Exodus 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Nadat heel de gemeenschap van Israël van Elim was opgebroken, trokken zij naar de woestijn van Sin, die tussen Elim en de Sinaï ligt; het was op de vijftiende dag van de tweede maand na hun uittocht uit Egypte.
1І двинули від Єлиму, і прийшла вся громада синів Ізрайлевих у Син степ, що між Єлимом і Синайом, у пятнайцятий день місяця по виходї з Египецької землї.
2Weer begon heel de gemeente van Israël in de woestijn tegen Moses en Aäron te morren,
2І нарекала вся громада Ізраїльська на Мойсея та Арона в степу.
3en de kinderen Israëls zeiden tot hen: Waren we maar in Egypte door de hand van Jahweh gestorven, toen we bij de vleespotten zaten en volop brood konden eten; waarachtig, ge hebt ons naar deze woestijn gebracht, om heel deze menigte van honger te doen sterven.
3І мовляли їм синове Ізрайлеві: Лучче б нам було повмірати од руки Господньої в Египецькій землї, як седимо було круг казана з мясивом, як їмо було хлїба до схочу. Бо вивели ви нас у пустиню сю, щоб голодом поморити всю громаду.
4Toen sprak Jahweh tot Moses: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel doen regenen; en het volk zal iedere dag zijn dagelijks deel kunnen rapen. Maar Ik stel het tegelijk op de proef of het mijn Wet wil beleven of niet:
4І рече Господь Мойсейові: Се сипати му дощем хлїб вам з небес, і виходити муть люде, і збирати муть щодня тільки деннїй пай, щоб менї випробувати їх, чи ходити муть у законї мойму, чи нї.
5Op de zesde dag moeten ze het dubbele meebrengen en toebereiden, van wat zij iedere dag rapen.
5А шостого дня, як заготують вони, що принесли, дак вийде удвоє проти того, що збирають повсяденно.
6Nu spraken Moses en Aäron tot al de Israëlieten: Hedenavond zult ge weten, dat Jahweh u uit Egypte heeft geleid,
6І промовили Мойсей та Арон до всїх синів Ізрайлевих: Ось увечорі взнаєте, що се Господь вас вивів із Египецької землї;
7en morgen zult ge de glorie van Jahweh aanschouwen, ofschoon Jahweh het gemor tegen Hem heeft gehoord. Want wat betekenen wij, dat gij zoudt morren tegen ons.
7А враньцї побачите славу Господню; бо він чув нарекання ваше на Господа. Ми ж, що ми таке, що нарекаєте на нас?
8En Moses vervolgde: Als Jahweh u vanavond vlees te eten geeft, en morgenvroeg volop brood, dan is het ondanks uw gemor tegen Jahweh, dat Hij heeft gehoord! Want wat betekenen wij? Niet tegen ons is uw morren maar tegen Jahweh.
8І рече Мойсей: По сьому пізнаєте, як давати ме вам Господь увечорі мясива їсти, а враньцї до схочу хлїба, бо чув Господь нареканнє ваше на його. Бо що ми таке? Не на нас нарекаєте а на Господа.
9En Moses zeide tot Aäron: Beveel heel de gemeenschap van Israël: Treedt voor het aanschijn van Jahweh; want Hij heeft uw morren gehoord.
9І рече Мойсей Аронові: Промов до всїєї громади Ізрайлевої: Приступіте перед Господа; бо він почув нареканнє ваше.
10Toen Aäron dit bevel had overgebracht, keerde heel de gemeenschap van Israël zich in de richting van de woestijn; en zie, daar verscheen in de wolk de glorie van Jahweh!
10І сталось, як промовляв Арон до всієї громади Ізрайлевої, обернулись вони до степу, і се слава Господня явилась у хмарі.
11En Jahweh sprak tot Moses:
11І глаголе Господь Мойсейові:
12Ik heb het morren van Israëls kinderen gehoord. Zeg hun nu: Bij het vallen van de avond zult ge vlees kunnen eten, en morgenvroeg volop brood; dan zult ge weten, dat Ik, Jahweh, uw God ben!
12Чув я нареканнє синів Ізрайлевих; тако промов до них і кажи: Між двома вечорами їсти мете мясиво, а враньцї насититеся хлїбом, та й зрозумієте, що я Господь, Бог ваш.
13En tegen de avond kwamen er kwartels aangevlogen, die de legerplaats bedekten. Des morgens viel er dauw rondom de legerplaats;
13І знялись увечорі перепелицї, укрили табір, а враньцї була роса круг табору.
14toen de dauw, die gevallen was, optrok, lag daar over de bodem van de woestijn een dunne korrelige laag, fijn als rijp.
14І знялась роса, і се на степовому виду дрібні крупи, дрібні, як іней на землї.
15Toen de Israëlieten het zagen, zeiden zij tot elkander: Wat is dat? Want ze wisten niet, wat het was. Maar Moses sprak: Dit is het brood, dat Jahweh u te eten geeft.
15І вбачали синове Ізрайлеві і мовляли одно одному: Що се таке? Не знали бо, що воно єсть. І рече Мойсей їм: Се хлїб, що дав Господь вам на їду.
16En nu beveelt Jahweh: Laat iedereen ervan rapen, wat hij nodig heeft; een ómer per hoofd moet ge halen, naar het aantal personen, dat in uw tent woont.
16Се те, що велїв Господь глаголючи: Нехай кожне збирає, скілько на їду кому треба, гомер на кожного, беріть по лїчбі душ ваших, про кожного, хто в вас у наметї.
17De Israëlieten deden dat. De een raapte meer, de ander minder.
17І вчинили так сини Ізрайлеві, та й назбирали, хто багацько, хто мало.
18Maar toen ze het met de ómer maten, had hij, die meer had geraapt, niet te veel, en hij, die minder had geraapt, niet te weinig: iedereen had geraapt, wat hij nodig had.
18І як міряли гомером, дак не було лишнього в тих, що понабирали багацько, а в тих, що понабирали мало, не було недостачі; кожне по мірі їди своєї набрало.
19En Moses beval hun: Niemand mag er iets van tot morgen bewaren.
19І рече Мойсей їм: Нехай нїхто не зоставляє сього до ранку.
20Maar toen sommigen niet naar Moses luisterden, en er van tot de volgende morgen bewaarden, was het bedorven; er zaten wormen in, en het stonk. Daarom werd Moses vertoornd op hen.
20Та не послухали вони Мойсея, і декоторі позоставляли до ранку. І завелись у тому черви і засмердїлось воно. І гнївився на їх Мойсей.
21Zo raapten zij iedere morgen bijeen, wat iedereen nodig had; want als de zon warm werd, smolt het weg.
21І набирали вони його ранками, кожне по їдї своїй, зійде соньце, воно й розтане.
22Maar op de zesde dag raapten zij een dubbele hoeveelheid bijeen, twee ómer per man. En toen alle leiders der gemeenschap het aan Moses kwamen vertellen,
22І сталось дня шостого, понабирали собі удвоє хлїба, кожне по два гомери на людину; і прийшли всї громадські мужі князї та й повідали Мойсейові;
23gaf deze ten antwoord: Dit is het juist, wat Jahweh gezegd heeft: Morgen is het een rustdag, een heilige sabbat voor Jahweh! Ge moogt nu bakken zoveel ge wilt, en koken zoveel ge wilt: en wat er overschiet, bewaart dat tot morgen.
23І рече їм: Се те слово, що глаголе Господь: Завтра субота в нас, опочивок сьвятий Господеві; що хочете спекти, понапекайте, і що зварити, понаварюйте сьогоднї. Все ж лишнє ховайте до ранку.
24Zij bewaarden het dus tot de volgende dag, zoals Moses hun had bevolen; maar nu stonk het niet en was het niet bedorven.
24І позоставляли вони те до ранку, як повелїв Мойсей, і не засмердїлось воно, і не позаводились у йому черви.
25En Moses sprak: Hier moet ge heden van eten; want vandaag is het sabbat ter ere van Jahweh; vandaag zult ge dus buiten niets vinden.
25І рече Мойсей: Їжте сьогоднї, бо сьогоднї субота Господеві; сьогоднї не знайдете сього в полї.
26Zes dagen kunt ge inzameling houden, maar op de zevende dag is het sabbat, dan is er niets.
26Шість день збірайте; семого ж дня субота, не буде його.
27Toen dan ook op de zevende dag sommigen van het volk toch naar buiten gingen, om het te rapen, vonden zij niets.
27І сталося семого дня, що повиходили декоторі зміж людей збирати, та й не знайшли.
28En Jahweh sprak tot Moses: Hoelang weigert ge nog mijn geboden en mijn wetten te onderhouden?
28І рече Господь Мойсейові: Докіль становити метесь опором проти заповідей моїх, щоб допильновувати заповідей моїх і закону мого?
29Ziet, omdat Jahweh voor u de sabbat heeft vastgesteld, daarom geeft Hij u op de zesde dag brood voor twee dagen. Op de zevende dag blijve dus iedereen thuis, en mag niemand zijn woonplaats verlaten.
29Дивітесь: дав вам Господь суботу опочивок, тим і дає вам шостого дня на два днї хлїба. Зоставайся кожен на місцї свойму, нехай нїхто не виходить із місця свого в день сьомий.
30Zo hield het volk op de zevende dag sabbat.
30І народ відпочивав семого дня.
31En de kinderen Israëls noemden het manna; het was wit als korianderzaad en het smaakte als honingkoek.
31І звав дом Ізрайлїв те манна; була вона схожа на корияндрове сїмя: біла, а смак її, як у медімниках.
32En Moses sprak: Zo heeft Jahweh bevolen! Vult één ómer daarmee, om het voor uw nageslacht te bewaren, opdat zij het brood mogen zien. dat Ik u in de woestijn tot spijs heb gegeven, toen Ik u uit het land van Egypte had geleid.
32І рече Мойсей: От що заповідав Господь: Сповнїте нею гомер на переховуваннє в родах ваших, щоб убачати їм хлїб, що ним харчив я вас у степу, як вивів із Египецької землї.
33Daarom sprak Moses tot Aäron: Neem een kruik, doe daar een volle ómer manna in, en zet die voor het aanschijn van Jahweh, om het voor uw nageslacht te bewaren.
33І рече Мойсей Аронові: Возьми посудину та й усип туди повний гомер манни, та й постав її перед Господом на переховуваннє із роду та й до роду.
34Aäron vulde dus een kruik met een volle ómer manna, zoals Jahweh Moses bevolen had, en zette die ter bewaring voor de ark des Verbonds neer.
34Як заповідав Господь Мойсейові, так і поставив Арон перед сьвідоцтвом на переховуваннє.
35Veertig jaren lang bleven de kinderen Israëls het manna eten, tot zij in bewoonde streken kwamen; zij aten het manna tot ze de grenzen van het land Kanaän hadden bereikt.
35Синове ж Ізрайлеві їли манну сорок год, до приходу в осаджену землю; їли вони манну, докіль прийшли в займища Канаан землї.
36De ómer is het tiende van een efa.
36Гомер же, се девятина ефи.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.