Numeri 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові:
2Beveel de Israëlieten, dat zij alle melaatsen, allen die aan vloeiing lijden, en allen, die zich aan een lijk verontreinigd hebben, uit het kamp verwijderen.
2Повели синам Ізрайлевим висилати з табору всякого прокаженого й усякого з течивом і всякого, хто зробиться нечистим од мерця.
3Zowel mannen als vrouwen moet ge buiten het kamp sturen, opdat ze hun kamp, waar Ik te midden van hen woon, niet verontreinigen.
3Як чоловіка, так жінку мусите висилати геть із табору, щоб не занечистили шатрів своїх, що серед їх я витаю.
4De Israëlieten deden het, en zonden ze buiten het kamp; zoals Jahweh het Moses bevolen had, voerden de Israëlieten het uit.
4І вчинили так сини Ізрайлеві; і стали висилати їх із табору; як приказав Господь Мойсейові, так і стали чинити сини Ізрайлеві.
5Jahweh sprak tot Moses:
5І рече Господь Мойсейові:
6Zeg aan de Israëlieten: Wanneer een man of vrouw een zonde tegen den evenmens begaat, waardoor hij zich aan Jahweh vergrijpt en schuld op zich laadt,
6Промов до синів Ізрайлевих: Коли чоловік або жінка вчинять який гріх проти людини, та спроневіряться тим Господеві, і провиниться душа,
7dan moeten zij de zonde, die ze hebben begaan, bekennen, de volle waarde van het ontvreemde vergoeden, het vijfde gedeelte er aan toevoegen, en het teruggeven aan wien het ontvreemd werd.
7Так покаятись мусять у грісї свому, котрим согрішили; і хто зробив кривду, мусить в повнї вернути, та ще пятину того наддати, і тому віддати, кого скривдив.
8Wanneer die man geen losser heeft, aan wien het ontvreemde kan worden teruggegeven, dan moet het ontvreemde aan Jahweh worden vergoed, en met den ram der verzoening aan den priester worden gegeven, die verzoening voor hem verkrijgt.
8А коли в людини та нема родича, щоб вернути йому кривду, так нехай верне кривду Господеві, і буде вона сьвященникові, опріч барана жертви премирення, що буде на покуту за його.
9Bovendien zullen alle heilige cijnzen, die de Israëlieten aan Jahweh brengen, den priester behoren.
9І буде йому всяка жертва підношення з усяких сьвятих приносів, що приносять їх сини Ізрайлеві сьвященникові.
10Ook de gewijde zaken, die iemand aan den priester geeft, zullen voor dezen zijn.
10І все, що хто посьвятить, буде його; що хто дає сьвященникові, його буде.
11Jahweh sprak tot Moses:
11І рече Господь Мойсейові:
12Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer een vrouw zich heeft misdragen en aan haar man ontrouw is geweest,
12Промов до синів Ізрайлевих і скажи їм: Коли зверне жінка чия на бік, і спроневіриться чоловікові свому,
13doordat een andere man gemeenschap met haar heeft gehad, maar het voor haar man verborgen is gebleven, daar zij zich in het geheim heeft bezoedeld, en er ook geen getuige tegen haar opstaat, daar zij niet op heterdaad is betrapt;
13І зляжеться хто з нею, і буде воно втаєно від очей чоловіка її, і тайкома нечистою стала вона, та нема сьвідка проти неї, а самої не поймано на вчинку;
14of wanneer de man jaloers wordt, zodat hij zijn vrouw gaat verdenken, die zich inderdaad heeft bezoedeld: of wanneer hij jaloers wordt, zodat hij zijn vrouw gaat verdenken, ofschoon zij zich niet heeft bezoedeld:
14Та ревнивий дух схопить його, і буде він ревнувати на жінку, як вона опоганилась; або зійде на його дух ревнивий, і стане він ревнувати на жінку свою, а вона не опоганилась;
15dan moet die man zijn vrouw voor den priester leiden. Hij moet voor haar een tiende efa gerst als haar offergave brengen, maar er geen olie over uitgieten en er geen wierook aan toe voegen; want het is een spijsoffer der jaloersheid, een herinneringsoffer, dat zonde doet gedenken.
15То приведе чоловік той жінку до сьвященника, і принесе приніс її задля неї, десятину ефи ячмінної муки; не наливати ме олїї на неї і не класти ме ладану; бо се приніс за ревнуваннє, хлїбний приніс на спомин, що нагадує провину.
16De priester moet haar naar voren doen komen, om haar voor het aanschijn van Jahweh te plaatsen.
16І скаже їй приступити сьвященник, і поставить її перед Господом.
17Dan moet de priester heilig water in een aarden vat nemen, wat stof van de vloer van de tabernakel rapen, en dat in het water doen.
17І возьме сьвященник води сьвятої в посудину глиняну; та возьме сьвященник пороху, що на долївцї в храминї, та й вкине його в воду.
18Vervolgens moet de priester de vrouw voor het aanschijn van Jahweh plaatsen, haar hoofdhaar losmaken en het spijsoffer ter herinnering in haar handen leggen: het is een spijsoffer van ijverzucht. En terwijl de priester het bittere vloekwater in de hand houdt,
18І поставить сьвященник жінку перед Господом, і відкриє голову жінцї, і положить на руки її хлїбний приніс поминальний; се приніс за ревнуваннє; а в руцї сьвященника буде гірка вода, що наводить прокляттє.
19zal hij de vrouw bezweren en tot haar zeggen: Zo geen man gemeenschap met u heeft gehad, zo ge u niet misdragen en bezoedeld hebt, sinds ge uw man behoort, zult ge door dit bittere vloekwater niet worden gedeerd!
19І заклинати ме сьвященник її, і казати ме жінцї: Коли не лежав нїхто з тобою, і коли ти, бувши за чоловіком твоїм, не спроневірилась мужові нечистотою, то будь не пошкоджена від сієї води гіркої, що наводить прокляттє;
20Maar wanneer ge u misdragen en bezoedeld hebt, sinds ge uw man behoort, doordat een andere man dan de uwe gemeenschap met u heeft gehad,
20Коли ж ти, бувши за чоловіком твоїм, спроневірилась і опоганила себе, і лежав з тобою хто окрім чоловіка твого,
21—nu zal de priester over de vrouw de vervloeking uitspreken en tot de vrouw zeggen—”dan zal Jahweh u tot een vloek en een verwensing maken onder uw volk, door uw heup te doen invallen en uw buik te doen zwellen.
21І заклене жінку сьвященник клятьбою прокляття, і промовить сьвященник до жінки: І нехай зробить Господь проклятою і злорікою тебе серед люду твого, і нехай допустить, щоб опало лоно твоє і опух живіт твій.
22Dit vloekwater zal in uw binnenste dringen, om uw buik te doen zwellen en uw heup te doen invallen!” En de vrouw moet antwoorden: Amen, Amen!
22І ся вода, що наводить прокляттє, увійде в утробу твою, щоб твій живіт опух і щоб лоно твоє опало. І скаже жінка: Амінь, амінь!
23Dan moet de priester deze vervloekingen op een blad schrijven, ze in het bittere vloekwater uitwissen,
23І запише прокляття сї сьвященник у книзї, та й змиє їх водою гіркою;
24om het die vrouw te laten drinken, zodat het bittere vloekwater in haar binnenste dringt.
24І дасть він жінцї напитись гіркої води, що наводить прокляттє, щоб увійшла вода в неї для гіркостї.
25Daarna moet de priester het spijsoffer van jaloersheid uit de hand van de vrouw nemen, het Jahweh als strekoffer aanbieden en naar het altaar brengen;
25І возьме сьвященник із руки в жінки приніс за ревнуваннє, і похитувати ме сим даром перед Господом, і принесе його до жертівника.
26dan moet de priester van het spijsoffer een handvol als reukoffer nemen, en op het altaar in rook doen opgaan. Tenslotte zal hij de vrouw het water laten drinken.
26І возьме сьвященник жменю із приносу, як частку на спомин та й пустить з димом на жертівнику; а потім дасть жінцї води напитись.
27Heeft hij haar het water doen drinken, dan zal, zo zij zich bezoedeld heeft en haar man ontrouw is geweest, haar buik zwellen en haar heup invallen, zodra het bittere vloekwater in haar binnenste dringt, en die vrouw zal een vloek worden onder haar volk.
27А як дасть їй води напитись, то станеться, коли опоганилась вона і спроневіралась чоловікові свому, так вода, що наводить прокляттє, увійде в неї для гіркостї, і опухне живіт в неї, та й опаде лоно в неї; і стане жінка проклятою між людом своїм.
28Maar zo die vrouw zich niet heeft bezoedeld, doch rein is, dan blijft ze ongedeerd, en wordt met kinderen gezegend.
28А коли жінка не опоганила себе, а чиста вона, так буде непошкоджена і зачне насїннє.
29Dit is dus de wet op de jaloersheid: Wanneer een vrouw zich heeft misdragen en bezoedeld, sinds ze aan haar man behoort,
29Се закон про ревнуваннє: Як жінка, бувши за мужом своїм, зверне на бік і опоганить себе,
30of wanneer een man jaloers wordt, en hij zijn vrouw gaat verdenken, dan zal hij zijn vrouw voor het aanschijn van Jahweh plaatsen, en de priester zal heel deze wet op haar toepassen.
30Або коли обійме чоловіка ревнивий дух, і ревнує він на жінку свою, і ставляє жінку перед Господом, так сповнить над нею сьвященник увесь той закон.
31De man zal dan vrij zijn van schuld, maar de vrouw zal haar schuld moeten boeten.
31І проститься чоловікові провину його, а жінка нести ме на собі гріх свій.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.