Exodus 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dit zijn de wetten, die ge hun moet voorhouden:
1А се суди, що обявиш перед ними:
2Wanneer gij een hebreeuwsen slaaf koopt, zal hij u zes jaren dienstbaar zijn; maar in het zevende jaar kan hij zonder enige vergoeding als vrij man heengaan.
2Коли купиш раба Єврея, шість год нехай прослужить, а на семий вийде на волю, дармо.
3Als hij alleen is gekomen, zal hij alleen weggaan; kwam hij gehuwd, dan moet ook zijn vrouw met hem mee.
3Коли сам прийде до тебе, сам і на волю вийде, коли ж він мав жінку, і жінка його вийде з ним.
4Wanneer zijn meester hem een vrouw heeft gegeven, die hem zonen en dochters heeft geschonken, dan blijft zijn vrouw met haar kinderen het eigendom van zijn heer, en moet hij alleen vertrekken.
4Коли пан його дав йому жінку, та вродила вона йому сини й дочки, дак жінка і дїти її будуть панові, він же вийде сам один.
5Maar zo de slaaf uitdrukkelijk verklaart: Ik houd van mijn heer, van mijn vrouw en mijn kinderen, ik wil de vrijheid niet,
5Коли ж казати ме раб: Люблю я пана, жінку мою і дїти мої, не хочу виходити сам на волю;
6dan moet zijn heer hem voor God doen komen, hem vervolgens naar de deur of de deurpost geleiden, en zijn oor met een priem doorboren; dan blijft hij voor altijd zijn slaaf.
6Тодї приведе його пан його до суддїв і поставить коло дверей або одвірка та й проколе пан його вухо йому шилом, і служити ме той йому до віку.
7Wanneer iemand zijn dochter als slavin verkoopt, zal zij niet op dezelfde manier kunnen vertrekken als de slaven.
7А коли хто продасть дочку свою як рабиню, дак не виходити ме вона, як виходять раби.
8Heeft de heer haar voor zich zelf bestemd, maar bevalt ze hem niet, dan kan hij een losprijs voor haar vragen; maar hij heeft niet het recht, haar naar den vreemde te verkopen, als hij genoeg van haar heeft.
8І коли не до вподоби вона панові свойму, що призначив її для себе, дак нехай дозволить її викупити: народові чужому не мати ме права продавати її, він бо ошукав її.
9Heeft hij haar voor zijn zoon bestemd, dan moet hij haar als een dochter behandelen.
9А коли синові свойму призначив її, дак по праву дочки мусить чинить із нею.
10Neemt hij zich nog een andere vrouw, dan mag hij haar niet te kort doen, wat voedsel, kleding en huwelijksgemeenschap betreft.
10Коли ж другу візьме йому, не мати ме права поменьшити харч її, платтє її, і мужне життє її.
11Zo hij haar deze drie dingen niet geeft, mag zij zonder vergoeding en losgeld vertrekken.
11А коли б сї три речі не додержав, дак можна ій вийти дармо без окупу.
12Wie iemand zo slaat, dat hij sterft, zal met de dood worden gestraft.
12Хто вдарить чоловіка так, що той умре, скарати його смертю.
13Wanneer hij het niet met opzet deed, doch God zijn hand had laten gaan, dan zal Ik u een plaats aanwijzen, waar hij heen kan vluchten.
13Коли ж він зробив се ненароком, а Бог підвів під його руку, дак я призначу тобі місто, куди втекти йому.
14Maar zo iemand met boos opzet en verraderlijk zijn naaste vermoordt, moet ge hem zelfs van mijn altaar gaan halen, om hem te doden.
14А хто задумав на близьного свого душогубство зрадливим робом, і від жертівника мого мусиш узяти його, щоб скарати смертю.
15Wie zijn vader of zijn moeder slaat, zal met de dood worden gestraft.
15І хто вдарить батька свого, смертю скарати його.
16Wie een mens rooft, hetzij hij hem heeft verkocht of nog in zijn macht heeft, zal met de dood worden gestraft.
16І хто вкраде людину та продасть, або знайдеться вона в руках його, того скарати смертю.
17Wie zijn vader of moeder vervloekt, zal eveneens sterven.
17І хто проклинати ме батька свого і матїр свою, того скарати смертю.
18Wanneer twee mannen met elkaar vechten, en de een slaat den ander met een steen of met de vuist, zonder dat hij sterft, maar toch zó, dat hij bedlegerig wordt,
18І коли посваряться люде, та й вдарить одно одного каменюкою чи кулаком, і той не вмре, а лежати ме в недузї:
19dan zal hij, die hem heeft geslagen, ongestraft blijven, als de ander weer op kan staan en gesteund op zijn stok buiten kan wandelen. Hij moet hem alleen zijn verzuim vergoeden en de kosten van de genezing betalen.
19Коли встане і ходити ме з палицею своєю, дак шкодника вивязати з сієї справи; тільки має за втрату часу заплатити і вигоїти його зовсїм.
20Wanneer iemand zijn slaaf of slavin met een stok zo mishandelt, dat hij onder zijn hand bezwijkt, moet hij ten zwaarste worden gestraft;
20Коли хто вдарить раба чи рабиню свою палицею, і вмре під його рукою, притма треба відомстити за се.
21maar blijft hij nog een of twee dagen in leven, dan zal hij niet worden gestraft, want het is zijn eigen bezit.
21Однакже, коли день або два проживе, дак не годиться мститись; бо він за його гроші.
22Wanneer mannen met elkaar vechten, en ze raken daarbij een zwangere vrouw, zodat zij wel ontijdig bevalt, maar het leven er niet mee gemoeid is, dan zal de schuldige als boete de schadevergoeding moeten betalen, welke de man van die vrouw hem oplegt.
22І коли сваряться чоловіки, та потурбують вагітну молодицю, і скине дитину вона, та не буде шкоди, наложити на виноватого пеню, яку наложить жінчин чоловік, і заплатить по присудї суддїв.
23Maar wanneer het leven er mee is gemoeid, zult ge leven voor leven geven.
23А коли буде шкода, тодї мусить оддати душу за душу.
24Oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet,
24Око за око, зуба за зуба.
25brandwond voor brandwond, letsel voor letsel, striem voor striem!
25Опечину за опечину, рану за рану, синяка за синяка.
26Maar wanneer iemand zijn slaaf of slavin het oog uitslaat, moet hij hun voor het oog de vrijheid geven;
26І коли хто вдарить в око раба свого, чи в око рабиню свою, і зопсує, на волю мусить випустить його за око його.
27zo hij zijn slaaf of slavin een tand uitslaat, moet hij hun ook voor de tand de vrijheid geven.
27І коли вибє зуба рабові свойму, або рабинї своїй, на волю випустить його за зуба його.
28Wanneer een stier een man of een vrouw zo hevig stoot, dat de dood daarop volgt, moet die stier worden gestenigd en zijn vlees mag niet worden gegeten; doch den eigenaar van den stier treft geen schuld.
28І коли вколе скотина мужчину чи женьщину й умре, каміннєм побити мусять скотину та й не їсти муть мясива її; чия ж скотина той неповинен.
29Maar wanneer de stier reeds te voren stotig was, en de eigenaar, hoewel gewaarschuwd, hem niet heeft bewaakt, dan moet niet alleen de stier, die een man of een vrouw heeft gedood, worden gestenigd, maar ook de eigenaar met de dood worden gestraft.
29А коли віл бився перше і осьвідчено було господареві його, та не вберіг він його, і вмер мужчина чи женщина, вола мусять побити каміннєм, і господарь його мусить згинути.
30Eist men losgeld van hem, dan moet hij zoveel voor zijn persoon betalen, als men hem oplegt.
30Коли наложять викуп на його, мусить він дати за визвол душі своєї, щоб нї положено на його.
31Stoot hij een jongen of een meisje, dan geldt dezelfde regel.
31Чи сина заколе він, чи дочку заколе, по сьому присуду чинити з ним.
32Maar stoot de stier een slaaf of slavin, dan moet de eigenaar dertig zilveren sikkels aan hun meester betalen, en de stier zal worden gestenigd.
32Коли ж раба чи рабиню вбє скотина, мусить дати властитель срібла трийцять секлїв панові, а скотину вбити каміннєм.
33Wanneer iemand een put heeft opengelaten, of een kuil heeft gegraven zonder hem af te dekken, en een rund of ezel valt er in,
33А коли розкриє хто яму, або викопає хто яму, та й не закриє, і впаде туди віл чи осел,
34dan moet de eigenaar van de put schadeloosstelling geven, en de prijs betalen aan den eigenaar van het dier; het dode dier kan hij behouden.
34Властитель ями заплатить за се; вернути мусить він грошима господареві його, а мертве буде йому.
35Wanneer iemands stier dien van een ander zo stoot, dat deze sterft, dan moeten ze den levenden stier verkopen, en de opbrengst ervan, zowel als het gedode dier, samen delen.
35А коли чия скотина поранить скотину другого, і та здохне, дак продадуть скотину живу, та й подїлять по полам гроші за її, та й здохлу пополам подїлять.
36Maar was het bekend, dat de stier reeds langere tijd stotig was, en heeft de eigenaar hem toch niet bewaakt, dan moet hij hem de volle waarde vergoeden, een stier voor een stier; maar het dode beest mag hij behouden.
36Коли ж було знаттє, що віл бився перше, і не вберіг його господарь його, дак мусить віддати вола за вола, мертвий же йому буде.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.