Numeri
Chapter 12
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Eens maakten Mirjam en Aäron Moses een verwijt over zijn koesjietische vrouw, die hij zich had genomen; want hij had een vrouw uit Koesj gehuwd.
1Миряма ж та Арон нарікали на Мойсея за молодицю Кушицьку, що взяв її: бо Кушицьку молодицю взяв він для себе.
2Zij zeiden: Heeft Jahweh soms alleen tot Moses gesproken; heeft Hij ook niet tot ons gesproken? Jahweh hoorde het.
2І мовляли вони: Хиба ж тільки до Мойсея промовляв Господь? Хиба ж і не до нас так само промовляв він? І почув се Господь.
3En daar Moses een zeer deemoedig man was, meer dan iemand ter wereld,
3А Мойсей та був собі вельми тихий чоловік понад усї люде, що були на землї.
4sprak Jahweh ogenblikkelijk tot Moses, Aäron en Mirjam: Gaat met uw drieën naar de openbaringstent. En zij gingen er met hun drieën heen.
4І промовив Господь нараз до Мойсея, до Арона, і до Мирями: Ідїть, ви троє, у соборний намет.
5Toen daalde Jahweh in de wolkkolom neer, en ging bij de ingang van de Tent staan. Hij riep Aäron en Mirjam, en toen beiden naar voren waren getreden,
5І зійшов Господь у хмарному стовпі, та й став коло входу в намет, і покликав Арона і Миряму; і вийшли вони обоє.
6sprak Jahweh: Hoort mijn woord! Zo er een profeet onder u is, Openbaar Ik Mij aan hem in een visioen, En spreek tot hem in een droom;
6І рече: Ось вислухайте слова мої: Коли єсть пророк між вами, так се я, Господь, у видїнню йому відкриваюсь, ві снї говорю з ним.
7Zo niet met Moses, mijn dienaar, Die getrouw is bevonden in heel mijn huis;
7Не такий слуга мій Мойсей. Він вірний в цїлім домі моїм;
8Tot hem spreek Ik van mond tot mond, Niet in visioenen en raadsels: Hij aanschouwt Jahweh in eigen persoon! Waarom vreest ge dan niet, Mijn dienaar Moses verwijten te doen?
8Устами до уст розмовляю з ним, не у видїнню, і не в загадках, а образ Господнїй бачить він. Як же не боялись ви говорити проти Мойсея, проти слуги мого?
9Ziedend van gramschap ging Jahweh heen.
9І запалав гнїв Господа проти них; і відійшов він.
10En toen de wolk boven de openbaringstent was opgetrokken, was Mirjam melaats, en wit als sneeuw en toen Aäron zich tot Mirjam wendde: daar stond een melaatse.
10І відступила хмара від соборного намету; Миряма ж несподівано зробилась прокаженною, біла мов снїг. І обернувсь Арон до Мирями, аж бачить вона прокажена.
11Nu sprak Aäron tot Moses: Ach, heer; wil toch op ons de zonde niet wreken, die wij in onze dwaasheid hebben begaan.
11І каже Арон до Мойсея: Ой лихо, добродїю мій! Не лїчи нам за гріх те, що по дурному вчинили ми, і за те, чим провинили.
12Laat haar niet op een doodgeborene lijken, wiens vlees voor de helft al verteerd is, als hij uit de moederschoot komt.
12Нехай вже не буде вона така, наче тая мертва дитина, що в неї тїло, як вийде з материної утроби, до половини зогнило!
13En Moses smeekte Jahweh: Ach neen; wil haar genezen!
13І кликав Мойсей до Господа, говорючи: Ой, Боже, молю тебе, приверни їй здоровля!
14Jahweh gaf Moses ten antwoord: Als haar vader haar in het gelaat had gespuwd, zou ze zich dan niet zeven dagen lang hebben geschaamd? Zo zal ze zeven dagen lang buiten de legerplaats worden gesloten; daarna mag ze weer worden toegelaten.
14І рече Господь Мойсейові: А коли б отець її та плюнув ій у вічі, хиба ж би вона не була осоромлена на сїм день? Нехай зачинять її на сїм день за табором, а потім можуть приняти її до себе.
15Mirjam werd dus zeven dagen lang buiten de legerplaats gesloten; en het volk trok niet op, voor Mirjam weer was toegelaten.
15І зачинено її за табором на сїм день, і не рушав люд в дорогу, аж як прилучено Миряму.
16Daarna brak het volk op van Chaserot, en legerde zich in de woestijn Paran.
16Потім рушив люд од Газерота та й отаборивсь у Паран степу.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.