Exodus 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Dit zijn de wetten, die ge hun moet voorhouden:
1ואלה המשפטים אשר תשים לפניהם׃
2Wanneer gij een hebreeuwsen slaaf koopt, zal hij u zes jaren dienstbaar zijn; maar in het zevende jaar kan hij zonder enige vergoeding als vrij man heengaan.
2כי תקנה עבד עברי שש שנים יעבד ובשבעת יצא לחפשי חנם׃
3Als hij alleen is gekomen, zal hij alleen weggaan; kwam hij gehuwd, dan moet ook zijn vrouw met hem mee.
3אם בגפו יבא בגפו יצא אם בעל אשה הוא ויצאה אשתו עמו׃
4Wanneer zijn meester hem een vrouw heeft gegeven, die hem zonen en dochters heeft geschonken, dan blijft zijn vrouw met haar kinderen het eigendom van zijn heer, en moet hij alleen vertrekken.
4אם אדניו יתן לו אשה וילדה לו בנים או בנות האשה וילדיה תהיה לאדניה והוא יצא בגפו׃
5Maar zo de slaaf uitdrukkelijk verklaart: Ik houd van mijn heer, van mijn vrouw en mijn kinderen, ik wil de vrijheid niet,
5ואם אמר יאמר העבד אהבתי את אדני את אשתי ואת בני לא אצא חפשי׃
6dan moet zijn heer hem voor God doen komen, hem vervolgens naar de deur of de deurpost geleiden, en zijn oor met een priem doorboren; dan blijft hij voor altijd zijn slaaf.
6והגישו אדניו אל האלהים והגישו אל הדלת או אל המזוזה ורצע אדניו את אזנו במרצע ועבדו לעלם׃
7Wanneer iemand zijn dochter als slavin verkoopt, zal zij niet op dezelfde manier kunnen vertrekken als de slaven.
7וכי ימכר איש את בתו לאמה לא תצא כצאת העבדים׃
8Heeft de heer haar voor zich zelf bestemd, maar bevalt ze hem niet, dan kan hij een losprijs voor haar vragen; maar hij heeft niet het recht, haar naar den vreemde te verkopen, als hij genoeg van haar heeft.
8אם רעה בעיני אדניה אשר לא יעדה והפדה לעם נכרי לא ימשל למכרה בבגדו בה׃
9Heeft hij haar voor zijn zoon bestemd, dan moet hij haar als een dochter behandelen.
9ואם לבנו ייעדנה כמשפט הבנות יעשה לה׃
10Neemt hij zich nog een andere vrouw, dan mag hij haar niet te kort doen, wat voedsel, kleding en huwelijksgemeenschap betreft.
10אם אחרת יקח לו שארה כסותה וענתה לא יגרע׃
11Zo hij haar deze drie dingen niet geeft, mag zij zonder vergoeding en losgeld vertrekken.
11ואם שלש אלה לא יעשה לה ויצאה חנם אין כסף׃
12Wie iemand zo slaat, dat hij sterft, zal met de dood worden gestraft.
12מכה איש ומת מות יומת׃
13Wanneer hij het niet met opzet deed, doch God zijn hand had laten gaan, dan zal Ik u een plaats aanwijzen, waar hij heen kan vluchten.
13ואשר לא צדה והאלהים אנה לידו ושמתי לך מקום אשר ינוס שמה׃
14Maar zo iemand met boos opzet en verraderlijk zijn naaste vermoordt, moet ge hem zelfs van mijn altaar gaan halen, om hem te doden.
14וכי יזד איש על רעהו להרגו בערמה מעם מזבחי תקחנו למות׃
15Wie zijn vader of zijn moeder slaat, zal met de dood worden gestraft.
15ומכה אביו ואמו מות יומת׃
16Wie een mens rooft, hetzij hij hem heeft verkocht of nog in zijn macht heeft, zal met de dood worden gestraft.
16וגנב איש ומכרו ונמצא בידו מות יומת׃
17Wie zijn vader of moeder vervloekt, zal eveneens sterven.
17ומקלל אביו ואמו מות יומת׃
18Wanneer twee mannen met elkaar vechten, en de een slaat den ander met een steen of met de vuist, zonder dat hij sterft, maar toch zó, dat hij bedlegerig wordt,
18וכי יריבן אנשים והכה איש את רעהו באבן או באגרף ולא ימות ונפל למשכב׃
19dan zal hij, die hem heeft geslagen, ongestraft blijven, als de ander weer op kan staan en gesteund op zijn stok buiten kan wandelen. Hij moet hem alleen zijn verzuim vergoeden en de kosten van de genezing betalen.
19אם יקום והתהלך בחוץ על משענתו ונקה המכה רק שבתו יתן ורפא ירפא׃
20Wanneer iemand zijn slaaf of slavin met een stok zo mishandelt, dat hij onder zijn hand bezwijkt, moet hij ten zwaarste worden gestraft;
20וכי יכה איש את עבדו או את אמתו בשבט ומת תחת ידו נקם ינקם׃
21maar blijft hij nog een of twee dagen in leven, dan zal hij niet worden gestraft, want het is zijn eigen bezit.
21אך אם יום או יומים יעמד לא יקם כי כספו הוא׃
22Wanneer mannen met elkaar vechten, en ze raken daarbij een zwangere vrouw, zodat zij wel ontijdig bevalt, maar het leven er niet mee gemoeid is, dan zal de schuldige als boete de schadevergoeding moeten betalen, welke de man van die vrouw hem oplegt.
22וכי ינצו אנשים ונגפו אשה הרה ויצאו ילדיה ולא יהיה אסון ענוש יענש כאשר ישית עליו בעל האשה ונתן בפללים׃
23Maar wanneer het leven er mee is gemoeid, zult ge leven voor leven geven.
23ואם אסון יהיה ונתתה נפש תחת נפש׃
24Oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet,
24עין תחת עין שן תחת שן יד תחת יד רגל תחת רגל׃
25brandwond voor brandwond, letsel voor letsel, striem voor striem!
25כויה תחת כויה פצע תחת פצע חבורה תחת חבורה׃
26Maar wanneer iemand zijn slaaf of slavin het oog uitslaat, moet hij hun voor het oog de vrijheid geven;
26וכי יכה איש את עין עבדו או את עין אמתו ושחתה לחפשי ישלחנו תחת עינו׃
27zo hij zijn slaaf of slavin een tand uitslaat, moet hij hun ook voor de tand de vrijheid geven.
27ואם שן עבדו או שן אמתו יפיל לחפשי ישלחנו תחת שנו׃
28Wanneer een stier een man of een vrouw zo hevig stoot, dat de dood daarop volgt, moet die stier worden gestenigd en zijn vlees mag niet worden gegeten; doch den eigenaar van den stier treft geen schuld.
28וכי יגח שור את איש או את אשה ומת סקול יסקל השור ולא יאכל את בשרו ובעל השור נקי׃
29Maar wanneer de stier reeds te voren stotig was, en de eigenaar, hoewel gewaarschuwd, hem niet heeft bewaakt, dan moet niet alleen de stier, die een man of een vrouw heeft gedood, worden gestenigd, maar ook de eigenaar met de dood worden gestraft.
29ואם שור נגח הוא מתמל שלשם והועד בבעליו ולא ישמרנו והמית איש או אשה השור יסקל וגם בעליו יומת׃
30Eist men losgeld van hem, dan moet hij zoveel voor zijn persoon betalen, als men hem oplegt.
30אם כפר יושת עליו ונתן פדין נפשו ככל אשר יושת עליו׃
31Stoot hij een jongen of een meisje, dan geldt dezelfde regel.
31או בן יגח או בת יגח כמשפט הזה יעשה לו׃
32Maar stoot de stier een slaaf of slavin, dan moet de eigenaar dertig zilveren sikkels aan hun meester betalen, en de stier zal worden gestenigd.
32אם עבד יגח השור או אמה כסף שלשים שקלים יתן לאדניו והשור יסקל׃
33Wanneer iemand een put heeft opengelaten, of een kuil heeft gegraven zonder hem af te dekken, en een rund of ezel valt er in,
33וכי יפתח איש בור או כי יכרה איש בר ולא יכסנו ונפל שמה שור או חמור׃
34dan moet de eigenaar van de put schadeloosstelling geven, en de prijs betalen aan den eigenaar van het dier; het dode dier kan hij behouden.
34בעל הבור ישלם כסף ישיב לבעליו והמת יהיה לו׃
35Wanneer iemands stier dien van een ander zo stoot, dat deze sterft, dan moeten ze den levenden stier verkopen, en de opbrengst ervan, zowel als het gedode dier, samen delen.
35וכי יגף שור איש את שור רעהו ומת ומכרו את השור החי וחצו את כספו וגם את המת יחצון׃
36Maar was het bekend, dat de stier reeds langere tijd stotig was, en heeft de eigenaar hem toch niet bewaakt, dan moet hij hem de volle waarde vergoeden, een stier voor een stier; maar het dode beest mag hij behouden.
36או נודע כי שור נגח הוא מתמול שלשם ולא ישמרנו בעליו שלם ישלם שור תחת השור והמת יהיה לו׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.