Handelingen 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Paulus vestigde zijn blikken op de Raad, en sprak: Mannen broeders, met een volkomen zuiver geweten heb ik voor God gewandeld tot op de dag van vandaag.
1Поглянувши ж Павел пильно на раду рече: Мужі брати, я жив у всїй добрій совістї перед Богом до сього дня.
2Maar de hogepriester Ananias gebood aan de omstanders, hem op de mond te slaan.
2Архиєрей же Ананїя звелїв тим, що стояли перед ним, бити його в лице.
3Toen zei Paulus tot hem: God zal u slaan witgepleisterde muur. Ge zit hier, om mij te richten volgens de Wet, en tegen de Wet in geeft ge bevel, mij te slaan.
3Тодї рече Павел до него: Бити ме тебе Бог, стїно побіляна; і ти сидиш, щоб судити мене по закону, а проти закону велиш мене бити?
4Maar de omstanders zeiden: Den hogepriester scheldt ge uit?
4Ті ж, що стояли, сказали: Ти архиєрея Божого злорічиш?
5Paulus zeide: Ik wist niet broeders, dat hij de hogepriester was; want er staat geschreven “Een overste van uw volk zult gij niet verwensen”.
5Рече ж Павел: Не знав я, брати, що се архиєрей: писано бо: Не казати меш лихого на князя народу твого.
6Daar Paulus wist, dat de Hoge Raad voor een deel uit sadduceën en voor een ander deel uit farizeën bestond, riep hij uit: Mannen broeders, ik ben een farizeër en een zoon van farizeën; om de hoop op de verrijzenis der doden sta ik terecht.
6Постерігши ж Павел, що одна часть (людей) Садукейська, а друга Фарисейська, покликнув у радї: Мужі брати! я Фарисей, син Фарисеїв; за надїю воскресення мертвих мене судять.
7Toen hij dit had gezegd, ontstond er twist tussen farizeën en sadduceën, en de vergadering raakte verdeeld.
7Як ж се промовив, постала незгода між Фарисеями та Садукеями; і роздїлилась громада.
8Want de sadduceën zeggen, dat er geen verrijzenis bestaat ook geen engelen of geesten; maar de farizeën nemen die beide punten aan.
8Садукеї бо кажуть, що нема воскресення, нї ангела, нї духа, а Фарисеї визнають обох.
9Er ontstond een geweldig rumoer. En sommige schriftgeleerden van de partij der farizeën stonden op, en riepen op heftige toon: We vinden niets kwaad in die man; misschien heeft er wel een geest of een engel tot hem gesproken.
9Постав же крик великий; і, вставши письменники части Фарисейської, змагались, говорячи: Нїчого лихого не знаходимо в чоловікові сему; коли ж дух промовив до него або ангел, то не воюймо з Богом.
10Toen nu de twist nog heftiger werd, en de hoofd. man begon te vrezen, dat Paulus door hen zou worden verscheurd, gebood hij aan de soldaten, naar beneden te komen, hem uit hun midden weg te halen, en naar de burcht te geleiden.
10І, як постала буча велика, тисячник, опасуючись, щоб вони не розірвали Павла, звелїв воїнам зійти, та, вхопивши його з посеред них, привести в замок.
11De nacht daarop verscheen hem de Heer, en sprak: Houd goede moed. Want zoals gij te Jerusalem van Mij hebt getuigd, zo moet gij het ook te Rome doen.
11Другої ж ночи став перед ним Господь і рече: Бодрись, Павле; як бо ти сьвідкував про мене в Єрусалимі, так ти маєш і в Римі сьвідкувати.
12Toen het dag was geworden, vormden enige Joden een complot, en bezwoeren onder ede, te eten noch te drinken, eer ze Paulus hadden gedood.
12Як же настав день, зложивши змову деякі з Жидів, заклялись, говорячи, що нї їсти муть, нї пити муть, доки не вбють Павла.
13Het waren er meer dan veertig, die deze samenzwering hadden gesmeed.
13Було ж більш сорока, що сю клятьбу зробили.
14Ze gingen nu tot de opperpriesters en oudsten, en zeiden: We hebben onder ede gezworen, niets te gebruiken, eer we Paulus hebben gedood.
14Приступивши вони до архиєреїв та старших, казали: клятьбою поклялись ми нїчого не їсти, доки не вбємо Павла.
15Richt dus tezamen met de Hoge Raad het verzoek tot den hoofdman, dat hij hem opnieuw voor u laat brengen, onder voorwendsel, dat gij zijn zaak nauwkeurig wilt onderzoeken. Wij staan klaar, hem te doden, eer hij bij u is.
15Тепер же ви дайте знати тисячникові й радї, щоб завтра вивів його до вас, нїби хочете розвідатись пильнїще про справу його; ми ж, поки ще він наближить ся, готові будемо вбити його.
16Maar de zoon van Paulus’ zuster had van de aanslag gehoord; hij kwam de burcht binnengelopen, en deelde het aan Paulus mee.
16Прочувши ж син сестри Павлової про їх задум на него, прийшовши і ввійшовши в замок, сказав Павлові.
17Paulus riep een der honderdmannen, en zei: Breng dien jongeman naar den hoofdman; want hij heeft hem iets mede te delen.
17Покликавши ж Павел одного з сотників, рече: Одведи хлопця сього до тисячника; має бо щось сказати йому.
18Deze nam hem mee, bracht hem bij den hoofdman, en sprak: De gevangene Paulus heeft me laten roepen, en me verzocht, dien jongeman bij u te brengen, omdat hij u iets te zeggen heeft.
18Він же, взявши його, повів до тисячника, й каже: Вязник Павел, покликавши мене, просив привести до тебе сього хлопця; має бо щось сказати тобі.
19De hoofdman vatte hem bij de hand, nam hem terzijde, en vroeg hem: Wat hebt ge mij te vertellen?
19Узявши ж його за руку тисячник, і відійшовши на самоту, питав його: Про що ти маєш звістити менї?
20Hij zeide: De Joden hebben afgesproken, u te verzoeken, om Paulus morgen voor de Hoge Raad te brengen, onder voorwendsel, dat ze zijn zaak nauwkeuriger willen onderzoeken.
20Він же каже, що Жиди змовились просити тебе, щоб завтра привів Павла до них у раду, наче б хотїли лучче розпитатись про него.
21Geloof ze niet. Want meer dan veertig mannen hebben tegen hem een aanslag beraamd, en hebben onder ede gezworen, niet te eten of te drinken, eer ze hem hebben gedood; nu staan ze gereed, en wachten uw beslissing af.
21Ти ж не слухай їх: засїдаєть ся бо їх на него більш сорока чоловік, що закляли ся не їсти й не пити, доки не вбють його; і тепер готові вони, дожидаючи від тебе обіцянки.
22De hoofdman liet den jongeman heengaan, maar legde hem op, aan niemand te zeggen, dat hij hem dit had verteld.
22Тисячник же відпустив хлопця, звелївши нїкому не казати, що се виявив єси передо мною.
23Toen riep hij twee honderdmannen, en zeide tot hen: Houdt tweehonderd soldaten, zeventig ruiters en tweehonderd lansdragers gereed, om tegen het derde uur van de nacht naar Cesarea te vertrekken.
23І, покликавши двох із сотників, каже: Наготовте дві сотнї воїнів, щоб ішли в Кесарию, та сїмдесять комонників, та дві сотнї стрельцїв на третю годину ночи;
24Laat ze ook voor lastdieren zorgen, om daarop Paulus veilig naar den landvoogd Felix te brengen.
24і скотину наготовити, щоб, посадивши Павла, одвели цїлого до старости Феликса.
25Want de overste was bang dat de Joden hem zouden oplichten en doden, en dat hij dan zelf beschuldigd zou worden, met geld te zijn omgekocht.)
25Написав же й лист такого змісту:
26Hij schreef een brief van de volgende inhoud: Claudius Lúsias aan den edelen landvoogd Felix, heil!
26Клавдий Лизия вельможному старостї Феликсові: радуй ся.
27Toen deze man door de Joden gegrepen en bijna vermoord was, ben ik met het krijgsvolk tussenbeide gekomen en heb hem ontzet, omdat ik gehoord had, dat hij Romein was
27Чоловіка сего Жиди схопили і мали вбити; я ж, пристигши з військом, одняв його, довідавшись, що він Римлянин.
28Daar ik wilde weten, waarvan ze hem beschuldigden, heb ik hem voor de Hoge Raad gebracht.
28Хотївши ж довідатись про причину, за що обвинували його, увів його в раду їх,
29Daar bevond ik, dat hij beschuldigd werd om twistvragen hunner Wet, maar dat hem niets werd ten laste gelegd, waarop doodstraf of gevangenis staat.
29і знайшов, що обвинували його про питання закону їх, та нїякої вини, достойної смерти або кайданів, нема в йому.
30Daar men mij echter berichtte, dat er een aanslag tegen hem werd beraamd, heb ik hem aanstonds naar u gezonden, en tegelijk zijn beschuldigers doen weten, dat ze hun aanklacht tegen hem bij u moeten indienen. Vaarwel.
30Як же сказано менї про зраду, що мала бути од Жидів на чоловіка сього, зараз післав я його до тебе, звелївши і винувателям його говорити перед тобою, що мають на него. Бувай здоров.
31Volgens ontvangen bevel voerden de soldaten ‘s nachts Paulus weg, en brachten hem naar Antipatris.
31Воїни ж, як звелено їм, узявши Павла, повели в ночі в Антипатриду.
32De volgende dag lieten ze de ruiters met hem verder trekken, en keerden zelf terug naar de burcht.
32А назавтра, зоставивши комонників ійти з ним, вернулись у замок.
33Na aankomst te Cesarea overhandigde men de brief aan den landvoogd, en stelde ook Paulus te zijner beschikking.
33Вони ж, ввійшовши в Кесарию і оддавши лист старостї, поставили перед ним і Павла.
34Hij las de brief, en vroeg, uit welke provincie hij was. Toen hij vernam, dat hij van Cilicië was,
34Прочитавши ж староста і спитавши, з якої він країни, та довідавшись, що з Киликиї,
35zeide hij hem: Ik zal u in verhoor nemen, zodra ook uw beschuldigers zijn aangekomen. En hij gaf bevel, hem in het rechthuis van Herodes gevangen te houden.
35слухати му тебе, каже, як прийдуть винувателї твої. І звелїв стерегти його в преториї Іродовій.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.