Exodus 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1sprak Jahweh tot Moses: Ga naar Farao en zeg hem: “Laat mijn volk vertrekken, om Mij te vereren.
1พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “ไปหาฟาโรห์แล้วบอกเขาว่า ‘พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ว่า “ปล่อยประชาชนของเราไป เพื่อพวกเขาจะรับใช้เรา
2Zo ge weigert, het te laten vertrekken, teister Ik heel uw gebied met een kikvorsenplaag.
2ถ้าเจ้าไม่ยอมปล่อยพวกเขาไป เราจะให้กบระบาดทั่วดินแดนของเจ้า
3De Nijl zal wemelen van kikkers; zij zullen uw paleis binnenspringen, uw slaapvertrek en uw legerstede, de huizen van uw hovelingen en uw volk, tot in uw ovens en deegtroggen toe.
3แม่น้ำจะเต็มไปด้วยกบ กบจะขึ้นมาเข้าบ้าน ห้องนอน และขึ้นไปบนเตียงของเจ้า เข้าไปในบ้านของข้ารับใช้และประชาชนของเจ้า เข้าไปในเตาอบและอ่างนวดแป้ง
4Maar ook u zelf, uw volk en heel uw hof zullen de kikkers bespringen.”
4กบจะขึ้นมาเกาะทั้งตัวเจ้า ประชาชนของเจ้า และข้ารับใช้ทั้งหมดของเจ้า”’”
5Jahweh sprak dus tot Moses: Zeg aan Aäron: “Strek uw hand met uw staf uit over de beken, kanalen en plassen, en laat er kikkers uit springen over het land Egypte.”
5พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “บอกอาโรนว่า ‘ถือไม้เท้าแล้วเหยียดมือออกเหนือแม่น้ำ ลำธาร และบึงทั้งหลาย ให้กบขึ้นมาปกคลุมแผ่นดินอียิปต์’”
6En Aäron strekte zijn hand uit over het water van Egypte, en er sprongen kikvorsen uit op, die het land van Egypte overdekten.
6อาโรนเหยียดมือออกเหนือแหล่งน้ำของอียิปต์ กบก็ขึ้นมาปกคลุมแผ่นดินอียิปต์
7Maar de tovenaars deden door hun kunsten hetzelfde; ook zij lieten kikvorsen springen over Egypte.
7พวกนักเวทมนตร์ก็ใช้วิชาอาคมทำอย่างเดียวกัน ทำให้กบขึ้นมาบนแผ่นดินอียิปต์
8Toen riep Farao Moses en Aäron en zeide: Bidt Jahweh, dat Hij mij en mijn volk van de kikkers verlost; dan zal ik het volk laten gaan, om een offer aan Jahweh te brengen.
8ฟาโรห์จึงเรียกโมเสสกับอาโรนมา แล้วพูดว่า “ขอร้องพระยาห์เวห์ให้เอากบไปจากเราและประชาชนของเรา แล้วเราจะปล่อยประชาชนไปถวายเครื่องบูชาแด่พระยาห์เวห์”
9Moses gaf Farao ten antwoord: Ge moogt zelf bepalen, wanneer ik voor u, uw hof en uw volk zal bidden, om u en uw huis van de kikvorsen te bevrijden, zodat er alleen nog in de Nijl overblijven.
9โมเสสตอบฟาโรห์ว่า “ผมให้ท่านเป็นผู้กำหนดเวลาเองว่าต้องการให้ผมอธิษฐานเผื่อท่าน ข้ารับใช้ และประชาชนของท่านเมื่อไร เพื่อให้กบหมดไปจากท่านและบ้านเรือนของท่าน เหลืออยู่แต่ในแม่น้ำเท่านั้น”
10Hij zei: Morgen! En Moses antwoordde: Het zal gebeuren, zoals ge zegt, opdat ge moogt weten, dat Jahweh, onze God, zijns gelijke niet heeft.
10ฟาโรห์ตอบว่า “พรุ่งนี้” โมเสสจึงพูดว่า “จะเป็นไปตามที่ท่านขอ เพื่อท่านจะได้รู้ว่าไม่มีใครเหมือนพระยาห์เวห์พระเจ้าของเรา
11Gij en uw huis, uw hovelingen en uw volk zullen van de kikkers worden verlost, zodat er alleen nog in de Nijl zullen overblijven.
11กบจะไปจากท่าน บ้านเรือน ข้ารับใช้ และประชาชนของท่าน เหลืออยู่แต่ในแม่น้ำเท่านั้น”
12Toen gingen Moses en Aäron van Farao weg, en Moses bad Jahweh de kikvorsen weg te nemen, waarmee Hij Farao had bezocht.
12โมเสสกับอาโรนออกจากฟาโรห์ แล้วโมเสสร้องทูลพระยาห์เวห์เรื่องกบที่พระองค์ส่งมาทำให้ฟาโรห์เดือดร้อน
13Jahweh verhoorde het gebed van Moses: de kikvorsen stierven, en verdwenen uit de huizen, hoven en velden.
13พระยาห์เวห์ก็ทำตามคำขอของโมเสส กบตายหมดจากบ้าน ลานบ้าน และทุ่งนา
14Men veegde ze op hopen, zodat het land er van stonk.
14ผู้คนกวาดกบมากองรวมกันเป็นกอง ๆ จนแผ่นดินส่งกลิ่นเหม็น
15Maar toen Farao zag, dat het gevaar was geweken, bleef hij hardnekkig en wilde niet naar hen luisteren, zoals Jahweh voorspeld had.
15แต่เมื่อฟาโรห์เห็นว่ามีช่วงให้หายใจได้ เขาก็ทำให้ใจของตนแข็งกระด้างและไม่ยอมฟังโมเสสกับอาโรน ตามที่พระยาห์เวห์ได้ตรัสไว้
16Toen sprak Jahweh tot Moses: Zeg aan Aäron: “Hef uw staf omhoog en sla op het stof van de grond, en in heel het land van Egypte zal het in muggen veranderen”.
16พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “บอกอาโรนว่า ‘เหยียดไม้เท้าออกแล้วตีฝุ่นบนพื้นดิน ให้ฝุ่นกลายเป็นเหาทั่วแผ่นดินอียิปต์’”
17Ze deden het: Aäron hief zijn hand met zijn staf omhoog, en sloeg op het stof van de grond; de muggen kwamen af op mensen en vee, over heel Egypte werd het stof op de grond in muggen veranderd.
17พวกเขาก็ทำตามนั้น อาโรนถือไม้เท้าเหยียดมือออกตีฝุ่นบนพื้นดิน เหาก็ขึ้นทั้งบนคนและสัตว์ ฝุ่นทั่วแผ่นดินอียิปต์กลายเป็นเหา
18De tovenaars deden door hun kunsten hetzelfde; maar de muggen laten verdwijnen konden ze niet. De muggen bleven op mensen en vee.
18พวกนักเวทมนตร์พยายามใช้วิชาอาคมทำให้เกิดเหา แต่ทำไม่ได้ เหายังคงอยู่ทั้งบนคนและสัตว์
19Nu zeiden de tovenaars tot Farao: Dat is de vinger Gods! Maar Farao bleef hardnekkig, en wilde niet naar hen luisteren, zoals Jahweh voorspeld had.
19พวกนักเวทมนตร์จึงพูดกับฟาโรห์ว่า “นี่คือนิ้วมือของพระเจ้า” แต่ใจของฟาโรห์ยังแข็งกระด้าง เขาไม่ยอมฟังโมเสสกับอาโรน ตามที่พระยาห์เวห์ได้ตรัสไว้
20Toen sprak Jahweh tot Moses: Treed morgenvroeg Farao weer tegemoet, wanneer hij naar het water gaat, en zeg hem: “Zó spreekt Jahweh! Laat mijn volk vertrekken, om Mij te vereren.
20พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “จงลุกแต่เช้าไปยืนต่อหน้าฟาโรห์ ตอนที่เขาออกมาที่แม่น้ำ แล้วบอกเขาว่า ‘พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ว่า “ปล่อยประชาชนของเราไป เพื่อพวกเขาจะรับใช้เรา
21Zo ge mijn volk niet laat vertrekken, zend Ik horzels op u af, op uw hof, uw volk en uw huis. De huizen der Egyptenaren en zelfs de grond, waarop zij staan, zullen vol zitten van horzels.
21ถ้าเจ้าไม่ปล่อยประชาชนของเราไป เราจะส่งฝูงแมลงวันมารุมเจ้า ข้ารับใช้ ประชาชน และบ้านเรือนของเจ้า บ้านของชาวอียิปต์จะเต็มไปด้วยฝูงแมลงวัน แม้แต่พื้นดินที่พวกเขาอาศัยอยู่ก็เช่นกัน
22Maar Ik zal op die dag een uitzondering maken voor het land Gósjen, waar mijn volk is gevestigd; daar zullen geen horzels zijn, opdat gij moogt weten, dat Ik, Jahweh, in dat land vertoef.
22แต่ในวันนั้นเราจะแยกแผ่นดินโกเชนที่ประชาชนของเราอาศัยอยู่ออกต่างหาก จะไม่มีฝูงแมลงวันอยู่ที่นั่น เพื่อเจ้าจะได้รู้ว่าเราคือพระยาห์เวห์ทั่วทั้งแผ่นดินโลก
23Ik zal dus onderscheid maken tussen mijn volk en het uwe. Morgen wordt dit teken gewrocht”.
23เราจะแยกประชาชนของเราออกจากประชาชนของเจ้า หมายสำคัญนี้จะเกิดขึ้นพรุ่งนี้”’”
24En Jahweh deed het. Dichte zwermen horzels drongen het paleis van Farao en van zijn hovelingen binnen, en over heel Egypte werd het land door de horzels verpest.
24พระยาห์เวห์ก็ทำตามนั้น ฝูงแมลงวันจำนวนมหาศาลเข้ามาในวังของฟาโรห์และบ้านของข้ารับใช้ของเขา แผ่นดินอียิปต์เสียหายยับเยินเพราะฝูงแมลงวัน
25Nu riep Farao Moses en Aäron en zeide: Gaat heen, en brengt uw God een offer hier in het land.
25ฟาโรห์เรียกโมเสสกับอาโรนมาแล้วพูดว่า “ไปถวายเครื่องบูชาแด่พระเจ้าของพวกเจ้าในแผ่นดินนี้เถอะ!”
26Maar Moses antwoordde: Dat kunnen we onmogelijk! Want wat wij aan Jahweh, onzen God, als offer brengen, is een gruwel in de ogen der Egyptenaren. Wanneer we dus een offer brengen, dat een gruwel is in de ogen der Egyptenaren, zouden ze ons dan niet stenigen?
26โมเสสตอบว่า “ทำอย่างนั้นไม่ได้ เพราะสิ่งที่เราจะถวายเป็นเครื่องบูชาแด่พระยาห์เวห์พระเจ้าของเราเป็นสิ่งที่ชาวอียิปต์รังเกียจ ถ้าเราถวายสิ่งที่พวกเขารังเกียจต่อหน้าต่อตา พวกเขาจะไม่เอาหินขว้างเราหรือ?
27We moeten drie dagreizen ver de woestijn in, om Jahweh, onzen God, een offer te brengen, zoals Hij ons heeft bevolen.
27เราจะเดินทางเข้าไปในถิ่นทุรกันดารเป็นระยะทาง 3 วัน แล้วถวายเครื่องบูชาแด่พระยาห์เวห์พระเจ้าของเรา ตามที่พระองค์จะสั่งเรา”
28Toen zeide Farao: Ik zal u laten vertrekken, om Jahweh, uw God, in de woestijn een offer te brengen; maar ge moogt u niet te ver verwijderen. Bidt dus voor mij.
28ฟาโรห์ตอบว่า “เราจะปล่อยพวกเจ้าไปถวายเครื่องบูชาแด่พระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้าในถิ่นทุรกันดาร แต่อย่าไปไกลนัก ช่วยอธิษฐานเผื่อเราด้วย”
29Moses antwoordde: Zie, ik ga van u weg, en zal bidden tot Jahweh; morgen zullen Farao, zijn hof en zijn volk van de horzels zijn verlost. Maar laat Farao niet opnieuw ons bedriegen, door het volk toch niet te laten gaan, om Jahweh offers te brengen.
29โมเสสตอบว่า “เมื่อผมออกไปจากท่านแล้ว ผมจะอธิษฐานต่อพระยาห์เวห์ พรุ่งนี้ฝูงแมลงวันจะไปจากฟาโรห์ ข้ารับใช้ และประชาชนของท่าน แต่ขอฟาโรห์อย่าหลอกลวงอีกด้วยการไม่ยอมปล่อยประชาชนไปถวายเครื่องบูชาแด่พระยาห์เวห์”
30Moses ging dus van Farao heen, en bad Jahweh voor hem.
30โมเสสออกจากฟาโรห์แล้วอธิษฐานต่อพระยาห์เวห์
31En Jahweh verhoorde het gebed van Moses: Farao, zijn hof en zijn volk werden van de horzels verlost; geen een bleef er over.
31พระยาห์เวห์ก็ทำตามคำขอของโมเสส พระองค์เอาฝูงแมลงวันไปจากฟาโรห์ ข้ารับใช้ และประชาชนของเขาจนไม่เหลือแม้แต่ตัวเดียว
32Maar Farao bleef ook nu nog hardnekkig, en liet het volk niet vertrekken.
32แต่ครั้งนี้ฟาโรห์ก็ทำให้ใจของตนแข็งกระด้างอีก และไม่ยอมปล่อยประชาชนไป
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.