1 Мойсея 7
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І рече Бог до Нояга: Увійди сам і ввесь дом твій у ковчег; бо тебе вбачав я праведним передо мною в сьому родї.
1Toen sprak Jahweh tot Noë: Ga met uw gezin in de ark, want Ik heb u rechtvaardig voor mijn aanschijn bevonden te midden van dit geslacht.
2Від усякої ж скотини чистої введи до себе по семеро, самця і самицю, від скотини ж нечистої по парі, самця і самицю,
2Neem van alle reine dieren zeven paar mee, telkens mannetjes met hun wijfjes, maar van de onreine dieren een enkel paar, eveneens mannetje en wijfje;
3І від птаства небесного по семеро, самця і самицю, щоб насїннє живе переховати по всїй землї.
3ook van de vogels in de lucht zeven paar, de mannetjes met hun wijfjes: om hun soort in stand te houden over de hele aarde.
4Ще бо сїм день, і дощувати му на землю сорок день і сорок ночей, та й вигублю з лиця землї всяке живе, що сотворив.
4Want over zeven dagen zal Ik het op aarde doen stortregenen, veertig dagen en veertig nachten; en al wat leeft, en wat Ik gemaakt heb, zal Ik van de aarde verdelgen.
5І вчинив Нояг усе, що заповідав йому Господь Бог.
5En Noë deed alles, wat Jahweh hem bevolen had.
6Ноягові ж було шістьсот год, як стався потоп водний на землї.
6Noë was zeshonderd jaar oud, toen de zondvloed over de aarde kwam.
7І ввійшов Нояг, і сини його, і жінка його, і жінки синів його з ними у ковчег задля води потопньої.
7En voor het water van de zondvloed vluchtte Noë in de ark met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
8І з чистої скотини і з скотини нечистої і з птаства і з усього лазючого поповза по землї,
8Van de reine en onreine dieren, van de vogels, en van al wat over de aarde kruipt,
9По парі ввійшло до Нояга в ковчег, самець і самиця, як заповідав Бог Ноягові.
9kwam telkens een paar, mannetje en wijfje, naar Noë binnen de ark, zoals God Noë geboden had.
10І сталось по семи днях, що вода потопня поняла землю.
10En op de zevende dag stortten de wateren van de zondvloed over de aarde.
11В шести сотьньому роцї Ноягового віку, другого місяця, на сїмнайцятий день місяця, того ж дня, порозверзались усї жерела великої безоднї, і хляби (вікна) небесні повідчинялись.
11In het zeshonderdste levensjaar van Noë, in de tweede maand, op de zeven en twintigste dag van de maand, toen braken alle kolken los van de geweldige afgrond, en werden de sluizen van de hemel geopend;
12І лило на землю сорок день і сорок ночей.
12er stortte een regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.
13Того дня ввійшов Нояг, Сем, Хам і Яфет, сини Ноягові, і жінка Ноягова і троє жінок синів його з ним у ковчег;
13Nog diezelfde dag ging Noë in de ark met Sem, Cham en Jáfet, de zonen van Noë, met de vrouw van Noë en de drie vrouwen van zijn zonen;
14Вони і усяка животина по свойму роду, і всяка скотина по кодлу, і усяке лазюче поповза, що човгає по землї по кодлу свойму, і всяке птаство пернате.
14zijzelf met alle soorten van wilde en tamme dieren, met alle soorten van wat er over de aarde kruipt, met alle soorten van vogels, alles wat veren en vleugels heeft.
15Поввіходили до Нояга у ковчег по парі усякого тїла, що в йому є живий дух.
15In paren kwamen alle levende wezens naar Noë in de ark:
16І входячі були самець і самиця од усякого тїла, як заповідав йому Бог. І зачинив Господь Бог ковчег ізнадвору.
16zij kwamen naar het bevel van God: mannetje en wijfje van al wat leeft. En Jahweh deed de deur achter hen dicht.
17І затоплювало землю сорок день, і прибувало води, і підіймало ковчег у гору над землею.
17Toen kwam de zondvloed over de aarde, veertig dagen lang. De wateren stegen, en droegen de ark, zodat zij zich van de aarde verhief.
18І впотужнювалась вода, і прибувала велико на землї, і носився ковчег по водї.
18Nog bleef het water wassen en stijgen op aarde, en de ark dreef op het water voort.
19І впотужнювалась вода на землї несказанно, і поняла всї високі гори, по під небесами.
19Hoger en hoger klommen de wateren op aarde, zodat zelfs de hoogste bergen, die onder heel de hemel zijn, werden bedekt.
20Прибула понад ними вода на пятнайцять локот, і поняла всї високі гори.
20Vijftien ellen steeg het water boven de bergen, zodat ze helemaal bedolven werden.
21І повиздихало всяке тїло, що двигалось по землї, і з птаства і з скотини, і з зьвіра, і з усякого лазючого поповза по землї і всяка людина.
21Alle schepselen kwamen om, alles wat zich op de aarde beweegt: vogels, tamme en wilde dieren met al wat over de aarde kruipt; en eveneens alle mensen.
22Усе, в чого було диханнє і все, що було на сусї, повиздихало.
22Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.
23І погинуло все живе, що було на земному лицї, погинуло, і людина і скотина і лазюче поповза, і птаство небесне, і вигублено все те на землї, і зоставсь Нояг один да те, що було з ним у ковчезї.
23Al wat op aarde bestond, werd verzwolgen; mens, viervoetige dieren, kruipende dieren en vogels in de lucht werden van de aarde verdelgd. Noë alleen, en wat met hem in de ark was, bleef over.
24І впотужнювалась вода на землї сто і пятдесять день.
24De wateren hielden de aarde honderd vijftig dagen bedekt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.