Handelingen
Chapter 18
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Hierna vertrok Hij uit Athene, en ging naar Korinte.
1Після сього, покинувши Павел Атини, прийшов у Коринт,
2Hij trof er een zekeren Aquila aan, een jood afkomstig uit Pontus, die kort te voren met Priskilla zijn vrouw, uit Italië was gekomen, omdat Cláudius bevolen had, dat alle Joden Rome zouden verlaten. Hij ging naar hen toe;
2І, знайшовши одного Жидовина, на ймя Авкилу, родом Понтянина, тільки що прибувшого з Італиї, і Прискилу, жінку його (бо Клавдий повелїв, щоб усї Жиди вийшли з Риму), прийшов до них.
3en omdat hij hetzelfde vak uitoefende, bleef hij bij hen, en werkten ze samen; ze waren tentenmakers van beroep.
3А, бувши одного з ними ремесла, пробував у них і робив; були бо наметники по ремеслу.
4Maar iedere sabbat disputeerde hij in de synagoge, en trachtte hij Joden en heidenen te overtuigen.
4І розмовляв що-суботи в школї, і пересьвідчував Жидів і Єленян.
5Toen echter Silas en Timóteus uit Macedónië waren gekomen wijdde Paulus zich weer geheel aan de prediking, en betuigde aan de Joden, dat Jesus de Christus is.
5Як же прийшов з Македониї Сила та Тимотей, був Павел спонукуваний духом, сьвідкуючи Жидам про Христа Ісуса.
6Maar daar ze zich bleven verzetten en begonnen te schelden, schudde hij het stof van zijn kleren, en zeide tot hen: Uw bloed kome neer op uw eigen hoofd; ik ben er onschuldig aan. Van nu af zal ik tot de heidenen gaan.
6Як же противились вони і хулили, струснувши він одежу, рече до них: кров ваша на голови ваші; я чистий; від нинї між погане йду.
7Hij ging heen, en begaf zich naar het huis van zekeren Titus Justus, een godvrezende, die naast de synagoge woonde.
7І, пійшовши звідтіля, прийшов у господу одного, на ймя Юста, що поклоняв ся Богу, котрого господа була обіч школи.
8Crispus echter, de overste van de synagoge, geloofde met heel zijn gezin in den Heer; ook talrijke Korintiërs gaven gehoor, geloofden, en werden gedoopt.
8Крисп же, шкільний старшина, увірував у Господа з усїм домом своїм, і многі з Коринтян, почувши, увірували, та й охрестились.
9Eens in de nacht sprak de Heer tot Paulus in een visioen: Wees niet bevreesd, maar spreek, en zwijg niet.
9Рече ж Господь у нічному видїнню Павлу: Не бійся, тільки говори й не мовчи:
10Want Ik ben met u, en niemand zal de hand aan u slaan, om u kwaad te doen; en er is in deze stad een talrijke schare, die Mij toebehoort.
10бо я з тобою, і нїхто не одважить ся тобі нїчого лихого заподїяти; бо в мене багато людей у сьому городї.
11Zo bleef hij daar een jaar en zes maanden, en onderwees onder hen het woord Gods.
11І пробував там рік і шість місяцїв, навчаючи між ними слова Божого.
12Maar toen Gállio proconsul van Achaja was geworden, deden de Joden eenparig een aanval op Paulus, en daagden hem voor de rechterstoel
12Як же старостував Галион в Ахаї, напали однодушно Жиди на Павла, та й повели його перед суд,
13met de aanklacht: Deze man haalt de mensen over, God te dienen op een manier, die strijdig is met de Wet.
13говорячи, що він намовляє людей проти закону шанувати Бога.
14Toen Paulus nu de mond wilde openen, sprak Gállio tot de Joden: Ging het over enig onrecht of misdrijf, dan Joden, zou ik volgens recht u geduldig aanhoren.
14Як же хотїв Павел одкрити уста, каже Галион до Жидів: Жидове, коли б (тут була) кривда яка, або лихе дїло, вислухав би я вас (до слова).
15Maar zijn het geschillen over een woord, over namen, of over uw Wet, regelt dat zelf; over zulke dingen wil ik geen rechter zijn.
15Коли ж (тут) питаннє про слово, та імена, та про закон ваш, то гледїть самі; суддею бо сього не хочу бути.
16En hij joeg ze van de rechterstoel weg.
16Та й повиганяв їх із судища.
17Maar nu wierpen allen zich op Sóstenes, den overste der synagoge, en nog voor de rechterstoel gaven ze hem een pak slaag, zonder dat Gállio tussenbeide kwam.
17Тодї всї Єленяне, взявши Состена, шкільного старшину, били його перед судищем; та Галионові було про те байдуже.
18Na een langdurig verblijf nam Paulus afscheid van de broeders, en zette koers naar Syrië in gezelschap van Priskilla en Aquila; maar eerst had hij in Kénchreën zijn hoofd laten scheren, want hij had een gelofte
18Павел же, пробувши там ще доволї днїв, попрощавшись із братами, поплив у Сирию (а з ним Прискила й Авкила), остригши голову в Кинхреях; бо зробив був обітницю.
19Ze kwamen te Éfese aan, en daar liet hij hen achter. Hij zelf begaf zich naar de synagoge, en disputeerde met de Joden.
19Прибувши ж у Єфес, зоставив тих там, сам же, ввійшовши в школу, розмовляв з Жидами.
20Op hun verzoek, om langer te blijven, ging hij niet in.
20Як же просили його, щоб довший час побув у них, не зволив,
21Hij nam afscheid en sprak: Als God het wil, kom ik weer bij u terug. En hij vertrok uit Éfese.
21а попрощав ся з ними, говорячи: Притьмом мушу сьвято, що надходить, сьвяткувати в Єрусалимі; та вернусь знов до вас, коли буде воля Божа. І поплив з Єфесу.
22Hij landde te Cesarea, trok verder het land in begroette de gemeente, en keerde toen naar Antiochië terug.
22А прибувши в Кесарию, вступив (до Єрусалиму), і привитавши церкву, пійшов ув Антиохию.
23Nadat hij daar enige tijd had doorgebracht, vertrok hij weer, reisde achtereenvolgens de streek van Galátië en Frúgië door, en bevestigde er al de leerlingen.
23І, пробувши тут час якийсь, вийшов, проходячи рядом Галацьку сторону та Фригию, і утверджуючи всїх учеників.
24Intussen was er te Éfese een jood aangekomen, Apollo genaamd; hij was Alexandrijner van geboorte, een welsprekend man, en ervaren in de Schriften.
24Один же Жидовин, на ймя Аполос, родом Александриєць, чоловік вимовний і сильний у писаннях, прийшов у Єфес.
25Hij was in de weg des Heren onderwezen, sprak met veel vuur, en leerde nauwkeurig alwat Jesus betrof; toch kende hij alleen de doop van Johannes
25Сей був наставлений на путь Господень, і палаючи духом, промовляв і навчав пильно про Господа, знаючи тільки про хрещеннє Йоанове.
26En met grote vrijmoedigheid trad hij in de synagoge op. Toen Priskilla en Aquila hem hadden gehoord, namen ze hem met zich mee, en zetten hem de weg van God nauwkeuriger uiteen.
26І почав одважно говорити в школї. Слухаючи ж його Авкила та Прискила, прийняли його, і виложили йому доладнїщ путь Господень.
27En toen hij het verlangen te kennen gaf, naar Achaja te gaan, moedigden de broeders hem daartoe aan, en schreven aan de leerlingen, dat ze hem goed zouden ontvangen. Daar aangekomen, was hij door de genade een grote aanwinst voor de gelovigen;
27Як же захотїв він перейти в Ахаю, писали брати ученикам, напоминаючи прийняти його; а він прибувши, много помагав тим, що увірували благодаттю;
28want hij weerlegde in het openbaar de Joden met grote kracht, en bewees uit de Schriften, dat Jesus de Christus is.
28сильно бо обличав Жидів прилюдно, доводячи писаннями, що Ісус єсть Христос.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.