Handelingen 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Terwijl Apollo reeds te Korinte vertoefde, trok Paulus de hogerop gelegen streken door, en kwam te Éfese aan. Daar trof hij enige leerlingen aan,
1Стало ся ж, як був Аполос у Коринтї, пройшовши Павел верхні сторони, прибув у Єфес, і, знайшовши деяких учеників,
2tot wie hij zeide: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, toen gij gelovig werdt? Maar ze antwoordden hem: Neen: we hebben zelfs niet eens gehoord, dat er een Heilige Geest bestaat.
2рече до них: Чи прийняли ви Духа сьвятого, увірувавши? Вони ж сказали йому: Ба й не чували, чи є Дух сьвятий.
3Hij zeide: Met welk doopsel zijt gij dan gedoopt? Ze antwoordden: Met het doopsel van Johannes
3І рече до них: У що ж ви хрестились? Вони ж казали: В Йоанове хрещеннє.
4Nu sprak Paulus: Johannes heeft inderdaad met een doopsel van bekering gedoopt, maar hij sprak daarbij tot het volk, dat ze moesten geloven in Hem, die na hem zou komen; dat is in Jesus.
4Рече ж Павел: Йоан хрестив хрещеннєм покаяння, глаголючи людям, щоб у Грядущого за ним вірували, се єсть в Христа Ісуса.
5Toen ze dit hadden gehoord, lieten ze zich dopen in de naam van den Heer Jesus.
5Почувши ж се, хрестились в імя Господа Ісуса.
6Paulus legde hun de handen op, en de Heilige Geest kwam over hen neer; en ze spraken in talen en profeteerden
6І, як положив на них Павел руки, зійшов Дух сьвятий на них, і заговорили мовами, і пророкували.
7In het geheel waren het twaalf man ongeveer.
7Було ж усїх до дванайцяти чоловік.
8Drie maanden lang ging hij naar de synagoge, en trad er met vrijmoedigheid op; hij disputeerde er over het koninkrijk Gods, en bracht overtuigende bewijzen naar voren.
8Увійшовши ж у школу, промовляв одважно три місяцї, розмовляючи і доводячи про царство Боже.
9Maar toen sommigen zich verhardden en niet wilden geloven, en daarenboven voor de menigte de Weg begonnen te lasteren, scheidde hij zich van hen af, en verzamelde zijn leerlingen afzonderlijk in de school van Tyrannus, waar hij dagelijks onderricht gaf.
9Як же деякі закаменїли, й не слухали, злословлячи путь (Господень) перед народом, відступив од них і відлучив учеників, та й що-дня розмовляв в школї одного Тирана.
10Dit duurde zo twee jaren lang, zodat alle bewoners van Azië, Joden als heidenen, het woord des Heren vernamen.
10Се дїялось два роки, так що всї, що проживали в Азиї, слухали слово Господа Ісуса, — Жиди й Єленяне.
11En God deed buitengewone wonderen door de handen van Paulus;
11І не малі чудеса робив Бог руками Павловими,
12zodat zelfs als men de doeken en gordels, die zijn lichaam hadden aangeraakt, op de zieken legde, de kwalen hen verlieten, en de boze geesten op de vlucht gingen.
12так що на недужих вкладали з тїла його хустки або рушники, й покидали їх недуги, й злі духи виходили з них.
13Ook enige rondtrekkende joodse duivelbezweerders beproefden eens de naam van den Heer Jesus aan te roepen over hen, die door boze geesten waren bezeten. Ze zeiden: Ik bezweer u bij Jesus, dien Paulus preekt.
13Почали ж деякі з тиняючих ся Жидів-заклинателїв іменувати над маючими духів лукавих імя Господа Ісуса, говорячи: Заклинаємо вас Ісусом, котрого Павел проповідує.
14Het waren de zeven zonen van een joodsen opperpriester Skevas die dit deden.
14Було ж якихсь сїм синів Скеви Жидовина архиєрея, що се робили.
15Maar de boze geest antwoordde hun: Jesus ken ik, en Paulus ken ik ook; maar wie zijt gij?
15Та дух лукавий озвавшись, казав: Ісуса знаю, і Павла знаю; ви ж хто такі?
16En de man met den bozen geest sprong op hen los, overmeesterde en mishandelde hen, zodat ze naakt en gewond het huis uit vluchtten.
16І кинувсь на них чоловік, що в йому був дух лукавий, і, опанувавши їх, подужав їх так, що нагі й зранені повтїкали з того дому.
17Dit werd bekend aan alle Joden en heidenen, die in Éfese woonden; allen werden van vrees vervuld, en de naam van den Heer Jesus werd verheerlijkt.
17Стало ся ж се відоме всїм Жидам і Єленянам, що жили в Єфесї; і попав страх на всїх їх, і величано імя Господа Ісуса.
18Velen van hen, die geloofden, kwamen openlijk belijden, wat ze misdaan hadden.
18І многі з вірних приходили, і визнавали, і виявляли учинки свої.
19Anderen, die met toverkunsten hadden omgegaan, brachten de boeken, en verbrandden ze voor aller ogen; de waarde ervan werd op een bedrag van vijftig duizend zilverstukken geschat.
19Доволї ж багато з тих, що робили чари, позносивши книги свої, попалили перед усїма; і злїчено цїну їх, і налїчено пятьдесять тисяч срібняків.
20Zo groeide het Woord door ‘s Heren kracht, en werd het machtig.
20Так потужно росло слово Господнє і укріплялось.
21Toen deze zaak was geregeld, maakte Paulus het plan, om over Macedónië en Achaja naar Jerusalem te gaan; en hij voegde er aan toe: Als ik daar ben geweest, moet ik ook Rome bezoeken.
21Як же се сповнилось, постановив Павел у дусї, пройшовши через Македонию та Ахаю, ійти в Єрусалим, говорячи, що, побувши там, мушу й Рим побачити.
22Hij zond twee van zijn helpers, Timóteus en Erastus, naar Macedónië vooruit, terwijl hij zelf nog enige tijd in Azië bleef.
22Піславши ж у Македонию двох послугуючих йому, Тимотея та Єраста, сам пробув (який ся) час ув Азиї.
23Maar juist in deze tijd brak er een geweldige op. schudding los aangaande de Weg
23Стала ся ж часу того немала трівога про Господень путь.
24Er was namelijk een zekere zilversmid, Demétrius genaamd, die zilveren tempeltjes van Diana vervaardigde, en de kunstenaars daarmee veel geld liet verdienen.
24Один бо, на ймя Димитрий, золотар, що робив срібні храми Артемиди, давав ремесникам немалий заробіток.
25Deze mannen en ook de werklieden in dat bedrijf riep hij bijeen, en zeide: Mannen! Gij weet, dat we aan dit bedrijf onze welstand hebben te danken.
25Зібравши їх і инших сього дїла робітників, каже: Люде, ви знаєте, що з сього заробітку прожиток наш;
26Nu ziet gij en hoort gij, hoe deze Paulus niet slechts te Éfese, maar in bijna gans Azië heel wat mensen door zijn redeneren er afkerig van maakt. Want hij beweert: Wat met de hand wordt gemaakt, zijn geen goden.
26та бачите й чуєте, що не то в Єфесї, а мало не по всїй Азиї сей Павел, пересьвідчивши, одвернув багато народу, говорячи, що нема богів рукотворних.
27We lopen dus gevaar, dat niet alleen ons bedrijf in miscrediet komt, maar dat ook de tempel van Diana, de grote godin, in minachting geraakt; ja, dat zij zelf, die door heel Azië en heel de wereld vereerd wordt, van haar majesteit zal worden beroofd.
27І не тільки се ремеслу нашому грозить, прийти в упадок, та щоб і храм великої богинї Артемиди не обернувсь у нїщо, і не пропало величчє тієї, котрій вся Азия і вселенна покланяєть ся.
28Toen ze dit hoorden, werden ze woedend, en schreeuwden het uit: Groot is de Diana der Efesiërs.
28Вислухавши се і сповнившись гнївом, закричали, говорячи: Велика Артемида Єфеська!
29En de hele stad kwam in rep en roer. Als één man stormde alles naar het theater en men sleepte ook de Macedoniërs Cajus en Aristarchus, de reisgenoten van Paulus, daar heen.
29І ввесь город був повен заколоту; і кинулись однодушно до театру, схопивши Гайя та Аристарха, Македонян, подорожнїх товаришів Павлових.
30Paulus wilde zich onder het volk begeven, maar de leerlingen hielden hem tegen;
30Як же хотїв Павел увійти між народ, не пустили його ученики.
31ook enigen der Asiarchen die hem genegen waren, lieten hem dringend verzoeken, zich niet in het theater te wagen.
31І деякі з Азийської старшини, бувши йому приятелями, піславши до него, благали, щоб не йшов до театру.
32De vergadering zelf was in de grootste verwarring; de een riep dit, de ander dat; de meesten wisten niet eens, waarom ze saamgekomen waren.
32Инші ж що инше гукали; була бо громада заколочена, і більша з них (часть) не знала, чого посходились.
33Nu drongen de Joden een zekeren Alexander uit de menigte naar voren, om uitleg te geven. Alexander wenkte met de hand om stilte, en wilde een pleidooi tot het volk beginnen.
33З народу ж вивели Александра, і Жиди попихали його наперед. Александр же, махнувши рукою, хотїв був оправдуватись перед народом.
34Maar zodra ze bespeurden, dat hij een jood was, begonnen ze allemaal te loeien, en schreeuwden bijna twee uren lang: Groot is de Diana der Efesiërs.
34Як же довідались, що він Жидовин, то всї гукали в один голос годин зо дві: Велика Артемида Єфеська!
35De stadssecretaris bracht eindelijk de menigte tot bedaren, en sprak: Efesiërs, wie ter wereld zou niet weten, dat de stad der Efesiërs de grote Diana vereert en haar beeld, dat uit de hemel is gevallen?
35Утихомиривши ж писар народ, каже: Мужі Єфеські, що б то був за чоловік, котрий не знав би, що город Єфес шануватель великої богинї Артемиди і Диопета!
36Daar dit dus vaststaat, moet gij u rustig houden, en niet onberaden te werk gaan.
36А коли нїчого проти сього не можна сказати, то треба вам угамуватись і нїчого нерозважно не робити.
37Want gij hebt deze mannen hier gebracht, die geen heiligschenners zijn, en geen lasteraars van uw godin.
37Привели бо ви чоловіків сих, що нї сьвятого не крали, нї богинї вашої не хулили.
38Wanneer Demétrius en zijn vakgenoten klachten tegen iemand hebben, welnu er worden rechtszittingen gehouden en er zijn proconsuls; laat ze elkaar voor het gerecht dagen.
38Коли ж Димитрий та ремісники що з ним, мають з ким справу, то (на се) суддї судять і є старости; нехай позивають один одного.
39En zo gij nog iets anders verlangt, dan zal het in een wettige vergadering worden behandeld.
39А коли чого иншого допевняєтесь, то у законному зборі розсудить ся.
40Zo lopen we gevaar, van oproer te worden aangeklaagd om wat vandaag is gebeurd; want er bestaat geen enkele reden, waarmee we deze oploop verantwoorden kunnen.
40Бо ще опасуємось, щоб не обвинувачено нас за сегоднїшню бучу, не маючи жадної причини, котрою могли б оправдити се збіговище.
41Met die woorden ontbond hij de vergadering.
41І, се промовивши, розпустив громаду.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.