1 Мойсея
Chapter 39
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Мойсея 39

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Йосифа ж приведено в Египет, і купив його Потифар, дворянин Фараонів, гетьман вартовиків його, Египтянин, із рук Ізмайлитян, що привели його туди.
1Josef was dus naar Egypte gevoerd, waar de Egyptenaar Potifar, een hoveling van Farao en overste van de lijfwacht, hem van de Jisjmaëlieten, die hem daarheen hadden gebracht, had gekocht.
2І був Господь із Йосифом, так що у всьому йому таланило, і жив у дому в свого пана, Египтянина.
2Maar Jahweh stond Josef bij, zodat het hem voorspoedig ging, en hij in het huis van zijn egyptischen meester mocht blijven.
3Бачив же пан його, що Господь із ним, і що нї робить, Господь щастить руцї його.
3En toen zijn meester zag, dat Jahweh met hem was, en Jahweh alles, wat hij ondernam, deed gelukken,
4І знайшов Йосиф ласку в очах його, і вслуговував йому, і той поставив його над усїм домом своїм, і все, що мав, оддав у руки його.
4kwam Josef bij hem in de gunst, en moest hem persoonlijk bedienen. Hij gaf hem het toezicht over zijn huis, en vertrouwde hem al zijn bezittingen toe.
5І сталось того часу, як поставив його над домом своїм і над усїм майном своїм, Господь благословив Египтянина задля Йосифа, і було благословеннє Господнє на всьому, що мав у господї і в полї.
5En van het oogenblik af, dat hij hem over zijn huis en al zijn bezittingen had gesteld, zegende Jahweh het huis van den Egyptenaar terwille van Josef. En toen de zegen van Jahweh bleef rusten op heel zijn bezit, in huis en op het land,
6І передав усе, що мав, Йосифові, і не знав нїчогісїнько в свойму майнї, опріч хлїба, що їв. І був Йосиф гарний станом і вродливий видом вельми.
6liet hij tenslotte al zijn bezittingen door Josef beheren, en bemoeide zich met niets meer, dan met het brood, dat hij at. Josef was kloek van gestalte en knap van uiterlijk.
7І сталось по сих речах, що жона пана його накинула оком Йосифа, та й каже: Лязь ізо мною.
7Zo gebeurde het na enige tijd, dat de vrouw van zijn meester het oog op Josef liet vallen en zeide: Kom bij mij liggen.
8Він же не схотїв, і каже свого пана жонї: Дивись, пан мій не знає за мною нїчогісїнько в дому свойму, і все, що має, віддав у руки мої.
8Hij weigerde, en zeide tot de vrouw van zijn meester: Zie, mijn heer bemoeit zich met niets in zijn huis buiten mij om, en hij heeft mij al zijn bezittingen toevertrouwd.
9І нїкого нема над мене в дому сьому, і невдержано від мене нїчого, опріч тебе; бо ти жона йому єси. Як же вчиню ледарство велике се й гріх перед Богом?
9Hij zelf is hier in huis niet groter dan ik, en niets heeft hij aan mijn macht onttrokken behalve u, omdat ge zijn vrouw zijt. Hoe zou ik dan dit grote kwaad kunnen doen en zondigen tegen God?
10І сталось, як вона підмовляла Йосифа день у день, не послухав її, щоб лягти з нею й жити з нею.
10En ofschoon ze dag in dag uit bij Josef aandrong, dat hij bij haar zou komen liggen, en haar terwille zou zijn, luisterde hij niet naar haar.
11І сталось одного такого дня, що ввійшов Йосиф у будинок справляти справи свої, і не було нїкого з домовників у серединї.
11Maar op zekere dag gebeurde het, dat hij naar huis kwam, om zijn werk te verrichten, en er niemand van de huisgenoten binnen was.
12І вхопила його за одежу говорючи: Лягай зо мною. І покинув одежу свою в руках її, та й утїк геть.
12Toen greep ze hem bij zijn kleren vast en zei: Kom bij mij liggen. Doch hij liet zijn kleed in haar handen achter, en vluchtte haastig naar buiten.
13І сталось, як побачила, що покинув одїж свою в руках її, та втїк геть,
13Toen zij zag, dat hij zijn kleed in haar handen had achtergelaten en naar buiten was gevlucht,
14Гукнула на домовників, та й каже їм: Бачте, увів до нас Єврея, щоб насьміявсь із нас. Увійшов до мене, та й хотїв лягти зо мною, так я закричала голосно.
14schreeuwde zij haar huisgenoten bijeen, en zei hun: Daar hebt ge het nu; men heeft een Hebreër in huis gebracht, om zijn spel met ons te drijven. Hij is naar mij toegekomen, om bij mij te liggen; maar ik ben gaan schreeuwen, zo hard ik kon.
15І сталось, як почув, що я зняла крик та загукала, покинув одїж свою в мене, да метнувсь на втеки.
15Toen hij mij zo hard hoorde schreeuwen en gillen, liet hij zijn kleed bij mij achter, en vluchtte haastig naar buiten.
16І положила одїж його коло себе, докіль прийде пан його до дому.
16Ze hield het kleed bij zich achter, totdat zijn meester thuis kwam.
17І повідала йому такими словами: Прийшов до мене парубок Єврей, що ввів єси до нас, посьміятись із мене.
17Toen vertelde ze hem hetzelfde: Die hebreeuwse slaaf, dien ge in huis hebt gehaald, is bij mij binnengedrongen, om zijn spel met mij te drijven.
18І сталось, як зняла голос, та закричала, він покинув одїж свою, та й побіг втеком.
18Maar toen ik hard begon te schreeuwen en te gillen, liet hij zijn kleed bij mij achter, en vluchtte haastig naar buiten.
19І сталось, як почув пан його слова жони своєї, що каже до його: От яким робом пійшов парубок твій, запалав гнївом,
19Toen de heer van Josef zijn vrouw hoorde vertellen, hoe zijn slaaf haar zou hebben behandeld, werd hij zeer toornig;
20І взяв Йосифа пан, вкинув його в темницю, туди, де вязники цареві седїли в неволї, і пробував там у темницї.
20hij liet Josef grijpen en hem in de kerker werpen, waar de gevangenen van den koning zaten opgesloten. Maar ook toen Josef daar in de gevangenis zat,
21Но Господь був з Йосифом і змилосердивсь до його, і дав йому ласку в очу доглядника темничнього.
21stond Jahweh hem bij, en strekte zijn genade over hem uit. Hij zorgde er voor, dat hij bij den gevangenbewaarder in de gunst kwam,
22І віддав доглядник темничний в руки Йосифові всїх позакиданих у темницю, і все, що там роблять, роблено за його порядкуваннєм.
22zodat deze al die in de kerker zaten opgesloten aan Josef toevertrouwde, en er niets geschiedde buiten hem om.
23Доглядник же темничний не дозиравсь нї до чого під його руками; бо Господь був із ним, і що він чинив, у всьому Господь помагав йому.
23De gevangenbewaarder bemoeide zich met niets, van wat hij Josef had toevertrouwd; want Jahweh stond hem bij, en wat hij deed, liet Jahweh gelukken.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.