Marcus 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1In die dagen, toen er weer een grote schare bijeen was, en deze niet te eten had, riep Hij zijn leerlingen, en zeide tot hen:
1Тими днями, як було пребагато народу й не мали що їсти, покликавши Ісус учеників своїх, рече їм:
2Ik heb medelijden met de schare; want reeds drie dagen zijn ze bij Mij, en ze hebben niets te eten.
2Жаль менї народу, що вже три днї пробувають зо мною, і не мають що їсти;
3Zo Ik ze hongerig naar huis laat gaan. zullen ze onderweg bezwijken; want sommigen van hen zijn van verre gekomen.
3А коли відпущу їх голодних до домівок їх, помлїють в дорозї; деякі бо з них здалека поприходили.
4Zijn leerlingen antwoordden Hem: Hoe zou men ze hier, in een woestijn, genoeg brood kunnen geven?
4І відказали Йому ученики Його: Звідкіля ж сих зможе хто тут нагодувати хлїбом у пустинї?
5Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? Ze zeiden: Zeven.
5І питав їх: Скільки маєте хлїбів? Вони ж кажуть: Сїм.
6Toen beval Hij de schare, zich neer te zetten op de grond. Hij nam de zeven broden, sprak een dankzegging uit, brak ze, en gaf ze aan zijn leerlingen, om ze hun aan te bieden. En ze reikten ze uit aan het volk.
6І звелїв Він народові сїдати на землї; і взявши сїм хлїбів, оддавши хвалу, ламав і давав ученикам своїм, щоб клали перед ними; і клали перед народом.
7Ook hadden ze enkele visjes; Hij sprak er de zegen over uit, en beval ook deze aan te bieden.
7І мали рибок кілька; й поблагословивши, казав покласти й те.
8Ze aten, en werden verzadigd; en ze zamelden de overgeschoten brokken bijeen: zeven korven vol.
8Їли ж і наситились, і назбирали останків ламаного сїм кошів.
9Er waren daar ongeveer vier duizend mannen. Toen liet Hij ze gaan.
9Було ж тих, що їли, з чотири тисячі; і відпустив їх.
10Onmiddellijk daarna ging Hij met zijn leerlingen in de boot, en begaf Hij zich naar de streek van Dalmanoeta.
10І, зараз увійшовши в човен з учениками своїми, прибув у сторони Далманутанські.
11Nu kwamen de farizeën, en begonnen met Hem te twisten: ze eisten van Hem een teken uit de hemel, om Hem op de proef te stellen.
11І вийшли Фарисеї, та й почали перепитуватись із Ним, допевняючись у Него ознаки з неба, спокушуючи Його.
12Hij zeide met een diepe zucht: Wat, eist dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: aan dit geslacht zal geen teken worden gegeven.
12І зітхнувши Він духом своїм, рече: Чого кодло се ознаки шукає? Істино глаголю вам: Не дасть ся кодлу сьому ознака.
13Hij verliet ze, ging weer de boot in, en voer naar de overzijde terug.
13І, оставивши їх, увійшов знов у човен, і поплив на той бік.
14Maar ze hadden vergeten brood mee te nemen, zodat ze niet meer dan één brood bij zich aan boord hadden.
14І забули взяти хлїба, й опріч одного хлїба не мали з собою в човнї.
15Toen vermaande Hij hen, en zeide: Let op, en wacht u voor het zuurdeeg der farizeën en voor het zuurdeeg van Herodes!
15І наказував їм, глаголючи: Гледїть, остерегайтесь квасу Фарисейського й квасу Іродового.
16Ze redeneerden onder elkander, dat het was, omdat ze geen brood bij zich hadden.
16І міркували вони між собою, кажучи: Се, що хлїба не маємо.
17Jesus merkte het, en sprak tot hen: Wat bespreekt gij toch met elkander; dat gij geen brood hebt? Hebt gij nu nog geen verstand of begrip? Is uw hart soms verstokt?
17І зрозумівши Ісус, рече їм: Чого міркуєте, що хлїба не маєте? Невже ж ви ще не постерегаєте й не розумієте? Чи ще затвердїле маєте серце ваше?
18Gij hebt ogen, en toch ziet gij niet; oren, en toch hoort gij niet? Weet gij dan niet meer,
18Очі мавши, не бачите? й, уші мавши, не чуєте, й вже не памятаєте?
19hoeveel korven vol brokken gij hebt verzameld, toen Ik de vijf broden brak voor vijf duizend man? Ze zeiden Hem: Twaalf.
19Як пять хлїбів ламав я на пять тисяч, скільки кошиків повних ламаного назбирали ви? Кажуть Йому: Дванайцять.
20En bij de zeven broden voor de vier duizend man, hoeveel manden met brokken hebt gij toen wel verzameld? Ze zeiden Hem: Zeven.
20Як же сїм на чотирі тисячі, скільки кошів повних ламаного назбирали ви? Вони кажуть: Сїм.
21En Hij sprak tot hen: En nòg begrijpt gij het niet?
21І рече їм: Як же ви не розумієте?
22Zo kwamen ze te Betsáida aan. Daar bracht en een blinde naar Hem toe, en verzocht Hem, dien aan te raken.
22І приходить у Витсаїду; й приводять Йому слїпого, й просять Його, щоб до него приторкнув ся.
23Hij vatte den blinde bij de hand, en leidde hem buiten het dorp; Hij deed speeksel op zijn ogen, legde Hem de handen op, en vroeg hem: Ziet ge iets?
23І взявши за руку слїпого, вивів його осторонь села; й, плюнувши на очі його, положив руки на него, й спитав його, чи що бачить.
24Hij begon te kijken, en sprak: Ik zie mensen: als bomen zie ik ze gaan.
24І, позирнувши вгору, каже: Бачу людей, що мов дерева ходять.
25Toen legde Hij opnieuw de handen op zijn ogen; en nu zag hij scherper. Hij was genezen, zodat hij alles duidelijk zag.
25Опісля знов положив руки на очі його, й заставив його позирнути вгору; і сцїлив ся він, і бачив ясно все.
26Hij zond hem naar huis, en zeide: Ga het dorp zelfs niet in.
26І відослав його до домівки його, глаголючи: Анї в село не входь, анї розказуй нїкому в селї.
27Daarna ging Jesus met zijn leerlingen naar de dorpen van Cesarea Filippi. Onderweg ondervroeg Hij zijn leerlingen, en zeide tot hen: Wien zeggen de mensen, dat Ik ben?
27І вийшов Ісус і ученики Його у села Кесариї Филипової, і дорогою питав учеників своїх, глаголючи їм: Хто я, — кажуть люде?
28Ze zeiden Hem: Johannes de Doper; anderen: Elias; anderen weer: één der profeten.
28Вони ж одказали: Йоан Хреститель; а инші: Ілия; инші ж: Один з пророків.
29Nu vroeg Hij hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde Hem: Gij zijt de Christus.
29А він рече їм: Ви ж, хто я, скажете? Озвав ся ж Петр і каже Йому: Ти єси Христос.
30En Hij gebood hun ten strengste, hierover met niemand te spreken.
30І наказав їм, щоб нїкому не казали про Него.
31Toen begon Hij ze te onderrichten, dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden, en verworpen moest worden door de oudsten, opperpriesters en schriftgeleerden; dat Hij moest worden gedood, en na drie dagen zou verrijzen.
31І почав навчати їх, що мусить Син чоловічий багато терпіти, й відцурають ся Його старші, та архиєреї, та письменники, і вбють, і в третїй день воскресне Він.
32Onbewimpeld sprak Hij er over. Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken.
32І явно слово глаголав. І взявши Його Петр, почав докоряти Йому.
33Maar Hij keerde zich om, zag zijn leerlingen aan, bestrafte Petrus, en sprak: Ga weg van Mij, satan! Want ge zijt niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen.
33Він же, обернувшись і поглянувши на учеників своїх, докорив Петру, глаголючи: Іди геть, сатано: бо мислиш не про Боже, а про чоловіче.
34Nu riep Hij de schare met zijn leerlingen bijeen, en sprak tot hen: Zo iemand mijn volgeling wil zijn, dan moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen, en Mij volgen.
34І, прикликавши народ укупі з учениками своїми, рече їм: Хто хоче йти за мною, нехай одречеть ся себе, й візьме хрест свій, та й іде слїдом за мною.
35Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mij en om het Evangelie, zal het redden.
35Хто бо хоче душу свою спасти, погубить її; хто ж погубить душу свою задля мене та євангелиї, той спасе її.
36Wat baat het den mens, zo hij de hele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel?
36Що бо за користь чоловікові, коли здобуде сьвіт увесь, а занапастить душу свою?
37Of wat zal een mens in ruil geven voor zijn ziel?
37Або що дасть чоловік у замін душі своєї?
38Want wie zich schaamt over Mij en mijn woorden bij dit overspelig en zondig geslacht, over hem zal zich ook de Mensenzoon schamen, als Hij in de heerlijkheid van zijn Vader komt, te zamen met de heilige engelen.
38Хто бо соромити меть ся мене й моїх словес між кодлом сим перелюбним і грішним, і Син чоловічий соромити меть ся його, як прийде в славі Отця свого з ангелами сьвятими.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.