1 Мойсея 8
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І спогадав Бог Нояга і все живе і всяку скотину з ним у ковчезї, і навів Бог вітра на землю, і перестало дощувати.
1Toen dacht God aan Noë, en aan alle wilde en tamme dieren, die met hem in de ark waren. God deed een wind over de aarde waaien, waardoor het water begon te zakken.
2І позамикались жерела в безоднї і хляби небесні, і зупинився дощ із неба.
2De kolken van de afgrond en de sluizen van de hemel werden gesloten, en de regen uit de hemel hield op.
3І вертались води з землї без перестанї, і як уплило сто і пятдесять день, стала вода посякати.
3Het water vloeide langzaam heen, en zakte na verloop van honderd vijftig dagen van de aarde weg.
4І зупинився ковчег у сьомому місяцї, на сїмнайцятий день місяця, на горі Арарацькій.
4In de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, liep de ark op het gebergte Ararat vast.
5І вбувало води більше та більше до десятого місяця, а в десятому місяцї на первий день місяця стало видко верхи по горах.
5Het water bleef geleidelijk zakken tot de tiende maand; op de eerste dag der tiende maand werden de toppen der bergen zichtbaar.
6І сталось по сорока днях, що відчинив Нояг вікно в ковчезї, що був зробив.
6En toen er veertig dagen waren verlopen, opende Noë het venster, dat hij in de ark had gemaakt.
7І випустив крука, і лїтав той сюди й сюди, закіль посякла вода на землї.
7Hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen, tot het water op de aarde was opgedroogd.
8Опісля випустив голубицю від себе, щоб довідатись, чи вода спала з земного виду.
8Daarna liet hij een duif los, om te zien, of het water al van de aarde weg was.
9Та не знайшла голубиця відпочинку нозї своїй, та й вернулась до його в ковчег: бо вода поняла вид усїєї землї. І простїг він руку тай узяв її до себе в ковчег.
9Maar de duif vond geen plek voor haar pootjes en keerde naar hem terug in de ark; want het water hield nog de hele oppervlakte der aarde bedekt. Hij stak zijn hand uit, pakte ze beet, en haalde ze naar zich toe in de ark.
10І пождав ще других сїм день, та ізнов послав голубицю з ковчега.
10Nu wachtte hij nog zeven dagen, en liet toen opnieuw een duif uit de ark.
11І прилетїла голубка надвечір до його, колиж се — оливний листок у неї в дзьобочку. І дознавсь Нояг, що вода уступила з виду земного.
11De duif keerde tegen de avond naar hem terug, en droeg een frisse olijftak in de bek. Toen begreep Noë, dat het water van de aarde moest zijn weggezakt.
12І зождав іще других сїм день, та й послав знов голубицю, і не вернулась уже до його тодї.
12Weer wachtte hij nu zeven dagen, en liet toen opnieuw de duif uitvliegen; maar nu keerde ze niet meer naar hem terug.
13І сталось у шістьсот первому роцї на первий день первого місяця, що посякла вода на землї. І зняв тодї Нояг кришу в ковчезї, і споглянув, аж се — вид земний уже сухий,
13In het zeshonderd eerste levensjaar van Noë, in het begin van de eerste maand, was het water van de aarde opgedroogd. Nu verwijderde Noë het dak van de ark, en keek naar buiten; en zie, de oppervlakte der aarde was droog.
14А в другому місяцї на двайцять сьомий день місяця земля стужавіла.
14In de tweede maand, op de zeven en twintigste dag der maand, was de aarde helemaal droog.
15І рече Господь Бог Ноягові, глаголючи:
15Toen sprak God tot Noë:
16Вийди з ковчега сам і жона твоя і сини твої, і жени синів твоїх з тобою.
16Ga uit de ark; gij met uw vrouw, uw zonen en de vrouwen uwer zonen.
17І всяку животину, що з тобою і всяке тїло від птаства і від скотини і з усякого лазючого поповза по землї повиводь із собою; і плодїтесь і намножуйтесь на землї.
17En laat ook alle dieren, alle wezens die bij u zijn, tegelijk met u naar buiten komen: de vogels, de viervoetige dieren en al wat op de aarde kruipt; opdat ze zich weer op de aarde bewegen, vruchtbaar zijn, en talrijk worden op aarde.
18І вийшов Нояг і сини його, і жінка його, і синів його жінки з ним.
18Noë ging er dus uit met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.
19Усяка животина, всяке лазюче поповза по кодлах своїх повиходило з ковчега.
19Ook alle viervoetige dieren, alle vogels en al wat over de aarde kruipt, elk naar zijn soort, kwamen naar buiten uit de ark.
20І спорудив Нояг жертівника Господеві, і взяв з усякої чистої животини і з усякої чистої птицї та й принїс у всепаленнє на жертівник.
20Toen bouwde Noë een altaar voor Jahweh; en hij nam van alle reine dieren en van alle reine vogels, en droeg ze op het altaar als brandoffer op.
21І понюхав Господь любих пахощів, і рече: Не проклинати му вже більше землї за чоловіка; бо надих людського серця злющий з молодощів його; і не вигублювати му вже більш усього живого, як учинив.
21Jahweh rook de aangename geur, en sprak bij Zich zelf: Nooit meer zal Ik om den mens de aarde vervloeken, want de gedachten van het mensenhart zijn slecht van zijn jeugd af; en nooit meer zal Ik alle levende wezens treffen, zoals Ik nu heb gedaan.
22Покіль земля землею, сїйба й жнива, холоднеча й спека, лїто й весна, день і ніч не перестануть.
22Zolang de aarde bestaat, Zal er zaai(-) en oogsttijd, koude en hitte zijn; Zomer en winter, dag en nacht, Nooit houden ze op!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.