Exodus 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Moses antwoordde: Zie, ze zullen mij niet geloven en niet naar mij luisteren; maar ze zullen zeggen: “Jahweh is u niet verschenen”.
1โมเสสตอบว่า “แต่ดูสิ พวกเขาจะไม่เชื่อผมและไม่ฟังผม พวกเขาจะพูดว่า ‘พระยาห์เวห์ไม่ได้ปรากฏแก่คุณหรอก’”
2Toen sprak Jahweh tot hem: Wat hebt ge daar in uw hand? Hij antwoordde: Een staf.
2พระยาห์เวห์ถามเขาว่า “อะไรอยู่ในมือเจ้า?” เขาตอบว่า “ไม้เท้า”
3Hij sprak: Werp hem op de grond. Hij wierp hem op de grond en de staf werd een slang, waar Moses voor vluchtte.
3พระองค์ตรัสว่า “โยนลงพื้น” เขาโยนไม้เท้าลงพื้น มันก็กลายเป็นงู โมเสสจึงวิ่งหนี
4Maar Jahweh sprak tot Moses: Steek uw hand uit en grijp haar bij de staart. Hij stak zijn hand uit en greep haar vast, en zij werd in zijn hand weer een staf.
4พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “ยื่นมือไปจับหางมัน” โมเสสยื่นมือไปจับ งูก็กลับเป็นไม้เท้าในมือเขา
5Hierdoor zullen zij geloven, dat Jahweh, de God hunner vaderen, de God van Abraham, Isaäk en Jakob, u is verschenen.
5พระองค์ตรัสว่า “ทำอย่างนี้เพื่อให้พวกเขาเชื่อว่า พระยาห์เวห์ พระเจ้าของบรรพบุรุษของพวกเขา พระเจ้าของอับราฮัม พระเจ้าของอิสอัค และพระเจ้าของยาโคบ ได้ปรากฏแก่เจ้า”
6Opnieuw sprak Jahweh tot hem: Steek uw hand in uw boezem. Hij stak zijn hand in zijn boezem, maar toen hij ze terugtrok, was zijn hand melaats, en leek wel sneeuw.
6พระยาห์เวห์ตรัสอีกว่า “เอามือสอดเข้าไปในเสื้อคลุมตรงอก” โมเสสก็สอดมือเข้าไป พอดึงออกมา มือของเขาเป็นโรคเรื้อนขาวเหมือนหิมะ เขาสอดมือเข้าไปในเสื้อคลุม พอดึงออกมา มือของเขาก็เป็นโรคเรื้อน ขาวเหมือนหิมะ
7Hij sprak: Steek uw hand opnieuw in uw boezem. Weer stak hij zijn hand in zijn boezem; en toen hij ze er uit trok, zie, daar was ze weer als de rest van zijn lichaam.
7พระองค์ตรัสว่า “สอดมือเข้าไปในเสื้อคลุมอีกครั้ง” เขาสอดมือเข้าไปอีก พอดึงออกจากเสื้อคลุม มือก็กลับเป็นเหมือนเนื้อส่วนอื่นของร่างกาย
8Wanneer ze u dan niet willen geloven en aan het eerste teken geen gehoor willen geven, dan zullen ze aan het tweede teken geloven.
8“ถ้าพวกเขาไม่เชื่อเจ้าและไม่ยอมฟังสิ่งที่หมายสำคัญแรกบอก พวกเขาก็จะเชื่อสิ่งที่หมายสำคัญหลังบอก
9Maar wanneer ze na die beide tekenen nog niet geloven en niet naar u luisteren, neem dan water uit de Nijl, en stort dat op het droge. En het water, dat ge uit de Nijl hebt genomen, zal op het droge in bloed veranderen.
9แต่ถ้าพวกเขายังไม่เชื่อหมายสำคัญทั้งสองอย่างนี้และไม่ฟังเจ้า ให้เจ้าตักน้ำจากแม่น้ำมาเทลงบนพื้นดินแห้ง น้ำที่ตักจากแม่น้ำจะกลายเป็นเลือดบนพื้นดินแห้ง”
10Maar Moses sprak tot Jahweh: Ach, Heer, ik ben helemaal niet welbespraakt, ik ben het vroeger nooit geweest, en ben het ook nu nog niet, al hebt Gij tot uw dienaar gesproken; ik ben slechts een stamelaar.
10โมเสสพูดกับพระยาห์เวห์ว่า “พระองค์ผู้เป็นเจ้านาย ผมไม่เคยเป็นคนพูดคล่อง ทั้งเมื่อก่อนและตอนนี้ แม้พระองค์จะตรัสกับผมผู้รับใช้ของพระองค์แล้ว ผมก็ยังพูดติดขัดและไม่คล่องปาก”
11Toen sprak Jahweh tot hem: Wie heeft den mens een mond gegeven; wie maakt hem stom of doof, ziende of blind; Ik, Jahweh, niet waar?
11พระยาห์เวห์ตรัสกับเขาว่า “ใครสร้างปากมนุษย์? ใครทำให้คนเป็นใบ้หรือหูหนวก มองเห็นหรือตาบอด? ไม่ใช่เราหรือ คือพระยาห์เวห์?
12Ga dus; Ik zal u in het spreken bijstaan en u ingeven, wat ge moet zeggen.
12เพราะฉะนั้นไปเถอะ เราจะอยู่กับเจ้าเมื่อเจ้าพูด และจะสอนเจ้าว่าควรพูดอะไร”
13Maar Moses hield aan: Ach Heer, zend toch liever een ander!
13โมเสสตอบว่า “พระองค์ผู้เป็นเจ้านาย ได้โปรดส่งคนอื่นไปเถอะ”
14Toen ontstak Jahweh in toorn tegen Moses en sprak: Is uw broeder Aäron, de Leviet, er ook niet? Ik weet, dat hij gemakkelijk spreekt! Zie, hij komt u al tegemoet, en verheugt er zich op, u weer te zien.
14พระยาห์เวห์จึงโกรธโมเสส และตรัสว่า “แล้วอาโรน คนเลวีซึ่งเป็นพี่น้องของเจ้าล่ะ? เรารู้ว่าเขาพูดเก่ง ดูสิ เขากำลังออกมาพบเจ้า เมื่อเห็นเจ้าเขาจะดีใจจากใจจริง
15Tot hem zult ge spreken, en hem de woorden in de mond leggen; Ik zal u bijstaan, u en hem, als ge moet spreken, en u beiden ingeven wat ge moet doen.
15เจ้าจงพูดกับเขาและบอกเขาว่าต้องพูดอะไร เราจะอยู่กับทั้งเจ้ากับเขาเมื่อพวกเจ้าพูด และจะสอนพวกเจ้าว่าควรทำอะไร
16Hij zal voor u het woord tot het volk richten; hij zal uw tolk, en gij zult zijn God zijn.
16เขาจะพูดกับประชาชนแทนเจ้า เป็นเหมือนปากของเจ้า ส่วนเจ้าจะเป็นเหมือนพระเจ้าสำหรับเขา
17Neem deze staf met u mee, om er de tekenen mee te verrichten.
17จงถือไม้เท้านี้ไว้ในมือ เพราะเจ้าจะใช้มันทำหมายสำคัญต่าง ๆ”
18Toen ging Moses naar zijn schoonvader Jitro terug en zei tot hem: Ik zou naar mijn broeders in Egypte terug willen keren, om te zien, of ze nog in leven zijn. En Jitro gaf Moses ten antwoord: Ga in vrede!
18โมเสสกลับไปหาเยโธรพ่อตาและพูดว่า “ขอให้ผมกลับไปหาพี่น้องร่วมชาติที่อียิปต์ เพื่อดูว่าพวกเขายังมีชีวิตอยู่หรือไม่” เยโธรตอบโมเสสว่า “ไปโดยสวัสดิภาพเถอะ”
19Jahweh sprak tot Moses in Midjan: Trek op, en keer terug naar Egypte; want allen, die u naar het leven stonden, zijn dood.
19พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสในมีเดียนว่า “กลับไปอียิปต์เถอะ เพราะคนทั้งหมดที่ต้องการเอาชีวิตเจ้านั้นตายแล้ว”
20Moses nam dus zijn vrouw en zijn zonen, zette ze op ezels, en keerde naar het land van Egypte terug, Moses nam ook de staf van God met zich mee.
20โมเสสจึงให้ภรรยาและบรรดาลูกชายขึ้นลา แล้วเดินทางกลับไปยังแผ่นดินอียิปต์ พร้อมถือไม้เท้าของพระเจ้าไว้ในมือ
21En Jahweh sprak tot Moses: Wanneer ge teruggekeerd zijt in Egypte, zorg er dan voor, alle wonderen, waartoe Ik u de macht heb gegeven, ten aanschouwen van Farao te verrichten. Maar Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet laat gaan.
21พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “เมื่อเจ้ากลับไปอียิปต์ จงทำสิ่งอัศจรรย์ทั้งหมดที่เราให้ไว้ในมือของเจ้าต่อหน้าฟาโรห์ แต่เราจะทำให้ใจของเขาแข็งกระด้าง เขาจึงจะไม่ยอมปล่อยประชาชนไป
22Dan moet gij tot Farao zeggen: Zo spreekt Jahweh! Israël is mijn eerstgeboren zoon!
22เจ้าจงบอกฟาโรห์ว่า ‘พระยาห์เวห์ตรัสดังนี้ อิสราเอลเป็นลูกชายของเรา เป็นลูกคนโตของเรา
23Ik heb u gezegd: Laat mijn zoon gaan, om Mij te vereren. Ge hebt geweigerd, hem te laten vertrekken; daarom dood Ik uw zoon, uw eerstgeborene!
23เราบอกเจ้าแล้วว่า “ปล่อยลูกของเราไป เพื่อเขาจะได้รับใช้เรา” แต่เจ้าปฏิเสธไม่ยอมปล่อยเขาไป ดูสิ เราจะฆ่าลูกชายคนโตของเจ้า’”
24Terwijl hij onderweg in een nachtverblijf toefde, zocht Jahweh hem op, en wilde hem doden.
24ระหว่างทาง ที่ที่พักแรมแห่งหนึ่ง พระยาห์เวห์มาพบโมเสสและหมายจะฆ่าเขา
25Maar Sippora nam een scherpe steen, en sneed de voorhuid van haar zoon af; zij raakte Moses’ voeten daarmee aan, en sprak: Een bloedige bruidegom zijt ge mij.
25ซิปโปราห์จึงเอาหินเหล็กไฟมาตัดหนังหุ้มปลายอวัยวะเพศของลูกชาย แล้วโยนหนังส่วนนั้นลงตรงเท้า พลางพูดว่า “คุณเป็นเจ้าบ่าวแห่งเลือดของฉันจริง ๆ”
26Toen liet Jahweh hem met rust. Zij had immers bedoeld: een bloedige bruidegom door de besnijdenis.
26พระองค์จึงปล่อยเขาไป ตอนนั้นเธอจึงพูดว่า “เจ้าบ่าวแห่งเลือด” เนื่องจากการเข้าสุหนัต
27Intussen had Jahweh tot Aäron gesproken: Ga Moses in de woestijn tegemoet. Hij ging dus op weg, ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.
27พระยาห์เวห์ตรัสกับอาโรนว่า “ไปพบโมเสสในถิ่นทุรกันดาร” เขาจึงไปพบโมเสสที่ภูเขาของพระเจ้า แล้วจูบเขา
28En Moses deelde Aäron de hele opdracht van Jahweh mee en alle tekenen, die Hij hem bevolen had te verrichten.
28โมเสสเล่าให้อาโรนฟังทุกถ้อยคำที่พระยาห์เวห์ตรัสเมื่อส่งเขามา และหมายสำคัญทั้งหมดที่พระองค์สั่งให้เขาทำ
29Daarop gingen Moses en Aäron verder en riepen al de oudsten van de Israëlieten bijeen.
29โมเสสกับอาโรนไปเรียกผู้อาวุโสทั้งหมดของชาวอิสราเอลมารวมกัน
30Aäron verkondigde alles wat Jahweh tot Moses gesproken had, en Moses verrichtte de tekenen voor de ogen van het volk.
30อาโรนเล่าทุกถ้อยคำที่พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสส และทำหมายสำคัญต่อหน้าประชาชน
31Het volk geloofde; en toen zij hoorden, dat Jahweh de kinderen Israëls had bedacht, en hun ellende had aanschouwd, wierpen zij zich op de knieën en bogen zich ter aarde.
31ประชาชนก็เชื่อ เมื่อได้ยินว่าพระยาห์เวห์ได้มาดูแลชาวอิสราเอลและได้เห็นความทุกข์ของพวกเขา พวกเขาก็ก้มศีรษะลงนมัสการ
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.