Marcus 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Hij vertrok van daar, en ging naar zijn vaderstad; en zijn leerlingen volgden Hem.
1І вийшовши звідтіля, прибув у свою країну; і йшли слїдом за Ним ученики Його.
2En op de sabbat begon Hij in de synagoge te leren. De vele toehoorders stonden verbaasd, en ze zeiden: Waar heeft Hij dit alles vandaan? Wat is dit voor wijsheid, die Hem is gegeven; en wat zijn het voor wonderen, die door zijn handen gebeuren?
2І, як настала субота, почав у школї навчати; й многі, слухаючи, дивувались, кажучи: Звідкіля се в Него? і що се за розум даний Йому, що дива такі руками Його роблять ся?
3Is Hij niet de timmerman, de zoon van Maria, de broer van Jakobus en Josef, Judas en Simon; en leven zijn zusters niet hier onder ons? En ze ergerden zich aan Hem.
3Хиба ж сей не тесля, син Мариї, брат Яковів, і Йосиїв, і Юдин, і Симонів? і хиба не тут між нами сестри Його? І поблазнились Ним.
4Maar Jesus zeide tot hen: Een profeet wordt enkel in zijn vaderland miskend, onder zijn verwanten en in zijn familie.
4Рече ж їм Ісус: Не єсть пророк без чести, хиба що в країнї своїй, та в родинї, і в домівцї своїй.
5Hij kon daar geen wonder verrichten, behalve enkele zieken genezen, door ze de handen op te leggen.
5І не міг там нїякого чуда зробити, тільки на деяких недужих положивши руки, сцїлив їх.
6En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof. Nu trok Hij de dorpen in de omtrek al lerende rond.
6І дивувавсь недовірством їх. І ходив кругом по селах, навчаючи.
7Ook riep Hij het twaalftal bij Zich, zond ze twee aan twee uit, en gaf hun de macht over de onreine geesten.
7І покликав дванайцятьох, та й почав їх посилати по двоє, і дав їм власть над духами нечистими;
8Hij gebood hun, niets mee te nemen op weg, dan alleen een staf; geen reiszak, geen brood, geen geld in de gordel;
8і звелїв їм, щоб нїчого не брали на дорогу, тільки одну палицю: нї торбини, нї хлїба, нї у черес грошей,
9ze mochten wel sandalen dragen, maar geen dubbele onderkleding.
9щоб обувались у постоли й не вдягались у дві одежинї.
10En Hij sprak tot hen: Wanneer gij een huis zijt binnengegaan. blijft dan daar, totdat gij weer afreist.
10І рече їм: Де б ви нї зайшли в яку господу, там пробувайте, аж поки вийдете звідтіля.
11En waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, gaat daar vandaan, en schudt het stof van uw voeten, als een getuigenis tegen hen.
11А хто не прийме вас, анї слухати ме вас, то, виходячи звідтіля, обтрусїть і порох із під ніг ваших, на сьвідкуваннє їм. Істино глаголю вам: Одраднїще буде Содомові та Гоморі суднього дня, нїж городові тому.
12Ze gingen heen, en preekten, dat men zich zou bekeren.
12І вийшовши вони, проповідували, щоб каялись.
13Ze dreven vele duivels uit, zalfden vele zieken met olie, en genazen ze.
13І бісів багато виганяли, й намащували оливою багато недужих, і сцїляли.
14Ook koning Herodes hoorde van Hem: want zijn naam werd beroemd. Men zeide: Johannes de Doper is van de doden opgestaan; daarom werken die krachten in Hem.
14І дочув ся цар Ірод (явне бо зробилось імя Його), і каже: Що Йоан Хреститель із мертвих устав, і того роблять ся чудеса від него.
15Anderen zeiden: Het is Elias. Anderen weer: Hij is een gewone profeet.
15Инші казали, що се Ілия; инші ж казали, що се пророк або один з пророків.
16Maar toen Herodes het hoorde, zeide hij: Het is Johannes, dien ik onthoofd heb; hij is verrezen.
16Почувши ж Ірод, сказав: Що се Йоан, котрого я стяв, він устав з мертвих.
17Herodes namelijk had Johannes laten grijpen, in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen, naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar had gehuwd.
17Сей бо Ірод, піславши, взяв Йоана, та й звязав його в темницї за Іродияду, жінку Филипа, брата свого; бо оженивсь із нею.
18Want Johannes had tot Herodes gezegd: Ge moogt de vrouw van uw broer niet hebben.
18Сказав бо Йоан Іродові: Що не годить ся тобі мати жінку брата твого.
19Heródias was hem dus vijandig gezind, en wilde hem doden; maar het lukte haar niet.
19Іродияда ж лютувала на него, й хотїла його вбити, та не могла.
20Want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem. Telkens wanneer hij hem hoorde, raakte hij in grote verlegenheid; toch luisterde hij gaarne naar hem.
20Ірод бо боявсь Йоана, знавши його, яко чоловіка праведного й сьвятого, то й беріг його й, слухаючи його, багато робив, і залюбки його слухав.
21Maar er kwam een gunstige dag, toen Herodes op zijn verjaringsfeest een maaltijd gaf aan zijn groten en legeroversten en de aanzienlijken van Galilea.
21Як же настав день нагідний, коли Ірод на свої родини бенкет справив дукам своїм, та гетьманам, та значним Галилейським,
22Nu kwam de dochter van die Heródias binnen, en danste; en ze behaagde aan Herodes en aan de gasten. Toen sprak de koning tot het meisje: Vraag van mij wat ge wilt, en ik zal het u geven.
22і як увійшла дочка тієї Іродияди, танцювала, й догодила Іродові, й тим, що сидїли з ним, озвав ся цар до дївицї: Проси в мене, чого бажаєш, а дам тобі.
23En hij zwoer haar: Wat ge ook vraagt, ik zal het u geven, al was het ook de helft van mijn rijk.
23І поклявсь їй: Що, чого б у мене нї попросила, дам тобі, хоч би й половину царства мого.
24Ze ging heen. en zei tot haar moeder: Wat zal ik vragen? Deze sprak: Het hoofd van Johannes den Doper.
24Вона ж, вийшовши, каже матері своїй: Чого просити? Та ж каже: Голови Йоана Хрестителя.
25Aanstonds spoedde ze zich naar den koning, en eiste: Ik verlang, dat ge me op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes den Doper geeft.
25І, ввійшовши зараз швидко до царя, просила, кажучи: Хочу, щоб менї дав зараз на блюдї голову Йоана Хрестителя.
26Wel had de koning er spijt van, maar om de eed en om de gasten wilde hij haar niet teleurstellen.
26І зажурившись вельми цар, та задля клятьби й задля тих, що з ним сидїли, не хотїв їй відмовити.
27Onmiddellijk stuurde hij een der trawanten. en gaf bevel, het hoofd van Johannes te brengen. Deze ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis.
27І зараз піславши цар ката, звелїв принести голову його; він же пійшовши, стяв його в темницї.
28Hij bracht het hoofd op een schotel, en gaf het aan het meisje; en het meisje gaf het aan haar moeder.
28І принїс голову його на блюдї, і дав її дївицї, а дївиця дала її матері своїй.
29Toen zijn leerlingen dit hadden gehoord, kwamen ze zijn lichaam halen, en legden het in een graf.
29І, довідавшись ученики його, пійшли і взяли тїло його, та й положили його в гробі.
30Toen de apostelen te zamen bij Jesus waren teruggekeerd, verhaalden ze Hem al wat ze hadden gedaan en geleerd.
30І посходились апостоли до Ісуса, й сповістили Його про все, й що робили, й чого навчали.
31En Hij zeide tot hen: Komt nu met Mij mee naar een eenzame plaats, en rust wat uit. Want velen liepen in en uit, zodat ze zelfs geen tijd hadden om te eten.
31І рече до них: Ійдїть ви самі окроме в пусте місце, та відпочиньте трохи; було бо багато, що приходили й відходили, й навіть нїколи було їм їсти.
32Geheel alleen vertrokken ze dus in de boot naar een eenzame plaats.
32І поплили в пусте місце човном, окроме.
33Maar velen zagen hen vertrekken, en begrepen waarheen; uit alle steden liep men gezamenlijk te voet daar naar toe, en men was er nog eerder dan zij.
33І бачив їх народ, як відчалювали, й пізнали Його многі, і збігались туди пішки з усїх городів, та й випередили їх, і посходились до Него.
34Toen Jesus uitsteeg, zag Hij dus een talrijke schare. Hij had medelijden met hen, daar ze als schapen zonder herder waren; en Hij begon ze velerlei dingen te leren.
34І вийшовши Ісус, побачив багато народу, й жалкував над ними, що були як вівцї, не маючі пастиря; і почав навчати їх багато.
35Toen het reeds laat was geworden, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is reeds laat geworden;
35І як уже багато часу минуло, приступивши до Него ученики Його, кажуть: Що се пусте місце, і вже час пізний, —
36stuur ze weg, dan kunnen ze naar de omliggende dorpen en gehuchten gaan, om zich levensmiddelen te kopen.
36відпусти їх, щоб, пійшовши по околичнїх хуторах та селах, купили собі хлїба: не мають бо що їсти.
37Maar Hij gaf hun ten antwoord: Geeft gij hun te eten! Ze zeiden Hem: Zullen we dan voor tweehonderd tienlingen brood gaan kopen, en hun te eten geven?
37Він же, озвавшись, рече до них: Дайте ви їм їсти. І кажуть Йому: Хиба, пійшовши, купимо за двістї денариїв хлїба, й дамо їм їсти?
38Maar Hij sprak tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat eens zien. En na gedaan onderzoek zeiden ze: Vijf, en twee vissen.
38Він же рече до них: Скільки хлїбів маєте? йдїть та подивіть ся. І, взнавши, кажуть: Пять, та дві риби.
39Nu gebood Hij hun, ze allen in groepen neer te zetten op het groene gras.
39І звелїв їм садовити всїх купа коло купи на зеленій траві,
40Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig.
40і посїдали вони ряд коло ряду по сотням і по півсотням.
41Toen nam Hij de vijf broden en de twee vissen, zag op ten hemel, en sprak er de zegen over uit: Hij brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen, om ze hun aan te bieden: ook de twee vissen verdeelde Hij onder hen.
41І, взявши пять хлїбів та дві риби, й поглянувши на небо, благословив, і ламав хлїби, та й давав ученикам своїм, щоб клали перед ними; й дві риби подїлив усїм.
42Allen aten en werden verzadigd.
42І їли всї, й наситились.
43En ze verzamelden de brokken; twaalf korven vol, behalve nog het overschot van de vissen.
43І набрали окрушин дванайцять повних кошів, та й із риб.
44Het waren vijf duizend mannen, die van de broden hadden gegeten.
44А тих, що їли хлїби, було з пять тисяч чоловіка.
45Onmiddellijk daarna dwong Hij zijn leerlingen om scheep te gaan, en vóór Hem uit naar Betsáida over te steken; intussen zond Hij de schare heen.
45І зараз примусив учеників своїх увійти в човен, та плисти на той бік попереду ʼд Витсаїдї, поки сам одпустить народ.
46En nadat Hij ze had weggezonden, ging Hij het gebergte in, om er te bidden.
46І, відпустивши їх, пійшов на гору молитись.
47Toen het nacht begon te worden, was de boot midden op het meer, en Hij was alleen op het land.
47І як настав вечір, був човен серед моря, а він один на землї.
48Hij zag ze tobben, om vooruit te komen; want de wind was tegen. En tegen de vierde nachtwaak kwam Hij naar hen toe, wandelend op het meer; en Hij wilde ze voorbijgaan.
48І бачив, як вони силкувались, веслуючи; був бо вітер противний їм; і коло четвертої сторожи ночі приходить до них, ідучи по морю, і хотїв минути їх.
49Toen ze Hem op het meer zagen wandelen, meenden ze, dat het een spook was, en ze gilden het uit;
49Вони ж, бачивши Його, що ходить по морю, думали, що се мара, та й закричали:
50want allen zagen Hem, en waren ontsteld. Aanstonds sprak Hij hen toe, en zeide hun: Weest gerust, Ik ben het; vreest niet!
50всї бо Його бачили, й потрівожились. І зараз заговорив до них, і рече їм: Бодріть ся; се я; не лякайтесь.
51Hij stapte bij hen in de boot, en de wind bedaarde. Nu raakten ze heel en al van streek;
51І ввійшов до них у човен; і втих вітер, і вельми, над міру здумілись у собі, і дивувались.
52want ze waren door de broden niet tot inzicht gekomen, maar hun hart was blind gebleven.
52Не зрозуміли бо про хлїби: було бо серце їх заслїплене.
53Toen ze de overkant hadden bereikt, kwamen ze in het land Gennézaret; daar legden ze aan.
53І, перепливши, прибули в землю Генисарецьку, й причалили.
54Nauwelijks waren ze uit de boot gegaan, of men had Hem herkend.
54І як вийшли вони з човна, зараз, пізнавши Його,
55En men liep die hele landstreek af; en als men hoorde, dat Hij ergens was, begon men de zieken op hun bedden daarheen te dragen.
55кинулись по всїй тій околицї, та й почали приносити на ношах тих, що нездужали, як почули, що Він там єсть.
56Waar Hij ook kwam, in dorpen, steden of gehuchten, daar legden ze de zieken neer op de pleinen, en baden Hem, dat ze enkel de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden genezen.
56І куди нї приходив Він, у села, чи городи, чи хутори, на майданах клали недужих, і благали Його, щоб їм хоч до краю одежі Його приторкнутись, і хто тільки доторкнувсь Його, спасав ся.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.