Handelingen
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Toch was er ook een zeker man, Ananias genaamd, die in overleg met Safira, zijn vrouw, een landgoed verkocht,
1Один же чоловік, на ймя Ананїя, з Сафирою, жінкою своєю, продав маєток,
2maar die met medeweten van zijn vrouw iets van de opbrengst achterhield, er enkel een gedeelte van meebracht, en het voor de voeten der apostelen legde.
2та й приховав з цїни, за довідом жінки своєї, та, принїсши якусь частину, положив у ногах у апостолів.
3Toen sprak Petrus: Ananias, waarom heeft satan beslag gelegd op heel uw hart, dat ge den Heiligen Geest bedriegt en van de opbrengst van het landgoed iets achterhoudt?
3Петр же рече: Ананїє, чого сповнив сатана серце твоє, щоб обманити сьвятого Духа та приховати з цїни за землю?
4Was het niet uw eigendom, vóór het verkocht werd; en bleef ook de verkoopprijs niet te uwer beschikking? Hoe komt het, dat ge deze daad in uw hart hebt beraamd? Ge hebt geen mensen belogen, maar God.
4Хиба, що ти мав, не твоє воно було? й продане, не в твоїй властї було? На що положив єси в твоєму серцї дїло таке? Ти обманив не людей, а Бога.
5Toen Ananias deze woorden vernam, zakte hij ineen, en gaf de geest. Grote vrees beving allen, die het vernamen.
5Почувши ж Ананїя слова сї, упав без духу; й обняв страх великий усїх, що чули се.
6En de jongsten kwamen hem afleggen, droegen hem weg, en begroeven hem.
6Уставши молодцї, взяли його і винїсши поховали.
7Drie uur later ongeveer kwam ook zijn vrouw binnen, die van het gebeurde niets wist.
7І сталось, годин через три після сього ввійшла й жінка його, не знаючи, що стало ся.
8Petrus zeide tot haar: Zeg mij; hebt gij voor zo en zoveel het landgoed verkocht? Ze zei: Ja, voor zóveel.
8Озвав ся ж до неї Петр: Скажи менї, чи за стільки віддали землю? Вона ж каже: Так, за стільки.
9Toen sprak Petrus tot haar: Wat; hebt gij dan samengespannen, den Geest des Heren te tarten Zie, de voeten van hen, die uw man hebben begraven, staan aan de deur, om ook u uit te dragen.
9Петр же рече до неї: Як се, що змовились ви спокусити Духа Господнього? Ось коло дверей ноги тих, що поховали чоловіка твого; то й тебе винесуть.
10Onmiddellijk zakte ze voor zijn voeten ineen, en gaf de geest. De jonge mannen vonden haar dood bij hun terugkomst; ze droegen haar weg en begroeven haar bij haar man.
10Упала ж зараз у ноги йому, та й зітхнула духа. І ввійшовши молодцї, знайшли її мертву, й винїсши, поховали коло чоловіка її.
11En grote vrees beving heel de gemeente en allen, die het vernamen.
11І обняв страх великий усю церкву і всїх, що чули про се.
12Intussen geschiedden er door de handen der apostelen veel tekenen en wonderen onder het volk. Allen bleven eendrachtig samenkomen in de zuilengang van Sálomon
12Руками ж апостолськими дїялись ознаки й чудеса в народї многі (і були однодушні всї в ходнику Соломоновім.
13en niemand van de anderen durfde hen lastig vallen; integendeel, het volk sprak slechts met lof over hen.
13З инших же нїхто не важив ся приставати до них, тільки величав їх народ.
14Steeds meer sloten er zich bij hen aan, die in den Heer geloofden; hele groepen van mannen en vrouwen.
14І прибувало все більш віруючих у Господа, — множество чоловіків і жінок.)
15Zo kwam het, dat men zelfs de zieken op straat droeg, en op rustbanken en bedden legde: opdat, als Petrus voorbijging, zijn schaduw tenminste op een van hen zou vallen.
15Так що виносили на улицї недужих, і клали на постелях та ліжках, щоб як ійти ме Петр, хоч тїнь отїнила кого з них.
16Zelfs uit de steden rondom Jerusalem stroomde het volk bijeen; ze brachten de zieken mee en hen, die door onreine geesten werden gekweld; en allen werden genezen.
16Сходилось же множество з околичних городів у Єрусалим, приносячи недужих та мучених від нечистих духів, і всї сцїлялись.
17Maar nu greep de hogepriester in met heel zijn aanhang, die de sekte der sadduceën vormde; ze waren jaloers, door en door.
17Уставши ж архиєрей і всї, що з ним (тодїшня єресь Садукейська), сповнились завистю,
18Ze sloegen de hand aan de apostelen, en wierpen ze in de openbare gevangenis.
18і наложили руки свої на апостолів, та й посадили їх у громадську темницю.
19Maar een engel des Heren opende ‘s nachts de deuren der gevangenis, bracht hen naar buiten, en sprak:
19Ангел же Господень одчинив уночі двері темничні, і вивівши рече:
20Gaat heen, treedt op in de tempel, en verkondigt aan het volk al de woorden van deze levensleer.
20Ійдїть, і ставши промовляйте в церкві до народу всї слова життя сього.
21Ze gehoorzaamden, en gingen tegen de morgen naar de tempel, en gaven er onderricht. Intussen had de hogepriester met zijn partijgenoten de Hoge Raad bijeen geroepen met heel de senaat der Israëlieten, en liet men ze uit de kerker halen.
21Вислухавши ж ввійшли вранцї в церкву, та й навчали. Прийшовши ж архиєрей і ті, що з ним, скликали раду і всю старшину синів Ізраїлевих, і післали в вязницю привести їх.
22Maar toen de dienaars daar kwamen, vonden ze hen niet in de kerker; ze keerden dus terug, om verslag uit te brengen,
22Слуги ж прийшовши, не знайшли їх у темницї, і вернувшись, оповіли,
23en zeiden: We vonden de kerker met zorg gesloten, en de wachters voor de deur; maar na opening vonden we niemand daarbinnen.
23говорячи: Що темницю знайшли ми замкнену з усякою осторожністю і сторожів знадвору стоячих перед дверима, та відчинивши, нїкого в серединї не знайшли.
24Toen de hoofdman der tempelwacht en de opperpriesters dit hoorden, vroegen ze zich verlegen af, wat dat betekenen moest.
24Почувши ж слова сї священик і старшина церковний та архиєреї, сумнївались, що б воно таке було.
25Daar kwam iemand hun melden: Zie, de mannen, die gij in de gevangenis hebt geworpen, staan in de tempel, en onderrichten het volk.
25Прийшовши ж один, сповістив їх, кажучи: Що ось чоловіки, що ви повкидали в темницю, стоять у церкві і навчають народ.
26Nu ging de hoofdman met de dienaars hen halen, maar zonder geweld te gebruiken; want ze waren bang, dat ze door het volk zouden worden gestenigd.
26Тодї прийшовши старшина з слугами, привели їх без примусу; боялись бо народу, щоб не покаменував їх.
27Ze leidden hen weg, en brachten ze voor de Hoge Raad. De hogepriester ondervroeg hen,
27І привівши їх, поставили перед радою; і спитав їх архиєрей,
28en sprak: We hebben u ten strengste verboden, in die Naam te onderrichten; en zie, gij hebt heel Jerusalem vervuld met uw leer, en wilt ons het bloed van dien mens ten laste leggen.
28кажучи: Чи не заказом же заказувано вам навчати в імя се? І ось сповнили ви Єрусалим наукою вашою, і хочете навести на нас кров Чоловіка того.
29Maar Petrus en de apostelen gaven ten antwoord: Men moet meer gehoorzaam zijn aan God, dan aan mensen.
29Озвав ся ж Петр і апостоли, і рекли: Більше треба коритись Богу, нїж людям.
30De God onzer vaderen heeft Jesus opgewekt, dien gij aan het kruis hebt geslagen, en gedood.
30Бог отцїв наших підняв Ісуса, що Його ви вбили, повісивши на дереві.
31Hem heeft God verheven aan zijn rechterhand als Leidsman en Verlosser, om aan Israël bekering te schenken en vergiffenis van zonden.
31Сього підняв Бог правицею своєю в Князя і Спаса, щоб дати покаяннє Ізраїлеві і оставленнє гріхів.
32En van deze dingen zijn wij de getuigen, maar ook de Heilige Geest, dien God heeft gegeven aan allen, die Hem gehoorzamen.
32І сьвідки Його в словах сих ми й Дух сьвятий, котрого дав Бог тим, хто корить ся Йому.
33Toen ze dit hoorden, werden ze woedend, en wilden hen doden.
33Вони ж почувши запалали гнївом, і радились, щоб повбивати їх.
34Maar nu stond er in de vergadering een farizeër op, Gamáliël genaamd, een leraar der Wet, die door het hele volk werd vereerd; hij beval, de mannen even naar buiten te brengen.
34Уставши ж у радї один Фарисей, на ймя Гамалиїл, учитель закону, поважаний від усього народу, звелїв на часину вивести апостолів,
35Toen sprak hij tot hen: Mannen van Israël, bedenkt goed, wat gij met deze mensen gaat doen.
35і каже своїм: Мужі Ізраїлські, вважайте на людей сих, що маєте робити.
36Enige tijd geleden stond Teudas op, en gaf zich voor heel iets bijzonders uit; en ongeveer vierhonderd mannen sloten zich bij hem aan. Hij werd gedood, en al zijn aanhangers werden verstrooid en verdwenen.
36Бо перед сими днями встав був Тевда, кажучи, що він хтось такий; до него пристало число людей з чотириста; його вбито, і всї, хто слухав його, розійшлись і обернулись у нїщо.
37Na hem, in de dagen der volkstelling stond Judas de Galileër op, en sleepte een grote menigte mee; ook hij vond de dood, en al zijn aanhangers werden verstrooid.
37Після сього встав був Юда Галилейський під час переписї, і потяг за собою доволї народу. І сей загинув, і всї, хто слухав його, розсипались.
38En daarom zeg ik u thans: Bemoeit u niet met deze lieden, en laat hen begaan. Want als dit plan of dit werk van mensen stamt, zal het mislukken.
38А тепер кажу вам: Відступіть ся від людей сих і оставте їх; бо коли від людей рада ся або дїло се, то обернеть ся в нїщо;
39Maar komt het van God, dan kunt gij het niet tegenhouden, of gij komt in verzet tegen God.
39коли ж від Бога, то не здолїєте його знївечити, та щоб іще й противниками Божими не зробитись вам.
40Men stemde hem toe. Ze riepen de apostelen binnen, lieten hen geselen, en verboden hun, in de naam van Jesus te spreken; toen liet men ze gaan.
40Послухали ж його, і, покликавши апостолів та побивши, заказали їм говорити в імя Ісусове, та й відпустили їх.
41Ze gingen heen uit de Hoge Raad, verheugd, dat ze waardig waren bevonden, versmading te lijden voor de Naam.
41Вони ж пішли веселі з перед ради, що за імя Його удостоїлись бути зневаженими.
42En ze hielden niet op, iedere dag opnieuw in de tempel en in de huizen te leren, en de blijde boodschap te preken, dat Jesus de Christus is.
42І по всяк день не переставали вони і в церкві і по домах навчати й благовіствувати Ісуса Христа.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.