого. Не варити меш козеняти в молоцї матері його.
27Nu sprak Jahweh tot Moses: Schrijf deze geboden op; want op grond van deze geboden, sluit Ik met u en Israël een Verbond.
27І рече Господь Мойсейові: Позаписуй собі сі слова: бо згідно з сїми словами вчинив я з тобою і з Ізраїлем завіт.
28En Moses bleef daar met Jahweh veertig dagen en veertig nachten, zonder te eten of te drinken, en Hij schreef op de tafelen de bepalingen van het Verbond: de tien geboden.
28І був там він з Господом сорок день і сорок ночей, хлїба не їв і води не пив. І написав на таблицях слова завіту, десять слів.
29Daarna daalde Moses van de berg Sinaï af, met de tafelen van het Verbond in zijn hand. Terwijl Moses van de berg afdaalde, wist hij niet, dat de huid van zijn aangezicht straalde, omdat hij met Jahweh gesproken had.
29І сталось, як сходив Мойсей з Синай гори, а обидві таблицї сьвідчення були в руцї Мойсейовій, як сходив із гори, так не знав Мойсей, що стала сияти проміннєм кожа на лицї в його, бо розмовляв він з Господом.
30Toen Aäron en al de Israëlieten zagen, dat de huid van Moses’ aangezicht straalde, durfden zij hem niet naderen.
30І побачив Арон і всї синове Ізрайлеві Мойсея, і се почала сияти проміннєм кожа на лицї в його, і побоялись приступити до його.
31Eerst toen Moses hen riep, kwamen Aäron en al de leiders van de gemeenschap bij hem, en sprak Moses hun toe.
31І покликав їх Мойсей, і поприходили до його Арон і всї князї громадські, і розмовляв Мойсей із ними;
32Nu durfden ook de andere Israëlieten naderen, en deelde Moses hun alles mee, wat Jahweh hem op de berg Sinaï bevolen had.
32А потім приступили й усї синове Ізрайлеві, і заповідав їм він усе, про що глаголав йому Господь на Синай горі.
33Toen Moses zijn toespraak beëindigd had, legde hij een sluier over zijn gelaat.
33І як переставав Мойсей промовляти до них, так спускав на лице собі покривало.
34En telkens wanneer Moses voor Jahweh verscheen om met Hem te spreken, verwijderde hij de sluier, tot hij weer heenging. Maar als hij dan naar buiten trad, om de Israëlieten alle bevelen mede te delen,
34Якже приходив Мойсей перед Господа розмовляти з ним, здіймав покривало, аж поки він відходив; і виходив він і промовляв синам Ізрайлевим, що заповідано йому.
35en dezen zagen hoe de huid van Moses’ aangezicht straalde, legde Moses de sluier over zijn gelaat, totdat hij weer naar binnen ging, om met God te spreken.
35І вбачили синове Ізрайлеві лице Мойсейове, що сияла проміннєм кожа на лицї в Мойсея; і надївав ізнов Мойсей покривало на лице собі, поки не прийшов, щоб розмовляти з ним.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.