Numeri 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Nog sprak Jahweh tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові:
2Maak u twee zilveren trompetten van drijfwerk. Zij zullen dienen, om de gemeenschap bijeen te roepen en de kampen te doen opbreken.
2Зроби собі дві срібні труби; кованої роботи зробиш їх, і будуть вони тобі на те, щоб скликати громаду і щоб рушити табором.
3Blaast men op beide, dan moet heel de gemeenschap zich bij u verzamelen aan de ingang van de openbaringstent.
3І як затрублять у них, то збереться до тебе вся громада коло входу в соборний намет.
4Blaast men er één, dan moeten de aanvoerders, de stamhoofden van Israël, zich bij u vervoegen.
4Як же тілько в одну затрублять, так позбираються до тебе князї, тисяцькі Ізраїля.
5Maar laat ge ze schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die ten oosten zijn gelegerd;
5А затрубите на трівогу, так почнуть рушати табори, що стоять на схід соньця;
6laat ge ze voor de tweede maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het zuiden zijn gelegerd; laat ge ze voor de derde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het westen zijn gelegerd; en laat ge ze voor de vierde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het noorden zijn gelegerd. Het schetteren is dus een teken, om op te breken;
6А затрубите на трівогу вдруге, так рушати муть табори, що стоять на полуднї: як рушати муть вони, мусять трубити.
7om de gemeente bijeen te roepen, moet ge blazen, maar niet schetteren.
7А як треба зібрати громаду, трубити мете, тільки ж не на трівогу.
8De zonen van Aäron, de priesters, moeten op de trompetten blazen; dit is een eeuwige wet van geslacht tot geslacht.
8Трубити муть же в труби сини Арона, сьвященники. І буде се вам установою віковічньою в роди ваші.
9En wanneer gij in uw land ten strijde trekt tegen den vijand, die u belaagt, dan moet ge op de trompetten schetteren; zo zult ge bij Jahweh, uw God, in herinnering worden gebracht, en van uw vijanden worden verlost.
9А як пійдете на війну в землї вашій проти ворога, що тїснить вас, так затрубите в труби на трівогу; і погадається про вас перед Господом, Богом вашим, і вирятуєтесь від ворогів ваших.
10Ook op uw vreugdedagen en feesten, en op de eerste dag van uw maanden, moet ge bij uw brand- en uw vredeoffers op de trompetten blazen; zo zullen zij u bij uw God in herinnering brengen. Ik ben Jahweh, uw God!
10І в день радощів ваших і в празники ваші, і в новонастанню місяця вашого, трубити мете в труби при всепаленнях ваших і при ваших жертвах мирних; і се буде нагадувати вас перед Богом вашим. Я Господь, Бог ваш.
11In het tweede jaar, in de tweede maand, op de twintigste dag van de maand verhief zich de wolk boven de verbondstabernakel.
11І було на другий рік, другого місяця, на двайцятий день, що знялась у гору хмара з храмини сьвідчення.
12Toen braken de Israëlieten op, en trokken van halte tot halte uit de woestijn van de Sinaï weg. Eerst in de woestijn Paran bleef de wolk rusten.
12І сини Ізрайлеві рушили чергою у Синайському степу; і спустилась хмара в Паран-степу.
13Dit was de eerste keer, dat zij optrokken volgens Jahweh’s bevel, dat hun door Moses was meegedeeld.
13І рушили табором по первий раз по слову Господньому через Мойсея.
14Het eerst trok de banier van het leger der Judeërs op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Naässon, de zoon van Amminadab;
14І йшов наперед прапор табору синів Юди, по полкам їх; а над військом його був Нахзон Аминадабенко.
15over de afdeling van de stam der Issakarieten stond Netanel, de zoon van Soear;
15А над військом поколїння синів Іссахарових був Нетанеїль Зуаренко;
16over de afdeling van de stam der Zabulonieten stond Eliab, de zoon van Chelon.
16А над військом поколїння синів Зебулонових був Єлїаб Гелоненко.
17Dan werd de tabernakel neergehaald, en braken de zonen van Gersjon en Merari op, die de tabernakel moesten dragen.
17І зложено храмину, і рушили сини Герсонові і сини Мерарієві, несучи храмину.
18Daarna trok de banier van het leger der Rubenieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Elisoer, de zoon van Sjedeoer;
18Рушив і прапор табору Рубена по полкам його, і над військом його був Лейзор Шедеуренко;
19over de afdeling van de stam der Simeonieten stond Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai;
19А над військом поколїння синів Симеонових був Селуміїл Зуришадаєнко;
20over de afdeling van de stam der Gadieten stond Eljasaf, de zoon van Deoeël.
20А над військом синів поколїння Гадового був Єлеасаф Дегуйленко;
21Dan braken de zonen van Kehat op, die de heilige zaken moesten dragen. Als zij ergens aankwamen, had men de tabernakel weer opgericht.
21Рушили й Кегатїї, що несли сьвятиню; попереднї ж ставляли храмину перш нїм ті прийшли.
22Vervolgens trok de banier van het leger der Efraïmieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Elisjama, de zoon van Ammihoed;
22І прапор табору синів Ефраїмових рушив по полках їх, і над військом їх був Елішама Амігуденко.
23over de afdeling van de stam der Manassieten stond Gamliël, de zoon van Pedasoer;
23А над військом поколїння синів Манассевих був Гамалеїль Педазуренко;
24over de afdeling van de stam der Benjamieten stond Abidan, de zoon van Gidoni.
24А над військом поколїння синів Беняминових був Абидан Гидеоненко.
25Als achterhoede van alle legers trok de banier van het leger der Danieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
25Рушив потім прапор табору синів Данових, що був задньою сторожею усїм таборам, по полках їх, і над військом його був Ахієзер Амішадаєнко;
26Over de afdeling van de stam der Aserieten stond Pagiël, de zoon van Okran;
26А над військом поколїння синів Азерових був Пагіїль Окраненко;
27over de afdeling van de stam der Neftalieten stond Achira, de zoon van Enan.
27А над військом поколїння синів Нафталїєвих був Агира Енаненко.
28Dit was de rangschikking der Israëlieten, ingedeeld naar hun afdelingen. Toen zij vertrokken,
28Такою чергою рушали сини Ізрайлеві по полках своїх; і рушили вони в дорогу.
29sprak Moses tot zijn schoonvader Chobab, den zoon van Reoeël, den Midjaniet: Wij vertrekken naar de plaats, die Jahweh ons beloofd heeft te geven. Ga met ons mee, en wij zullen goed voor u zijn; want Jahweh heeft geluk beloofd aan Israël.
29І каже Мойсей Гобабові, синові Регуїла, Мидіянїя, що був тестьом Мойсейові: Ми простуємо до того місця, що про його казав Господь: Оддам його вам. Ходи з нами, і добро зробимо тобі; бо Господь обіцяв добро Ізрайлеві.
30Maar hij gaf hem ten antwoord: Ik ga niet met u mee, maar ik vertrek naar mijn land en mijn geboortegrond.
30І каже він йому: Не пійду я з вами, а в землю мою і до родини моєї пійду;
31Hij sprak: Verlaat ons toch niet; want gij kent de geschikte legerplaatsen voor ons in de woestijn, en gij kunt onze gids zijn.
31І каже він: Не покидай же нас: ти бо знаєш, де нам ставати табором в степу; і будеш ти нам очима.
32Wanneer gij met ons meegaat, dan zullen wij ook u in de voorspoed doen delen, die Jahweh ons zal schenken.
32І станеться, як пійдеш із нами, і Господь вчинить нам добро, то й ми вчинимо добро тобі.
33Zo trokken zij weg van de berg van Jahweh drie dagreizen ver. Want de ark van Jahweh’s Verbond ging drie dagen lang voor hen uit, om voor hen een rustplaats te zoeken;
33І пустились вони в дорогу від гори Господньої, і відійшли на три днї ходи, і скриня завіту Господнього йшла три днї ходи перед ними, щоб знайти місця для їх відпочинку;
34ook toen zij uit de legerplaats waren opgetrokken, bleef de wolk van Jahweh overdag boven hen.
34А хмара Господня була над ними в день, як рушали вони табором.
35Als de ark dan optrok, sprak Moses: Rijs op, Jahweh, en uw vijanden stuiven uiteen, Die U haten vluchten weg voor uw aanschijn!
35І як піднїмали з місця скриню, так промовляв Мойсей: Встань, Господе, і розсиплються вороги твої, і ненавидники твої розбіжуться від лиця твого.
36En als zij stil hield, sprak hij: Zet U neder, o Jahweh Bij de duizend maal tienduizenden van Israël!
36А як остановлялась вона, тодї промовляв: Вертайся, Господе, до незлїчених тисячей Ізраїля!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.