Exodus 17
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Daarna brak heel de gemeenschap van Israëls kinderen op, en trok uit de woestijn Sin van halte tot halte verder, volgens de aanwijzingen van Jahweh. Toen zij hun legerplaats te Refidim hadden opgeslagen, bleek daar geen drinkwater voor het volk te zijn.
1І мандрувала вся громада Ізраїльська із Син степу, переходами, по слову Господньому. І втаборились у Рефидимі; і не було води пити людям.
2Het volk begon met Moses te twisten en zeide: Geef ons water te drinken! Moses antwoordde: Waarom zoekt ge twist met mij, en stelt ge Jahweh op de proef?
2І сварились люде з Мойсейом, і гукали: Дай нам пити! І рече Мойсей їм: Чого сваритесь зомною? Про що спокушуєте Господа?
3Maar het volk, dat daar naar water smachtte, bleef tegen Moses morren, en zeide: Waarom hebt ge ons uit Egypte gehaald, om ons, onze kinderen en ons vee te doen sterven van dorst?
3І були там люде жадні води, і нарекали на Мойсея кажучи: Про що се ти вивів нас із Египту, щоб уморити нас, і дїти наші, і скот наш жадою?
4Toen riep Moses tot Jahweh: Wat moet ik dan toch met dit volk beginnen; het scheelt niet veel, of ze stenigen mij!
4І заголосив Мойсей до Господа кажучи: Що маю дїяти з людьми моїми? Ще трохи, та й побють мене каміннєм.
5En Jahweh gaf Moses ten antwoord: Ga met enige oudsten van Israël voor het volk uit, neem de staf mee, waarmee ge op de Nijl hebt geslagen, en begeef u op weg.
5І рече Господь Мойсейові: Пройди поперід людей, та возьми з собою старших мужів громадських Ізраїльських; і палицю твою, що нею вдарив єси по ріцї, візьми в руку твою, та й ійди.
6Zie, Ik zal daar vóór u staan op de rots, op de Horeb; dan moet ge op de rots slaan en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. Moses deed dit ten aanschouwen van Israëls oudsten.
6Се я стану перед тобою там, на скелї в Горебі; і вдариш ти по скелї, і рине з її вода, щоб напились люде. І вчинив так Мойсей перед віччу в старших мужів громадських Ізраїльських.
7Die plaats werd Massa en Meriba genoemd, omdat de kinderen Israëls daar hadden getwist, en Jahweh op de proef hadden gesteld door te zeggen: Is Jahweh in ons midden, of is Hij er niet?
7І проложив прізвище врочищу тому: Маса і Мерива задля сварки між синами Ізрайлевими і задля того, що спокушували Бога мовляючи: Чи Господь є між нами, чи нема?
8Te Refidim ook kwamen de Amalekieten, om Israël te bestrijden.
8І прийшов Амалек, і бив на Ізраїля в Рефидимі.
9Toen sprak Moses tot Josuë: Kies mannen uit, om tegen Amalek ten strijde te trekken; ik zelf zal morgen op de top van de heuvel gaan staan met de staf van God in mijn hand.
9І рече Мойсей Йосуї: Навибірай нам людей та йди битись із Амалеком; завтра се я стану на шоломенї ховма і жезло Боже в руцї моїй.
10Josuë deed wat Moses hem had gezegd. Hij trok uit, om Amalek te bestrijden, terwijl Moses, Aäron en Choer de top van de heuvel beklommen.
10І вчинив Йосуа так, як повелїв йому Мойсей; почав битись із Амалеком. А Мойсей, Арон та Гур зійшли на шоломє ховма.
11Zolang Moses zijn handen omhoog hield, had Israël de overhand, maar zodra hij zijn handen liet zakken, was Amalek sterker.
11І сталось, що як піднімав Мойсей руцї, дак брали гору Ізраілитяне, а як попускав Мойсей руцї свої, дак брав гору Амалек.
12Maar tenslotte werden de handen van Moses vermoeid. Nu namen zij een steen, legden die onder hem, en hij ging er op zitten; terwijl Aäron en Choer, ieder aan een kant, zijn handen ondersteunden, zodat zijn handen gestrekt bleven tot zonsondergang toe.
12Та стали важкі руки Мойсея. Тодї взяли вони каменя, та й підложили під його, і седїв на йому; Арон же та Гур стали піддержувати руцї його, один з одного боку, другий з другого, і піддержувано руцї його до заходу соньця.
13Zo joeg Josuë de horden der Amalekieten over de kling.
13І повалив Йосуа Амалека й людей його мечовим лезвом.
14Toen sprak Jahweh tot Moses: Schrijf het ter gedachtenis in een boek, en prent het Josuë in het geheugen, dat Ik de herinnering aan Amalek onder de zon zal uitwissen.
14І рече Господь Мойсейові: Впиши се на спомин у книзї, та передай се слухам Йосуєвим, що зотру до щаду й память Амалекову спід небес.
15En Moses bouwde een altaar en noemde het: Jahweh is mijn banier.
15І поставив Мойсей жертівника і дав йому імя Егова-Нїссі.
16Want hij sprak: De hand aan Jahweh’s banier! Jahweh strijdt tegen Amalek Van geslacht tot geslacht.
16Каже бо: Рука на престолї Господа: війна у Господа проти Амалека з роду в рід.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.