Numeri 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Jahweh sprak tot Moses:
1主はモーセに告げられた。
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer een man of vrouw een gelofte van nazireaat heeft afgelegd, om zich aan Jahweh te wijden,
2「イスラエルの子らにこう告げなさい。『男であれ女であれ、主に身をささげる特別な誓願、すなわちナジル人の誓願を立てる場合、
3dan moet hij zich van wijn en sterke drank onthouden; hij mag zelfs geen azijn uit wijn of uit sterke drank en geen druivensap drinken, noch verse of gedroogde druiven eten.
3その人はぶどう酒と強い酒を断つ。ぶどう酒から作った酢も、強い酒から作った酢も飲まず、ぶどうの汁を飲んではならない。生のぶどうも干しぶどうも食べてはならない。
4Al de tijd van zijn nazireaat mag hij niets eten, wat van de wijnstok wordt gewonnen, zelfs geen pitten en schillen.
4身をささげている全期間、種から皮に至るまで、ぶどうの木からできるものは何も食べてはならない。
5Al de tijd van zijn nazireaatsgelofte mag ook geen scheermes over zijn hoofd gaan; tot de dagen voorbij zijn, waarvoor hij zich aan Jahweh gewijd heeft, blijft hij Jahweh toegeheiligd, en moet hij zijn hoofdhaar laten groeien.
5身をささげる誓願の全期間、主に身をささげる日々が満ちるまで、頭に剃刀を当ててはならない。その人は聖なる者であり、髪を長く伸ばす。
6Ook mag hij al de tijd, dat hij aan Jahweh is gewijd, bij geen lijk komen;
6主に身をささげている全期間、死体に近づいてはならない。
7zelfs aan zijn vader of moeder, broer of zuster mag hij zich na hun dood niet verontreinigen. Want het nazireaat van zijn God rust op zijn hoofd;
7父、母、兄弟、姉妹が死んだときであっても、そのために身を汚してはならない。神に身をささげているしるしが、その頭にあるからである。
8heel de tijd van zijn nazireaat is hij aan Jahweh gewijd.
8身をささげている全期間、その人は主にとって聖なる者である。
9Sterft er onverwacht iemand in zijn nabijheid, en verontreinigt hij zo zijn gewijd hoofd, dan moet hij op de zevende dag, de dag waarop hij weer rein wordt, zijn hoofd scheren.
9もしだれかがその人のそばで突然死に、ナジル人として聖別された頭を汚したなら、清めの日、すなわち第七の日に頭を剃る。
10Op de achtste dag moet hij twee tortels of twee jonge duiven naar den priester brengen bij de ingang van de openbaringstent.
10第八の日に、山鳩二羽、または家鳩の雛二羽を、会見の天幕の入口にいる祭司のもとに携えて行く。
11De priester zal er een als zondeoffer en een als brandoffer opdragen, en voor hem verzoening verkrijgen voor de zonde door aanraking van het lijk. Op dezelfde dag moet hij opnieuw zijn hoofd heiligen,
11祭司は一羽を贖罪のささげ物、もう一羽を全焼のささげ物としてささげ、死体によって罪を負ったその人のために贖いを行う。その日に、その人の頭を改めて聖別する。
12zich weer evenlang als vroeger als nazireër aan Jahweh wijden, en een eenjarig lam als schuldoffer brengen. De vorige dagen van zijn nazireaat tellen dus niet mee, omdat hij zijn nazireaat heeft ontwijd.
12その人は、主に身をささげる日々を改めて始め、償いのささげ物として一歳の雄の子羊を携えて行く。聖別が汚されたため、以前の日々は無効となる。
13En dit is de wet voor den nazireër, als de tijd van zijn nazireaat is geëindigd: men moet hem naar de ingang van de openbaringstent leiden,
13ナジル人についての律法は次のとおりである。身をささげる日々が満ちたとき、その人は会見の天幕の入口に出て、
14en hij moet als zijn gave aan Jahweh brengen: een gaaf, eenjarig lam als brandoffer, een gaaf, eenjarig ooilam als zondeoffer, en een gaven ram als vredeoffer;
14主へのささげ物として、全焼のささげ物に傷のない一歳の雄の子羊一頭、贖罪のささげ物に傷のない一歳の雌の子羊一頭、和解のいけにえに傷のない雄羊一頭、
15daarenboven een korf met ongedesemde broden van meelbloem, koeken met olie aangemaakt, en ongedesemde vlaas met olie bestreken, met het spijs- en plengoffer, dat daarbij hoort.
15また、油を混ぜた上質の小麦粉で作った種なしの菓子と、油を塗った種なしの薄焼きパンを入れた籠を、それらに伴う穀物のささげ物と注ぎのささげ物とともに携えて来る。
16De priester zal dat voor het aanschijn van Jahweh brengen, en zijn zonde- en brandoffer opdragen.
16祭司はこれらを主の前にささげ、その人の贖罪のささげ物と全焼のささげ物をささげる。
17Den ram en de korf met ongedesemde broden zal de priester met het spijs- en plengoffer, dat daarbij hoort, als een vredeoffer aan Jahweh opdragen.
17雄羊を、種なしパンの籠とともに、主への和解のいけにえとしてささげる。祭司は、それに伴う穀物のささげ物と注ぎのささげ物もささげる。
18Daarna moet de nazireër bij de ingang van de openbaringstent zijn gewijd hoofd scheren, het haar van zijn nazireaat nemen en in het vuur werpen, dat onder het vredeoffer brandt.
18ナジル人は会見の天幕の入口で、聖別された頭を剃り、その髪を取って、和解のいけにえの下にある火にくべる。
19En zodra de nazireër zich het haar van zijn nazireaat heeft afgeschoren, moet de priester het gekookte schouderstuk van den ram, een ongedesemde koek uit de korf en een ongedesemde vla nemen, ze in de handen van den nazireër leggen,
19祭司は雄羊の煮た肩肉と、籠から種なしの菓子一つ、種なしの薄焼きパン一つを取り、ナジル人が頭を剃った後、それらをその人の手に置く。
20en ze als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden; het valt, met de borst van het strekoffer en de schenkel van het hefoffer, als iets heiligs den priester ten deel. Daarna mag de nazireër wijn drinken.
20祭司はそれらを主の前で揺り動かすささげ物としてささげる。これらは、揺り動かした胸肉と奉納したもも肉とともに、祭司に属する聖なるものである。その後、ナジル人はぶどう酒を飲むことができる。
21Dit is voor den nazireër, die de gelofte heeft afgelegd, de wet over zijn gave aan Jahweh op grond van zijn nazireaat, afgezien van wat hij vrijwillig brengt; krachtens de wet van zijn nazireaat, moet hij alles zo volbrengen, als hij het Jahweh beloofd heeft.
21以上が、誓願を立てたナジル人と、その聖別のために主にささげるものについての律法である。そのほか、力に応じたささげ物を加えることができる。立てた誓願に従い、ナジル人についての律法どおりに行う。』」
22Nog sprak Jahweh tot Moses:
22主はモーセに告げられた。
23Zeg aan Aäron en zijn zonen: Zo moet ge de zegen over Israëls kinderen uitspreken:
23「アロンとその子らに告げなさい。イスラエルの子らを祝福するとき、こう言いなさい。
24Jahweh zegene u, En behoede u;
24『主があなたを祝福し、あなたを守られるように。
25Jahweh doe zijn aanschijn over u lichten, En zij u genadig;
25主が御顔をあなたの上に輝かせ、 あなたを恵まれるように。
26Jahweh wende tot u zijn gelaat, En schenke u de vrede!
26主が御顔をあなたに向け、 あなたに平安を与えられるように。』
27Zo zullen zij mijn Naam op de kinderen Israëls doen rusten, en zal Ik hen zegenen.
27彼らはわたしの名をイスラエルの子らの上に置く。わたしは彼らを祝福する。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.