Numeri
Chapter 12
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Eens maakten Mirjam en Aäron Moses een verwijt over zijn koesjietische vrouw, die hij zich had genomen; want hij had een vrouw uit Koesj gehuwd.
1ミリアムとアロンは、モーセが妻にしたクシュ人の女のことで彼を非難した。モーセがクシュ人の女を妻にしていたからである。
2Zij zeiden: Heeft Jahweh soms alleen tot Moses gesproken; heeft Hij ook niet tot ons gesproken? Jahweh hoorde het.
2彼らは言った。「主はモーセを通してだけ語られたのだろうか。私たちを通しても語られたのではないか。」主はそれを聞かれた。
3En daar Moses een zeer deemoedig man was, meer dan iemand ter wereld,
3モーセは、地上のだれよりも非常に柔和な人であった。
4sprak Jahweh ogenblikkelijk tot Moses, Aäron en Mirjam: Gaat met uw drieën naar de openbaringstent. En zij gingen er met hun drieën heen.
4主は突然、モーセとアロンとミリアムに言われた。「あなたがた三人は会見の天幕へ出て来なさい。」 三人は出て行った。
5Toen daalde Jahweh in de wolkkolom neer, en ging bij de ingang van de Tent staan. Hij riep Aäron en Mirjam, en toen beiden naar voren waren getreden,
5主は雲の柱の中に降り、天幕の入口に立って、アロンとミリアムを呼ばれた。二人が進み出ると、
6sprak Jahweh: Hoort mijn woord! Zo er een profeet onder u is, Openbaar Ik Mij aan hem in een visioen, En spreek tot hem in een droom;
6主は言われた。「今、わたしの言葉を聞きなさい。あなたがたの中に預言者がいるなら、主であるわたしは幻の中で自分を彼に知らせ、夢の中で彼と語る。
7Zo niet met Moses, mijn dienaar, Die getrouw is bevonden in heel mijn huis;
7わたしのしもべモーセはそうではない。彼はわたしの全家に忠実である。
8Tot hem spreek Ik van mond tot mond, Niet in visioenen en raadsels: Hij aanschouwt Jahweh in eigen persoon! Waarom vreest ge dan niet, Mijn dienaar Moses verwijten te doen?
8彼とは面と向かって、明らかに語り、謎によっては語らない。彼は主の姿を見る。それなのに、なぜあなたがたは恐れもせず、わたしのしもべモーセを非難したのか。」
9Ziedend van gramschap ging Jahweh heen.
9主の怒りが彼らに向かって燃え上がり、主は去って行かれた。
10En toen de wolk boven de openbaringstent was opgetrokken, was Mirjam melaats, en wit als sneeuw en toen Aäron zich tot Mirjam wendde: daar stond een melaatse.
10雲が天幕の上から離れると、見よ、ミリアムは重い皮膚病にかかり、雪のように白くなっていた。アロンがミリアムを見ると、彼女は重い皮膚病にかかっていた。
11Nu sprak Aäron tot Moses: Ach, heer; wil toch op ons de zonde niet wreken, die wij in onze dwaasheid hebben begaan.
11アロンはモーセに言った。「ああ、わが主よ。私たちは愚かなことをして罪を犯しました。どうか、この罪を私たちに負わせないでください。
12Laat haar niet op een doodgeborene lijken, wiens vlees voor de helft al verteerd is, als hij uit de moederschoot komt.
12どうか彼女を、母の胎から出たときに肉が半分食い尽くされている死人のようにしないでください。」
13En Moses smeekte Jahweh: Ach neen; wil haar genezen!
13モーセは主に叫んだ。「神よ、どうか彼女を癒やしてください!」
14Jahweh gaf Moses ten antwoord: Als haar vader haar in het gelaat had gespuwd, zou ze zich dan niet zeven dagen lang hebben geschaamd? Zo zal ze zeven dagen lang buiten de legerplaats worden gesloten; daarna mag ze weer worden toegelaten.
14主はモーセに言われた。「もし彼女の父が彼女の顔に唾を吐きかけたなら、彼女は七日間、恥じるべきではないか。彼女を七日間、宿営の外に閉じ込めなさい。その後、彼女は再び連れ戻される。」
15Mirjam werd dus zeven dagen lang buiten de legerplaats gesloten; en het volk trok niet op, voor Mirjam weer was toegelaten.
15ミリアムは七日間、宿営の外に閉じ込められ、民はミリアムが連れ戻されるまで旅立たなかった。
16Daarna brak het volk op van Chaserot, en legerde zich in de woestijn Paran.
16その後、民はハツェロトから旅立ち、パランの荒野で宿営した。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.