1 Мойсея 29
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І вставши Яков на ноги, пійшов у землю восточню.
1Toen begaf Jakob zich weer op weg, en ging naar het land der Oosterlingen.
2Дивиться, коли ж колодязь на степу, і було там три отарі овець, що полягали коло його. З того бо колодязя наповано стада. Над усьтєм же колодязьним лежав камінь великий.
2Daar zag hij in het veld een put, waarbij drie kudden schapen waren gelegerd; want uit die put werden de kudden gedrenkt. Daar de steen, die de put bedekte, groot was,
3І скуплювались там усї стада, і одвалювано каменя від усьтя колодязного, і наповано вівцї, та й знов навалювано каменя на усьтє колодязне на місцї свойму.
3rolde men eerst de steen van de opening van de put, als alle kudden daar waren verzameld; en als men de kudden had laten drinken, wentelde men de steen weer op zijn plaats, op de opening van de put.
4Рече ж їм Яков: Браттє, звідки ви? Вони ж кажуть: Ми з Гарану.
4Jakob sprak hen aan: Broeders, waar komt gij vandaan? Zij antwoordden: Wij zijn van Charan.
5Рече ж їм: Чи знаєте Лабана Нагоренка? Вони ж кажуть: Знаємо.
5Hij vervolgde: Kent gij dan Laban, den zoon van Nachor? Zij zeiden: Ja!
6Рече ж їм: Чи жив, здоров? Вони ж кажуть: Жив і здоров. Ось і Рахеля, дочка його, йде з вівцями.
6Hij vroeg hun: Gaat het hem goed? Ze zeiden: Uitstekend; zie, daar komt juist zijn dochter Rachel aan met de kudde.
7І рече Яков: Ще дня багацько, не пора скуплювати докупи скотину. Понаповайте вівцї, та йдїть, пасїте.
7Toen hernam hij: Het is nog volop dag, en nog lang geen tijd, om de kudden bijeen te drijven; geeft dus de kudden te drinken, en laat ze nog grazen.
8Вони ж кажуть: Не зможемо, докіль усї отарі скупляться докупи, та одвалять каменя з колодязного усьтя; тодї й понаповаємо вівцї.
8Ze zeiden: Dat kunnen we niet, voordat alle kudden bijeen zijn; dan wordt de steen van de put gewenteld, en kunnen we het vee te drinken geven.
9Ще ж він говорив до них, аж ось Рахеля пригналась із отецькими вівцями; вона бо доглядала їх.
9Nog was hij met hen in gesprek, toen Rachel naderde met de kudde van haar vader; want zij was een herderin.
10І сталось, як зуздрів Яков Рахелю, дочку Лабанову, брата матері своєї, приступив Яков, одвалив каменя від усьтя колодязного, та й напоїв вівцї Лабанові, брата материного.
10Zodra Jakob Rachel, de dochter van zijn oom Laban, met de kudde van zijn oom Laban zag, trad hij vooruit, om de steen van de putopening te wentelen en de kudde van zijn oom Laban te drenken.
11І поцїлував Яков Рахелю, та й заплакав у голос.
11Daarop kuste Jakob Rachel, en weende hardop.
12І повідав Рахелї, що він брат отця її, і що він син Ребечин. І побігши вона, повідала панотцеві свойму сї речі.
12En toen Jakob Rachel had meegedeeld, dat hij de neef van haar vader was en de zoon van Rebekka, ging Rachel het vlug aan haar vader vertellen.
13Сталось ж, як почув Лабан вістї про Якова, побіг зустріч йому, і обнявши його цїлував, і ввів його в господу свою, і повідав Лабанові всї речі сї.
13Zodra Laban het nieuws over Jakob, den zoon van zijn zuster, vernam, liep hij hem tegemoet, omhelsde en kuste hem, en leidde hem zijn huis binnen. Daar vertelde hij Laban al wat er gebeurd was.
14І каже йому Лабан: Справдї від костей моїх і від тїла мого єси ти. І пробув з ним днїв місяць.
14En Laban zeide hem: Waarachtig, gij zijt mijn gebeente en vlees! En hij bleef een volle maand bij hem.
15Каже ж Лабан Яковові: Що брат менї доводишся, чи то ж мусиш робити на мене дармо? Скажи менї, яка тобі плата.
15Daarna zei Laban tot Jakob: Zoudt ge, omdat ge mijn broeder zijt, mij dienen om niet? Zeg me, wat voor loon ge wilt hebben.
16У Лабана ж та було дві дочцї: старша на імя Лея, меньша ж Рахеля.
16Nu had Laban twee dochters: de oudste heette Lea, de jongste Rachel;
17Лея недуговала очима, Рахеля ж була високого зросту, й принадна видом вельми.
17Lea had fletse ogen, maar Rachel was kloek van gestalte en knap van uiterlijk.
18Уподобав же Яков Рахелю, і каже: Парубкувати му в тебе сїм год за Рахелю, дочку твою меньшу.
18En daar Jakob Rachel beminde, gaf hij ten antwoord: Ik zal u zeven jaar dienen voor Rachel, uw jongste dochter.
19Каже ж йому Лабан: Лучче менї тобі оддати її, нїж мусїв би другому мужеві. Живи зо мною.
19En Laban antwoordde: Ik geef ze liever aan u dan aan een vreemde; blijf dus bij mij.
20І парубкував Яков за Рахелю сїм років, і здались вони йому, наче кілька днїв, тим що любив її.
20Zo diende Jakob om Rachel zeven jaar lang; doch ze leken hem maar enkele dagen, zoveel hield hij van haar.
21Каже ж тодї Яков Лабанові: Дай менї жену мою; бо сповнивсь речінець мій, щоб увійти до неї.
21Toen zei Jakob tot Laban: Geef mij mijn vrouw; want mijn tijd is om, en ik wil gemeenschap met haar houden.
22Зібрав же Лабан усїх мужів громадських і зробив учту.
22Nu nodigde Laban alle mannen van de stad uit, en richtte een feestmaal aan.
23І сталось у вечорі, що взяв він Лею, дочку свою, та й увів до Якова. І ввійшов до неї Яков.
23Maar toen het avond was geworden, haalde hij zijn dochter Lea, en leidde haar tot hem; en hij hield gemeenschap met haar.
24Дав же Лабан Леї, дочцї своїй, Зелфу, рабиню свою за служебку.
24Laban gaf zijn dienstmaagd Zilpa mee als slavin voor zijn dochter Lea.
25Сталося ж у раньцї, дивиться, се була Лея. І каже Яков Лабанові: Що се ти вдїяв менї? Чи не задля Рахелї ж парубкував я в тебе? Про що ж так ошукав єси мене?
25De volgende morgen: daar was het Lea! Nu zei hij tot Laban: Wat hebt ge me nu gedaan? Heb ik u niet om Rachel gediend? Waarom hebt ge me dan bedrogen?
26Відказав же Лабан: Неможна так чинити в нашій землї, видавати меньшу перше старшої.
26Laban antwoordde: Het is hier in ons land geen gewoonte, om de jongste vóór de oudste uit te huwen.
27Скіньчай же тиждень сей; я дам тобі й ту за роботу, що робити меш на мене ще сїм других лїт.
27Breng dus eerst maar met deze de bruiloftsweek door, dan zal ik u ook de andere geven, als ge me opnieuw zeven jaren wilt dienen.
28Учинив же Яков так, та й скіньчив тиждень з сією; і дав йому Лабан Рахелю, дочку свою, за жінку.
28Jakob deed het, en bracht met haar de bruiloftsweek door. Toen gaf Laban hem zijn dochter Rachel tot vrouw.
29Дав же Лабан Рахелї дочцї своїй Баллу, рабиню свою, за служебку.
29Laban gaf aan zijn dochter Rachel zijn dienstmaagd Bilha als slavin mee.
30І ввійшов до Рахелї, влюбив же Рахелю більш нїж Лею. І парубкував у його других сїм років.
30Ook met Rachel had Jakob gemeenschap; en hij hield meer van haar dan van Lea. Zo diende hij hem opnieuw zeven jaren.
31Бачив же Господь, що ненавидна була Лея, відчинив утробу їй: Рахеля ж була неплідна.
31Toen Jahweh zag, dat Lea achteruit werd gezet, opende Hij haar schoot, terwijl Rachel kinderloos bleef.
32І завагонїла Лея, і вродила сина, і дала йому імя Рубен, говорючи: Певно зглянувся Господь на моє горе. Тепер же любити ме мене чоловік мій.
32Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij noemde hem Ruben, want ze zeide: Jahweh heeft mijn ellende gezien; nu zal mijn man van mij houden.
33І завагонїла знов, і вродила сина і каже: Що почув Господь, яка я ненавидна, тим дав менї й сього сина. І дала йому імя: Симеон.
33Zij werd een tweede maal zwanger, en baarde een zoon. Nu sprak zij: Jahweh heeft gehoord, dat ik een verschoppeling ben, en heeft mij ook dezen gegeven. En ze noemde hem Simeon.
34І завагонїла знов, і вродила сина і каже: Тепер же буде мій чоловік прихилен до мене; породила бо йому три сини. Тим дала йому імя: Левій.
34Nog eens werd ze zwanger, en baarde een zoon. En ze sprak: Nu zal mijn man zich toch wel aan mij hechten; want ik heb hem al drie zonen gebaard. Daarom noemde zij hem Levi.
35І завагонїла знов, і вродила сина, і каже: Теперь дякувати му Господеві. Задля того дала йому імя: Юда. Та й перестала роджати.
35Opnieuw werd zij zwanger, en baarde een zoon. En zij sprak: Nu loof ik Jahweh! Daarom noemde zij hem Juda. Daarna kreeg zij een tijdlang geen kinderen meer.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.