Exodus 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toen sprak Jahweh tot Moses en Aäron in Egypte:
1І рече Господь Мойсейові та Аронові у землї Египецькій:
2Deze maand zal voor u de beginmaand zijn, de eerste der maanden van het jaar.
2Місяць сей вам буде початок місяців, первий буде вам в місяцях року.
3Beveelt heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende van deze maand moet ieder voor zijn familie een lam nemen, één voor elk gezin.
3Промовте до всієї громади синів Ізрайлевих тако: У десятий день місяця сього брати ме кожен ягня на семю батька свого.
4Indien het gezin voor een lam niet talrijk genoeg is, moet hij er zijn naasten buurman bij uitnodigen; ge moet betreffende het lam het aantal personen berekenen naar wat ieder gewoon is te eten.
4Коли ж семя буде помала на ягня, нехай прийме до себе сусїда, близького до його домівки, по лїку душ. Кожен по їдї своїй зложить лїк на ягня.
5Het lam moet zonder gebrek zijn, een mannelijk dier en één jaar oud; ge moogt het uit de schapen of geiten kiezen.
5Ягня нехай буде без пороку, самчик однолїток; брати мете його з овечат або з кіз.
6Gij moet het bewaren tot de veertiende dag van deze maand, waarop heel de gemeenschap van Israël het in de avondschemering moet slachten.
6І держати мете його до чотирнайцятого дня того місяця, і заколе його вся громада Ізраїльська надвечір.
7Vervolgens moeten zij het bloed ervan nemen, en er de beide deurposten en de bovendorpel mee bestrijken van de huizen, waar zij het zullen eten.
7І візьмуть крові та й побризкають нею оба одвірки й пороги в домах, де їсти муть його.
8In diezelfde nacht moeten zij het vlees eten, dat in het vuur gebraden moet zijn, met ongedesemde broden en bittere kruiden er bij.
8І їсти муть мясиво тієї ночі; спечене на огнї їсти муть його з опрісноками, з гіркими зелами їсти муть його.
9Niets ervan moogt ge rauw eten of in water gekookt, maar het moet in het vuur zijn gebraden, kop, poten en romp aan één stuk.
9Не їжте сироватого, нї звареного в водї, а спечене на огнї, голову його з ногами й з утробиною.
10Ook moogt ge niets tot de morgen bewaren, maar wat er van over is, moet ge tegen de morgen verbranden.
10І не зоставляти мете нїчого до ранку, що ж зостанеться до ранку, спалити на огнї.
11Zó moet ge het eten: uw lenden omgord, schoenen aan de voeten, uw stok in de hand; en gij moet het eten met grote haast, want het is het Pascha van Jahweh.
11І їсти мете його таким робом: боки ваші попідперезувані, обувє ваше на ногах ваших, і палицї ваші в руках у вас; і їсти мете його похапки. Пасха се Господня!
12Want in deze nacht zal Ik door Egypte trekken, in Egypte alle eerstgeborenen slaan van mensen en dieren, en aan alle goden van Egypte mijn straffen voltrekken: Ik Jahweh!
12Пройду бо по землї Египецькій, тієї ночі, та й повбиваю всякого первеньця в землї Египецькій, і людину й скотину, і над усяким богом Египецьким сотворю суд, я Господь.
13Maar het bloed aan de huizen zal het teken zijn, dat gij daar woont; en wanneer Ik dat bloed zal zien, zal Ik genadig aan u voorbijgaan, zodat u geen dodelijke slag zal treffen, als Ik Egypte teister.
13І буде вам кров знаменнєм по хатах, де будете. Бачивши кров, мину вас, і не буде в вас погибелї, як карати му Египет.
14Deze dag moet voor u een gedenkdag zijn, die ge als een feest ter ere van Jahweh moet vieren. Gij zult hem vieren van geslacht tot geslacht: een eeuwige wet.
14І буде вам день сей про спомин, і сьвяткувати мете сьвято Господеві; як установу вічну, сьвяткувати мете в родах ваших.
15Dan moet ge zeven dagen lang ongedesemde broden eten. Reeds op de eerste dag moet ge het zuurdesem uit uw huizen verwijderen; en iedereen die van de eerste tot de zevende dag gedesemd brood durft eten, zal van Israël worden afgesneden.
15Сїм день опрісноки їсти мете. Первого вже дня виносити мете закваску з хат ваших; бо хто їсти ме квашений хлїб од первого дня та й до семого, викорениться та душа спроміж Ізраїля.
16Op de eerste dag zult ge een godsdienstige bijeenkomst houden, en evenzo op de zevende dag; op die dagen mag geen enkele arbeid worden verricht; ge moogt alleen bereiden, wat iedereen voor zijn voedsel nodig heeft.
16І первого дня будуть сьвяті збори у вас, і семего дня будуть сьвяті збори у вас. Нїякого дїла не робити мете тодї, тїльки потрібне на їду всякій душі, те можна робити в вас.
17Onderhoudt dit gebod; want op deze dag heb Ik uw legerscharen uit Egypte geleid. Ge moet deze dag houden van geslacht tot geslacht als een eeuwige wet.
17І переховувати мете заповідь сю опріснокову; того бо дня виведу потугу вашу з Египецької землї. Тим переховувати мете день сей в родах ваших: установа вічня.
18In de eerste maand, van de avond van de veertiende dag af, zult ge dus ongedesemd brood eten tot aan de avond van de een en twintigste van de maand.
18Починаючи ж чотирнайцятого дня первого місяця ввечорі, їсти мете опрісноки до двайцятого й первого дня місяця; установа вічня.
19Zeven dagen lang mag in uw huizen geen zuurdesem worden gevonden; en iedereen, vreemde zowel als landgenoot, die gedesemd brood durft eten, zal van de gemeenschap van Israël worden afgesneden.
19Сїм день закваски щоб не було по хатах у вас: бо хто їсти ме квашене, викорениться душа та спроміж громади Ізрайлевої, чи воно чуже, чи землянин.
20Geen gedesemd brood moogt ge eten, waar ge ook woont, maar enkel ongedesemd brood.
20Нїчого квашеного не їжте; по всїх же хатах ваших їжте опрісноки.
21Nu ontbood Moses al de oudsten van Israël, en sprak tot hen: Gaat heen, haalt de schapen voor uw gezinnen en slacht het paasoffer.
21І поскликав Мойсей всїх старших між синами Ізрайлевими, і каже їм: Ідїть, поймайте собі ягня по родинах ваших, і заколїте на пасху.
22Dan moet ge een bosje hysop nemen, dit in het bloed dopen, dat in een schaal is opgevangen, en wat bloed uit de schaal aan de bovendorpel en de beide zijposten strijken; daarna mag niemand van u tot de morgen buiten de deur van zijn huis komen.
22І возьміте по кущику гиссопу, та вмочіть у кров, що в мисцї, та й помажте поріг й оба одвірки кровю, що в мисцї, і нїхто з між вас не виходити ме за хатні двері свої до ранку.
23Want Jahweh zal rondgaan, om Egypte te slaan; maar als Hij het bloed op de bovendorpel en op de beide zijposten ziet, zal Hij die deur genadig voorbijgaan en den verderver beletten, uw huizen binnen te gaan, om u te treffen.
23І йти ме мимо Господь побивати Египтян, і побачить кров на порозі й на одвірках, і мине ті двері, і не попустить губителеві ввійти до вас у хату побивати вас.
24Gij moet dit onderhouden als een eeuwige wet voor u en uw kinderen.
24І переховувати мете се установою собі і дїтям вашим на віки.
25Wanneer gij dus in het land zijt gekomen, dat Jahweh u zal geven, zoals Hij beloofd heeft, onderhoudt dan dit voorschrift.
25І як прийдете в землю, що дасть вам Господь, як і глаголав, дак сохраняти мете служеннє се.
26En wanneer uw kinderen u vragen, wat dat betekent,
26І як поспитають у вас тодї дїти ваші: Що се за служеннє в вас?
27moet ge hun zeggen: Dit is het paasoffer van Jahweh, die de huizen van Israëls kinderen in Egypte genadig voorbijging en onze gezinnen heeft gespaard, toen Hij de Egyptenaren trof. Toen wierp het volk zich op de knieën en boog zich ter aarde.
27Ви казати мете: Жертва пасхова се Господеві, що проходив понад хатами в синів Ізрайлевих в Египтї, як побивав Египтян, доми ж наші ізбавив. І похилились люде й поприпадали до землї.
28Daarna gingen de kinderen Israëls heen, en volbrachtten nauwkeurig, wat Jahweh aan Moses en Aäron bevolen had.
28І пійшли та й учинили сини Ізрайлеві; як повелїв Господь Мойсейові та Аронові, так і вчинили.
29In het holst van de nacht sloeg Jahweh al de eerstgeborenen in het land van Egypte, van den eerstgeborene van Farao af, die op de troon was gezeten, tot den eerstgeborene van wie in de gevangenis zat; en eveneens al het eerstgeborene van het vee.
29І сталось о півночі, що Господь побив усї первеньцї в Египецькій землї, від первеньця Фараонового, що седїв на престолї свойму, та й до первеньця невольника в темницї, і всї перваки в скотини.
30En Farao met heel zijn hof en heel Egypte vlogen die nacht overeind, en er weerklonk een vreselijk geschrei in Egypte; want er was geen huis, waar geen dode was.
30Схопиться ж Фараон у ночі, й усї дворяне його, й усї Египтяне, аж постав зойк по всїй землї Египецькій. Не було бо дому й хатини, де б не було мерця.
31Nog in de nacht ontbood hij Moses en Aäron en sprak: Maakt u gereed, trekt weg van mijn volk; gaat heen met de zonen Israëls, om Jahweh te vereren, zoals gij gezegd hebt.
31І покликав Мойсея та Арона та й каже: Вставайте, виходьте спроміж людей моїх, і ви й синове Ізрайлеві, та й ійдїте собі, служіте Господеві, як мовляли!
32Neemt ook uw schapen en runderen mee, zoals ge gevraagd hebt, als ge maar heen gaat; en bidt ook voor mij om genade.
32І вівцї ваші, й товар ваш забірайте, як мовляли, та й ідїть а мене благословіть!
33Ook de Egyptenaren drongen aan, dat het volk toch zo vlug mogelijk uit het land zou vertrekken; want ze zeiden: Anders zullen we allen sterven!
33І понукали Египтяне людей, хапаючись проводити їх із землї; бо казали: Пропадемо всї!
34En voordat het deeg gedesemd was, moest het volk het meenemen: hun baktroggen droegen zij in hun mantels gewikkeld op hun schouders.
34І позабирали люде тїста свої ще до закису, дїжї свої поввязували в одїж їх по заплїчу в їх.
35Maar de Israëlieten deden, wat Moses bevolen had, en eisten van de Egyptenaren zilveren en gouden sieraden en kleren.
35І чинили сини Ізрайлеві по слову Мойсейовому, і вижичали в Египтян клейноти срібні й клейноти золоті й шати.
36En daar Jahweh de Egyptenaren murw had gemaakt, gaven zij het volk, al wat het maar eiste. Zo schudden zij de Egyptenaren uit.
36І дав Господь ласку людям в очу в Египтян, що вволяли волю їх, і спліндрували вони Египтян.
37Nu braken de Israëlieten van Raämses op, in de richting van Soekkot; ongeveer zeshonderd duizend man te voet, de kinderen niet meegerekend;
37І мандрували сини Ізрайлеві од Рамсесу до Сухоту до шесьтьох сот тисяч пішки чоловіка, опріч дїтви.
38maar ook een menigte vreemden trok met hen mee, behalve nog de talloze kudden schapen en runderen.
38І мішаного народу много знялось із ними, й вівцї, і товар, дуже багацько скотини.
39Van het deeg, dat zij uit Egypte hadden meegenomen, moesten zij ongedesemde broden bakken; want ze hadden geen gedesemd deeg, daar de Egyptenaren hen hadden verjaagd, zonder hun de tijd te laten, om voedsel voor de reis te bereiden.
39І понапекали палениць опрісноків із тїста, що позабірали з Египту; бо ще не закисло, а їх виганяли з Египту, і не можна було гаятись, а запасу собі не приготовили.
40Het verblijf van de Israëlieten in Egypte had vier honderd dertig jaren geduurd.
40Пробуваннє синів Ізрайлевих у Египтї було чотирі ста і трийцять год.
41Er waren op de dag af vierhonderd dertig jaren verlopen, toen al de legerscharen van Jahweh uit het land van Egypte trokken.
41І сталось по чотирох стах і трийцять роках, остатнього дня, що вийшла вся потуга Господня з Египецької землї.
42Het was een nacht van waken voor Jahweh, toen Hij hen uit Egypte deed trekken; dit is de nacht van Jahweh, de nacht van waken voor alle kinderen Israëls van geslacht tot geslacht.
42Сьвяткова се ніч Господеві за вивод їх із Египецької землї. Се ж то й єсть ніч сьвяткована Господеві про всї сини Ізрайлеві в роди і роди їх.
43Jahweh sprak tot Moses en Aäron: Dit is het voorschrift voor het Pascha. Geen buitenlander mag er van eten.
43І рече Господь Мойсейові та Аронові: От установа паскова: Нїякий чужениця щоб не їв паски.
44Iedere slaaf, die ge voor geld hebt gekocht, en te voren besneden hebt, mag ervan eten;
44Усякий же раб, куплений за гроші, як обріжеш його, їсти ме її.
45maar een inboorling en dagloner mogen er niet van eten.
45Заволока ж і наймит нехай не їсть її.
46In een en hetzelfde huis moet het worden opgegeten, en van het vlees moogt ge niets buitenshuis brengen; ook moogt ge de beenderen niet breken.
46Ув одній хатї їсти меться; не виносити меш нїчогісїнько з мясива геть із хати анї кісточки не переломиш із його.
47Heel de gemeenschap van Israël moet het toebereiden.
47Уся громада Ізраїльська допильновувати ме сього.
48En wanneer een vreemdeling bij u woont en hij wil ter ere van Jahweh het Pascha vieren, dan moeten eerst al de mannelijke leden van zijn gezin worden besneden, voor hij mag aanzitten, om het te vieren; hij staat dan gelijk met een ingezetene. Geen onbesnedene mag ervan eten;
48А як пробувати ме заволока з тобою та схоче сьвяткувати пасху Господеві, нехай обріжуть увесь його музький пол, і він буде такий, як землянин. Усякий же необрізаний не їсти ме її.
49dit geldt zowel voor den ingezetene, als voor den vreemdeling, die in uw midden woont.
49Закон один щоб у вас був, і землянинові, і захожому, що заволїкся до вас.
50Alle Israëlieten volbrachten nauwkeurig, wat Jahweh aan Moses en Aäron bevolen had.
50Так і вчинили сини Ізрайлеві, як заповідав Господь Мойсейові та Аронові; так і вчинили вони.
51Nog op diezelfde dag, dat Jahweh de Israëlieten met hun legerscharen uit het land van Egypte leidde,
51І вивів Господь того самого дня сини Ізрайлеві з землї Египецької з потугою їх.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.