Exodus 34
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Daarna sprak Jahweh tot Moses: Houw u twee stenen tafelen, zoals de vorige; dan zal Ik er de woorden opschrijven, die op de vorige tafelen stonden, welke gij hebt verbrijzeld.
1พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “จงสกัดแผ่นศิลา 2 แผ่นให้เหมือนแผ่นแรก เราจะเขียนถ้อยคำที่อยู่บนแผ่นแรกซึ่งเจ้าทำแตกลงบนแผ่นศิลาเหล่านี้
2Zorg, dat gij tegen de morgen gereed zijt; bestijg dan de berg Sinaï, en blijf daar op de top van de berg op Mij wachten.
2เตรียมตัวให้พร้อมก่อนรุ่งเช้า แล้วตอนเช้าขึ้นมาบนภูเขาซีนาย มายืนต่อหน้าเราบนยอดภูเขา
3Maar niemand mag met u mee, niemand mag op heel de berg worden gezien; zelfs mogen er geen schapen en runderen weiden in de nabijheid van de berg.
3อย่าให้ใครขึ้นมากับเจ้า และอย่าให้มีใครปรากฏตัวอยู่ที่ใดบนภูเขา แม้แต่ฝูงแกะหรือฝูงวัวก็ห้ามกินหญ้าหน้าภูเขานั้น”
4Moses hakte dus twee stenen tafelen, gelijk aan de eerste, besteeg vroeg in de morgen de berg Sinaï, zoals Jahweh het hem had bevolen, en nam de twee stenen tafelen met zich mee.
4โมเสสจึงสกัดแผ่นศิลา 2 แผ่นให้เหมือนแผ่นแรก แล้วลุกขึ้นแต่เช้า ขึ้นไปบนภูเขาซีนายตามที่พระยาห์เวห์สั่ง โดยถือแผ่นศิลา 2 แผ่นไว้ในมือ
5Toen daalde Jahweh neer in de wolk, terwijl Moses daar op Hem wachtte en Jahweh aanriep bij zijn Naam.
5พระยาห์เวห์ลงมาในเมฆ ยืนอยู่กับเขาที่นั่น และประกาศพระนามของพระยาห์เวห์
6Nu ging Jahweh hem voorbij, en Jahweh riep: Jahweh is een barmhartige en ontfermende God, lankmoedig, vol van liefde en trouw,
6พระยาห์เวห์ผ่านไปตรงหน้าเขาและประกาศว่า “พระยาห์เวห์! พระยาห์เวห์! พระเจ้าผู้เมตตาและกรุณา ไม่โกรธง่าย เปี่ยมด้วยความรักมั่นคงและความจริง
7die duizenden genade bewijst, die misdaden, fouten en zonden vergeeft, zonder ze ongestraft te laten, maar de zonden der vaderen op de zonen en kleinzonen wreekt tot in het derde en vierde geslacht.
7ผู้รักษาความรักมั่นคงไว้แก่คนเป็นพัน ๆ ผู้ให้อภัยความผิด การไม่เชื่อฟัง และบาป แต่จะไม่ปล่อยคนผิดให้พ้นผิดอย่างเด็ดขาด และจะลงโทษความผิดของบรรพบุรุษไปถึงลูกหลานและเหลน ถึงรุ่นที่ 3 และ 4”
8Haastig wierp Moses zich op zijn knieën, boog zich ter aarde,
8โมเสสรีบก้มศีรษะลงสู่พื้นและนมัสการ
9en sprak: Heer, zo ik genade gevonden heb ik uw ogen, Heer, trek dan mee op, te midden van ons. Zeker het is een weerbarstig volk; maar vergeef ons onze zonde en schuld, en neem ons als uw erfdeel aan.
9เขาพูดว่า “พระองค์ผู้เป็นเจ้านาย ถ้าผมเป็นที่พอใจของพระองค์ โปรดไปอยู่กลางพวกเราด้วยเถิด แม้ประชาชนพวกนี้จะหัวแข็ง โปรดยกโทษความผิดและบาปของพวกเรา และรับพวกเราไว้เป็นมรดกของพระองค์”
10Hij sprak: Zie, Ik sluit een Verbond met u. Ten aanschouwen van heel uw volk zal Ik wonderdaden verrichten, zoals er nog nooit op de ganse aarde en onder enig volk zijn gewrocht; en heel het volk, waaronder gij leeft, zal het werk van Jahweh zien. Ja, ontzaglijk zal het zijn, wat Ik voor u ga verrichten!
10พระองค์ตรัสว่า “ดูสิ เรากำลังทำพันธสัญญา ต่อหน้าประชาชนทั้งหมดของเจ้า เราจะทำสิ่งอัศจรรย์อย่างที่ไม่เคยเกิดขึ้นทั่วทั้งแผ่นดินโลกหรือในชนชาติใด และประชาชนทั้งหมดที่เจ้าอยู่ท่ามกลางจะได้เห็นกิจการของพระยาห์เวห์ เพราะสิ่งที่เราจะทำกับเจ้านั้นน่าเกรงขาม
11Onderhoud slechts, wat Ik u heden gebied; dan drijf Ik de Amorieten, Kanaänieten, Chittieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten voor u uit.
11จงทำตามสิ่งที่เราสั่งเจ้าในวันนี้ ดูสิ เราจะขับไล่ชาวอาโมไรต์ ชาวคานาอัน ชาวฮิตไทต์ ชาวเปริสไซต์ ชาวฮีไวต์ และชาวเยบุสออกไปต่อหน้าเจ้า
12Wacht u ervoor, een verbond te sluiten met de bewoners van het land, waar gij heen trekt, opdat zij onder u geen valstrik worden.
12จงระวัง อย่าทำพันธสัญญากับชาวแผ่นดินที่เจ้ากำลังจะเข้าไปอยู่ เกรงว่าพันธสัญญานั้นจะกลายเป็นบ่วงดักสำหรับพวกเจ้า
13Neen, gij moet hun altaren verwoesten, hun wijstenen omverwerpen en hun heilige bomen omhakken.
13แต่เจ้าต้องรื้อแท่นบูชาของพวกเขา ทุบเสาหินของพวกเขาให้แตก และโค่นเสาอาเชราห์ของพวกเขาลง
14Gij zult geen vreemden god aanbidden; want Jahweh wordt ijverzuchtig genoemd, en Hij is een naijverige God.
14เพราะเจ้าต้องไม่นมัสการเทพเจ้าอื่นใด พระยาห์เวห์ ผู้มีนามว่า ‘ผู้หวงแหน’ เป็นพระเจ้าผู้หวงแหนความภักดีของเจ้า
15Sluit geen verbond met de inwoners van het land, die ontuchtig hun goden achterna lopen, en aan hun goden offers brengen. Want anders nodigen zij u daarbij uit, en zoudt gij van hun altaren eten;
15“อย่าทำพันธสัญญากับชาวแผ่นดินนั้น เกรงว่าพวกเขาจะไปเป็นชู้กับเทพเจ้าของตนและถวายเครื่องบูชาแก่เทพเจ้าเหล่านั้น แล้วมีคนเชิญเจ้าไปกินเครื่องบูชาของเขา
16gij zoudt hun dochters als vrouwen voor uw zonen nemen, en hun dochters, die ontuchtig haar goden achterna lopen, zouden ook uw zonen daartoe verleiden.
16แล้วเจ้ารับลูกสาวของพวกเขามาให้ลูกชายของเจ้า แล้วลูกสาวเหล่านั้นไปเป็นชู้กับเทพเจ้าของตน และทำให้ลูกชายของเจ้าไปเป็นชู้กับเทพเจ้าเหล่านั้นด้วย
17Gij moogt u geen gegoten godenbeeld maken.
17“อย่าทำรูปเคารพหล่อขึ้นสำหรับพวกเจ้า
18Gij moet het feest der ongedesemde broden vieren. Op de vastgestelde tijd van de maand Abib zult ge zeven dagen lang ongedesemd brood eten, zoals Ik u bevolen heb; want in de maand Abib zijt ge uit Egypte getrokken.
18“จงรักษาเทศกาลขนมปังไร้เชื้อ เจ้าต้องกินขนมปังไร้เชื้อ 7 วันตามที่เราสั่งเจ้า ในเวลาที่กำหนดไว้ในเดือนอาบีบ เพราะเจ้าออกจากอียิปต์ในเดือนอาบีบ
19Al wat de moederschoot opent, behoort aan Mij: ieder eerstgeboren mannelijk dier van uw kudde, zowel van runderen als van schapen;
19“ลูกแรกจากครรภ์ทุกคนและทุกตัวเป็นของเรา รวมทั้งลูกตัวแรกของฝูงสัตว์ของเจ้าที่เป็นตัวผู้ ทั้งวัวและแกะ
20alleen het eerstgeboren ezelsjong zult ge loskopen met een lam, of het anders de nek breken. Maar al de eerstgeborenen van uw zonen moet ge loskopen, en zij zullen niet met lege handen voor Mij verschijnen.
20เจ้าต้องไถ่ลูกลาตัวแรกด้วยลูกแกะ ถ้าไม่ไถ่ก็ต้องหักคอมัน เจ้าต้องไถ่ลูกชายคนโตทั้งหมดของเจ้า และไม่มีใครมาปรากฏต่อหน้าเราโดยมือเปล่า
21Zes dagen moogt ge werken, maar op de zevende dag zult gij rusten; zelfs in de ploeg(-) en oogsttijd zult ge dan rusten.
21“เจ้าต้องทำงาน 6 วัน แต่วันที่ 7 ต้องพัก แม้ในฤดูไถนาและฤดูเก็บเกี่ยวเจ้าก็ต้องพัก
22Bij de eerstelingen van de tarweoogst zult ge het feest der weken vieren: en het plukfeest bij de wisseling van het jaar.
22“จงถือเทศกาลสัปดาห์ด้วยผลแรกจากการเก็บเกี่ยวข้าวสาลี และถือเทศกาลเก็บเกี่ยวเมื่อสิ้นปี
23Drie maal per jaar moeten alle mannen onder u voor den Heer Jahweh, den God van Israël, verschijnen.
23ปีละ 3 ครั้ง ผู้ชายทุกคนของเจ้าต้องมาปรากฏต่อหน้าพระยาห์เวห์ผู้เป็นเจ้านาย พระเจ้าแห่งอิสราเอล
24En wanneer Ik de heidenen voor u heb verdreven en u een uitgestrekt grondgebied heb geschonken, zal niemand uw land zelfs begeren, terwijl gij driemaal per jaar optrekt, om voor Jahweh, uw God, te verschijnen.
24เพราะเราจะขับไล่ชนชาติต่าง ๆ ออกไปต่อหน้าเจ้าและขยายเขตแดนของเจ้า เมื่อเจ้าขึ้นไปปรากฏต่อหน้าพระยาห์เวห์พระเจ้าของเจ้า ปีละ 3 ครั้ง จะไม่มีใครคิดอยากได้แผ่นดินของเจ้า
25Gij zult het bloed van wat Mij is geofferd, niet tegelijk met gedesemd brood ten offer brengen. Van het paasoffer mag niets tot de volgende morgen worden bewaard.
25“อย่าถวายเลือดของเครื่องบูชาของเราพร้อมกับขนมปังที่มีเชื้อ และอย่าเหลือเครื่องบูชาของเทศกาลปัสกาไว้จนถึงเช้า
26De eerste vruchten van uw akkers moet ge naar het huis van Jahweh, uw God, brengen. Gij moogt het geitje niet koken in de melk van zijn moeder.
26“จงนำส่วนแรกจากผลผลิตแรกของแผ่นดินของเจ้ามายังพระนิเวศของพระยาห์เวห์พระเจ้าของเจ้า “อย่าต้มลูกแพะในน้ำนมของแม่มัน”
27Nu sprak Jahweh tot Moses: Schrijf deze geboden op; want op grond van deze geboden, sluit Ik met u en Israël een Verbond.
27พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “จงเขียนถ้อยคำเหล่านี้ไว้ เพราะเราทำพันธสัญญากับเจ้าและกับอิสราเอลตามถ้อยคำเหล่านี้”
28En Moses bleef daar met Jahweh veertig dagen en veertig nachten, zonder te eten of te drinken, en Hij schreef op de tafelen de bepalingen van het Verbond: de tien geboden.
28เขาอยู่กับพระยาห์เวห์ที่นั่น 40 วัน 40 คืน โดยไม่กินขนมปังและไม่ดื่มน้ำ เขาเขียนถ้อยคำแห่งพันธสัญญา คือคำสั่ง 10 ประการ ลงบนแผ่นศิลา
29Daarna daalde Moses van de berg Sinaï af, met de tafelen van het Verbond in zijn hand. Terwijl Moses van de berg afdaalde, wist hij niet, dat de huid van zijn aangezicht straalde, omdat hij met Jahweh gesproken had.
29เมื่อโมเสสลงมาจากภูเขาซีนาย เขาถือแผ่นศิลาพันธสัญญา 2 แผ่นไว้ในมือ โมเสสไม่รู้เลยว่าผิวหน้าของเขาเปล่งแสงเพราะเขาได้พูดกับพระยาห์เวห์
30Toen Aäron en al de Israëlieten zagen, dat de huid van Moses’ aangezicht straalde, durfden zij hem niet naderen.
30เมื่ออาโรนและชาวอิสราเอลทุกคนเห็นโมเสส ก็เห็นว่าผิวหน้าของเขาเปล่งแสง พวกเขาจึงกลัวไม่กล้าเข้าใกล้
31Eerst toen Moses hen riep, kwamen Aäron en al de leiders van de gemeenschap bij hem, en sprak Moses hun toe.
31โมเสสเรียกพวกเขา อาโรนและผู้นำทั้งหมดของชุมชนจึงกลับมาหาเขา แล้วโมเสสก็พูดกับพวกเขา
32Nu durfden ook de andere Israëlieten naderen, en deelde Moses hun alles mee, wat Jahweh hem op de berg Sinaï bevolen had.
32หลังจากนั้นชาวอิสราเอลทุกคนก็เข้ามาใกล้ และโมเสสบอกคำสั่งทั้งหมดที่พระยาห์เวห์ตรัสกับเขาบนภูเขาซีนายแก่พวกเขา
33Toen Moses zijn toespraak beëindigd had, legde hij een sluier over zijn gelaat.
33เมื่อโมเสสพูดกับพวกเขาเสร็จ เขาก็เอาผ้าคลุมหน้าปิดไว้
34En telkens wanneer Moses voor Jahweh verscheen om met Hem te spreken, verwijderde hij de sluier, tot hij weer heenging. Maar als hij dan naar buiten trad, om de Israëlieten alle bevelen mede te delen,
34แต่เมื่อโมเสสเข้าไปต่อหน้าพระยาห์เวห์เพื่อพูดกับพระองค์ เขาจะเอาผ้าคลุมหน้าออกจนกว่าจะออกมา แล้วเมื่อออกมาก็จะบอกชาวอิสราเอลถึงสิ่งที่ได้รับคำสั่ง
35en dezen zagen hoe de huid van Moses’ aangezicht straalde, legde Moses de sluier over zijn gelaat, totdat hij weer naar binnen ging, om met God te spreken.
35ชาวอิสราเอลเห็นว่าผิวหน้าของโมเสสเปล่งแสง โมเสสจึงเอาผ้าคลุมหน้าปิดไว้อีก จนกว่าเขาจะเข้าไปพูดกับพระยาห์เวห์
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.